lO Mo A RcPS D| 26 6 83 34 Samenvatting deel 1 & 2 Basismodel voor methodische hulp en dienstverlening in het sociaal werk
- een eclectisch-integratieve aanpak
Ad Snellen & Rene van der Drift
ISBN: 9789046904121
Druk: 4 / Maart 2014
Gemaakt: December 2020 1 / 4
lO Mo A RcPS D| 26 6 83 34 Inhoud Deel 1 Sociaal werk = methodisch werken.............................................................................................3 H1 Terreinafbakening.............................................................................................................................3 1.1 Missie sociaal werk.......................................................................................................................3 H2 Methodisch werken........................................................................................................................12 2.1 Karakter methodisch werken......................................................................................................12 2.2 Invulling methodisch werken......................................................................................................12 2.3 Basismodel methodisch werken.................................................................................................15 Deel 2 Visie...........................................................................................................................................17 H3 Hulp- en dienstverlening als kritisch-reflectieve praktijk................................................................17 3.1 Noodzaak kritische reflectie.......................................................................................................17 3.2 Invalshoeken kritische reflectie..................................................................................................17 3.3 Kader kritische reflectie..............................................................................................................19 3.4 Twee wijzen theorie toepassing.................................................................................................19 3.5 Theorie-/ onderzoekscomplex....................................................................................................20 H4 Visie; referentie- en waarde-kaders................................................................................................21 4.1 Kritische reflectie........................................................................................................................21 4.2 Referentiekaders........................................................................................................................23 4.3 Waardekaders............................................................................................................................29 H5 Eclectisch-integratief werken..........................................................................................................33 5.1 Eclectisch-integratieve benadering.............................................................................................33 5.2 Varianten eclectisch-integratieve benadering............................................................................34 5.3 Momenten eclectisch-integratief werken...................................................................................36 5.4 Standaardisering.........................................................................................................................38 H6 Typen hulpverlenings-handelen......................................................................................................39 6.1 Communicatief handelen...........................................................................................................39 6.2 Strategisch handelen..................................................................................................................40 6.3 Emancipatorisch handelen.........................................................................................................42 6.4 Instrumenteel handelen.............................................................................................................43 6.5 Samenhang handelingstypen......................................................................................................44 6.6 Actor- en structuuroptiek...........................................................................................................45 2 / 4
lO Mo A RcPS D| 26 6 83 34 Deel 1 Sociaal werk = methodisch werken H1 Terreinafbakening 1.1 Missie sociaal werk Sociaal werk ‘werkt’ met mensen, cliënten geheten. Mensen zitten op een bepaalde wijze in elkaar, hebben een bepaalde somatische en psychische constellatie. Hierdoor kunnen mensen functioneren.Tegelijk vormt datgene wat het functioneren mogelijk maakt ook de begrenzing ervan.Mensen met hun somatische en psychische structuur leven in situaties (waartoe hun netwerk behoort, hoewel dat soms ook kan ontbreken). Leven, functioneren, handelen vindt niet plaats in het luchtledige, maar in concrete situaties. Die situaties bieden pas de mogelijkheidsvoorwaarden voor ‘functioneren’, maar geven tegelijkertijd de grenzen aan. Contact met anderen, materiele middelen en maatschappelijke omstandigheden zijn voorwaarden om als men te functioneren. Het functioneren van mensen heeft betrekking op situaties; het heeft er zijn uitwerking op en het wordt er (deels) door bepaald. Binnen het sociaal werk wordt er gesproken over ‘psychosociaal functioneren’.In het leven kunnen mensen vastlopen. Mensen kunnen de greep op hun leven verliezen: op zichzelf, hun situatie, op zichzelf in relatie tot bepaalde situaties (en personen daarin). Je kunt dan spreken van controleverlies of onvoldoende mogelijkheid tot zelfregulering.
Figuur: uit boek, kennen voor tentamen!
Sociaal werk op het raakvlak van privésfeer en publieke sfeer 3 / 4
lO Mo A RcPS D| 26 6 83 34 Het sociaal werk zou al deze componenten in het oog moeten houden. Sociaal werk bevindt zich op het snijvlak van privésfeer en publieke sfeer en dient met beide bemoeienis te hebben.De hulpverlening de het sociaal werk biedt is zowel begeleidend als ondersteunend van aard. Dit houdt in dat het sociaal werk zo min mogelijk voor de persoon doet en zo veel mogelijk de persoon zelf laat leren, doen, oplossen, hanteren. Het wil mensen emanciperen. Deze aandacht voor de mogelijkheden van de cliënten komt tot uiting in termen als oplossingsgerichte benadering, strengthsbenadering en empowerment.•De oplossingsgerichte benadering gaat ervan uit dat cliënten in de toekomst zelf keuzen maken als het gaat om hun handelen. De cliënt wordt aangesproken in de rol van expert en uitgenodigd zijn eigen deskundige te zijn bij veranderingen in zijn leven.•De werker is gericht – en hier ligt de overeenstemming met het strengthsperspectief – op successen en sterke punten van de cliënt en op het bevestigen daarvan. Uitgangspunten van de strengthsbenadering is: het individu beschikt over talenten en innerlijke hulpbronnen waardoor hij effectief kan reageren op de uitdagingen van het leven. Er wordt gefocust op talenten en hulpbronnen in plaats van op pathologie en tekorten.•De sociaal werker is gericht op empowerment, oftewel: het vergroten en activeren van het probleemoplossend vermogen van de cliënt. Het gaat vooral om het activeren in plaats van compenseren. Vaardigheden van de cliënt vergroten die nuttig zijn voor de situatie is belangrijk hierin.Na de invoering van de WMO is er meer aandacht voor het betrekken van het sociale netwerk in de hulpverlening. De missie van het sociaal werk is dus in zekere mate opgeschoven van ‘activeren van de cliënt’ naar ‘activeren van de cliënt en het sociale netwerk’. Activeren is een belangrijk begrip na de invoering van de WMO.
1.2 Taken sociaal werk De uitvoering van het sociaal werk is zeer divers en complex, omdat de problemen waarop het zich richt talloos zijn en veelal complex van aard. De problematiek strekt zich vaak uit over meerdere gebieden, waarbij soms sprake is van circulaire causale verbanden. Bijna altijd is er de verwevenheid van het subjectieve (persoon) en het objectieve (situatie). De brede beroepsuitoefeing wordt dan ook vaak geconcretiseerd en onderverdeeld in taken. Het beroepsprofiel maakt een onderscheid tussen taakgebieden, kerntaken en taken.
•Taakgebied 1: directe en indirecte hulp- en dienstverlening
Kerntaak 1: werken met en namens cliënten; psychosociale
hulpverlening
Kerntaak 2: werken voor cliënten en potentiële cliënten
•Taakgebied 2: werken in en vanuit een arbeidsomgeving
Kerntaak 3: werken in de eigen instelling of organisatie
Kerntaak 4: werken in externe samenwerkingsverbanden
•Taakgebied 3: werken aan professionaliteit en professionalisering
Kerntaak 5: zichzelf ontwikkelen in het beroep
•Kerntaak 6: bijdragen aan de ontwikkeling van het beroep
- / 4