Samenvatting van Inleiding in het Nederlandse recht
Auteur: J.W.P. Verheugt
Editie: 21e druk
ISBN: 9789082849523
Jaar van uitgave: 18 juli 2023
HOOFDSTUK 1 - Recht in het algemeen HOOFDSTUK 2 - Recht en staat HOOFDSTUK 3 - De wetgeving HOOFDSTUK 4 - De rechtspraak HOOFDSTUK 5 - Het bestuur HOOFDSTUK 6 - Burgerlijk recht - kernbegrippen HOOFDSTUK 7 - Goederenrecht HOOFDSTUK 8 - Overeenkomstenrecht HOOFDSTUK 9 - Verbintenissen uit de wet HOOFDSTUK 10 - Burgerlijk procesrecht HOOFDSTUK 11 - Ondernemingsrecht HOOFDSTUK 12 - Arbeidsrecht en sociaal zekerheidsrecht HOOFDSTUK 13 - Strafrecht HOOFDSTUK 14 - Strafprocesrecht HOOFDSTUK 15 - Internationaal recht 1 / 3
Hoofdstuk 1. Recht in het algemeen De functies van het recht Het recht heeft de taak om zoveel mogelijk conflicten te voorkomen, of deze op te lossen in de samenleving.Deze taak van het recht in de samenleving heeft twee functies. De eerste functie van het recht is het ordenen van menselijk gedrag door het stellen van regels. De tweede functie van het recht vloeit voort uit de eerste functie en houdt in dat het recht ervoor zorgt dat die regels worden gehandhaafd door geschilbeslechting.Bronnen van het recht in Nederland Onder het positieve recht verstaan we het geheel van geldende rechtsregels op dit moment in Nederland. Naast deze term kennen we de termen objectief en subjectief recht. Objectief recht en positief recht zijn synoniem aan elkaar.Een subjectief recht is een recht dat ontleend wordt aan een objectief recht. Een subjectief recht is bijvoorbeeld dat bij het kopen van een computer de één de computer levert en de ander de koopprijs betaalt.Deze subjectieve rechten worden ontleend aan een objectief recht, namelijk artikel 26 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboekboek, kortweg artikel 7:26 BW. In Nederland kennen we vier rechtsbronnen. De wet, de jurisprudentie, de gewoonte en de verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties. De gewoonte is een ongeschreven rechtsbron, maar deze is wel degelijk bindend en kan dus ook in een rechtszaak worden aangevoerd.De verhouding tussen nationaal en internationaal recht Soevereiniteit houdt in dat het ieder land in beginsel vrij staat in zijn wetgeving te regelen wat het nodig acht en te bepalen welke bevoegdheden aan het bestuur en de rechterlijke macht toekomen. Soevereine staten dulden van buitenaf alleen macht boven zich als ze dat zelf toestaan. Omdat het verdrag in Nederland een van de rechtsbronnen is, bevat het nationale recht ook regels van internationale oorsprong. Volkenrecht is het deel van het internationaal recht dat rechtsregels bevat over het verkeer tussen staten onderling en het verkeer tussen staten en volkenrechtelijke organisaties. Het volkenrecht is voornamelijk vastgelegd in verdragen, besluiten van volkenrechtelijke organisaties en regels van gewoonterecht. Verdragen zijn schriftelijke bindende regelingen tussen staten onderling of tussen staten en volkenrechtelijke organisaties. Er zijn vier belangrijke typen
verdragen:
1.Type één zijn verdragen waarbij alleen de betreffende autoriteiten wederzijds verplichtingen aangaan.
2.Type twee zijn verdragen die verplichtingen bevatten voor de wetgevers van de aangesloten staten tot het maken of aanpassen van wetgeving. Als de wetgever aan de opdracht uit het verdrag heeft voldaan, krijgt het verdrag in een lidstaat pas betekenis.
3.Type drie zijn verdragen die rechtsregels bevatten die in een staat zonder tussenkomst van de wetgever rechtstreeks in het nationale recht kunnen gelden. Het belangrijkste voorbeeld hiervan zijn de grondrechten in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Deze grondrechten hebben dezelfde rang als rechtsregels van Nederlandse afkomst. Dit komt omdat wij in Nederland een monistisch systeem hebben. Dit houdt in dat interstatelijke verdragen automatisch in het Nederlandse recht worden opgenomen zodra Nederland deze
heeft geratificeerd en bekendgemaakt (artikel 93 Grondwet (hierna: GW)).
4.Type vier zijn verdragen waarbij bevoegdheden tot wetgeving, bestuur en rechtspraak worden opgedragen aan een internationale organisatie. Deze mogelijkheid staat voor Nederland in art. 92 GW.Het belangrijkste voorbeeld hiervan voor Nederland is het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De EU heeft een eigen rechtsorde die deel uitmaakt van de rechtsorde van elke lidstaat. De verordeningen van de EU hebben op grond van art.288 VwEU een algemene strekking, zijn verbindend in al hun onderdelen en zijn rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Op grond van art. 94 GW heeft internationaal recht voorrang op Nederlands recht en staat het dus boven Nederlandse wetgeving. De voorwaarde is wel dat de internationale regel een ieder naar zijn inhoud kan verbinden.Materieel en formeel recht 2 / 3
Het recht kan op enkele manieren worden onderverdeeld. Ten eerste is er het onderscheid tussen materieel en formeel recht. Materieel recht heeft als inhoud rechten en plichten. Materieel recht kan dus ook als objectief recht worden gezien. Het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Strafrecht zijn voorbeelden van materieel recht.Formeel recht heeft als inhoud de handhaving van het materieel recht. Het wordt dan ook wel het procesrecht genoemd.Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Wetboek van Strafvordering zijn voorbeelden van formeel recht.Welke rechtsgebieden zijn er?Een andere indeling is die tussen de verschillende sectoren binnen het recht. Er kunnen vijf rechtsgebieden worden onderscheiden: het staatsrecht, het bestuursrecht, het strafrecht, het burgerlijk recht en het arbeids- en sociaal zekerheidsrecht (een mix van publiek- en privaatrecht).Het staatsrecht gaat in op de functies en bevoegdheden van de staat en haar organen. De Grondwet geeft de basisideeën van het staatsrecht weer. Het eerste hoofdstuk van de Grondwet gaat in op de grondrechten.Grondrechten zijn onder te verdelen in klassieke grondrechten en sociale grondrechten. Bij klassieke grondrechten wordt zoveel mogelijk passiviteit van de staat verlangd. Bij sociale grondrechten wordt gestreefd naar een actieve overheidshouding. Klassieke grondrechten zijn weer onder te verdelen in vrijheidsrechten, politieke rechten en gelijkheidsrechten. Vrijheidsrechten zijn bijvoorbeeld de vrijheid van godsdienst (artikel 6 GW), vrijheid van meningsuiting (artikel 7 GW), vrijheid van vereniging (artikel 8 GW), etc. Politieke rechten zijn bijvoorbeeld het kiesrecht (artikel 4 GW) of het recht van petitie (artikel 5 GW). Een voorbeeld van het gelijkheidsrecht is het discriminatieverbod (artikel 1 GW). Sociale grondrechten zijn bijvoorbeeld het recht op werkgelegenheid (artikel 19 lid 1 GW) en sociale zekerheid (artikel 20 lid 1 GW). Sociale grondrechten zijn echter niet af te dwingen bij de rechter. Wanneer iemand geen werk heeft, kan hij dit niet eisen van de staat bij de rechter.Sociale grondrechten zijn te vinden in artikel 18 lid 2 GW tot en met artikel 23 lid 1 GW. De overige artikelen uit Hoofdstuk 1 zijn klassieke grondrechten. De meeste artikelen in de Grondwet gaan over de inrichting van de Staat en de bevoegdheden van de belangrijkste overheidsorganen. In sommige artikelen in de Grondwet staat dat over een bepaald onderwerp nadere regels moeten worden gemaakt in een wet. Een wet die een uitwerking is van zo'n bepaling heet een organieke wet. Naast de Grondwet en de organieke wetten bestaat het staatsrecht ook nog uit gewoonterecht. Met name gaat het hier om de verhouding tussen regering en parlement en om de gang van zaken bij de kabinetsformatie. Er bestaat bijvoorbeeld de gewoonteregel dat een minister na een motie van wantrouwen van de Tweede kamer moet aftreden: dit staat dus nergens in de wet.Het bestuursrecht gaat in op de bestuursfuncties van de overheid. Een belangrijke bestuursfunctie is neergelegd in artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht (Awb), namelijk de beschikking. Een beschikking is een besluit van een bestuursorgaan dat rechtsgevolgen voor een individu of rechtspersoon vast stelt. Dit is dus precies het tegenovergestelde van een Algemeen Verbindend Voorschrift (AVV), oftewel een wet in materiële zin.Beschikkingen moeten in overeenstemming zijn met de wet en met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.De burger kan tegen de beschikking bezwaar maken bij het bestuursorgaan dat de beschikking heeft uitgevaardigd.Na de beslissing op bezwaar kan de burger in beroep bij de bestuursrechter. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.Het strafrecht heeft als doel vergelding, oftewel leedtoevoeging aan de dader. Dit in tegenstelling tot het hierna te noemen burgerlijk recht, dat als doel schadevergoeding heeft. Strafbare feiten kunnen worden gepleegd door natuurlijke personen en rechtspersonen, art. 51 Sr. Het overgaan tot vervolging van de dader ligt in Nederland in handen van het Openbaar Ministerie. Een burger kan geen strafrechtelijke procedure beginnen tegen een ander.Gedragingen zijn alleen strafbaar op grond van een wettelijk voorschrift met daarin een straf. Dit wordt ook wel het nulla poena-beginsel genoemd en staat in art. 16 GW en art. 1 lid 1 Sr. Het strafrecht bestaat dus volledig uit wettenrecht en kent geen regels van ongeschreven recht.Het burgerlijk recht gaat over de juridische betrekkingen tussen personen onderling. Deze juridische relaties kunnen zeer uiteenlopend van aard zijn en dus is het een omvangrijk rechtsgebied. Het burgerlijk recht bevat onder andere het personen- en familierecht, het vermogensrecht (hieronder valt bijvoorbeeld de schadevergoeding), het rechtspersonenrecht en het handelsrecht. Dit rechtsgebied wordt ook wel het civiele recht genoemd.Het arbeidsrecht gaat over het geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op de arbeidsverhouding van personen die in loondienst werkzaam zijn. Het collectief arbeidsrecht is een onderdeel van het arbeidsrecht dat de rechtspositie regelt van groepen werkgevers en werknemers in het sociaal overleg. Het sociale zekerheidsrecht is het gedeelte van het arbeidsrecht dat zich bezig houdt met het stelsel van sociale voorzieningen.Dit gaat bijvoorbeeld over de zorgtoestanden, werkloosheidsuitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen etc.
- / 3