Juridische onderlegger Bij het schrijven van mijn verweerschrift heb ik veelal gebruik gemaakt van jurisprudentie, toepasselijke wetgeving en beleidsregels. De hieruit afkomstige wet- en regelgeving is namelijk van belang om het verzoekschrift juridisch te kunnen onderbouwen. Hieronder treft u mijn verantwoording van de juridische procedure en mijn juridische aanpak.
1.De werkgever van cliënt heeft de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Deze mogelijkheid heeft de werkgever op grond van art. 7:669 lid 1 BW jo.art. 7:671b lid 1 sub b BW. Indien de werkgever van deze mogelijkheid gebruik wil maken dient er wel een redelijke grond voor het ontslag aanwezig te zijn. De redelijke
gronden zijn terug te vinden in art. 7:669 lid 3 BW.
2.In art. 7:686a lid 9 BW staat dat het verzoek tot ontbinding ingediend moet worden bij de kantonrechter. In art. 78 Rv staat dat alle procedures die geen verzoekschriftprocedure zijn, dagvaardingsprocedures zijn. Omdat in art. 7:686a lid 9 BW het woord verzoek staat, dient ook de verzoekschriftprocedure gevolgd te worden. Hierdoor is automatisch een dagvaardingsprocedure uitgesloten, zoals omschreven in art. 78 Rv.
3.Omdat de werkgever een verzoekschrift heeft ingediend bij de rechtbank, dient cliënt te reageren door gebruik te maken van een verweerschrift. Volgens art. 7:686a lid 2 BW is het juist dat werkgever het geding ingeluid heeft met een verzoekschrift. Het indienen van een verweerschrift, de reactie op het verzoekschrift van werkgever, is niet verplicht. Een verweerschrift dient minimaal vijf dagen voor de zitting bij de rechtbank binnen te zijn.1 Dit is dan ook de reden dat het verweerschrift ondertekend is op 2 april 2018.
4.De rechtbank Zeeland-West-Brabant, sector kanton locatie Tilburg is in dezen bevoegd. Dit volgt uit art. 99 Rv. De rechtbank van gedaagde zou dan bevoegd zijn.Omdat er wordt voldaan aan art. 100 Rv, namelijk omdat het gaat om een individuele arbeidsovereenkomst, is ook de rechter bevoegd in de woonplaats waar cliënt arbeid verricht. Het verzoekschrift dient dan ook verzonden te worden naar eerder genoemde rechtbank.
5.Op grond van art. 7:686a lid 4 sub a BW vervalt de bevoegdheid om een
verzoekschrift bij de kantonrechter in te dienen, twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Dit artikel is van toepassing omdat het artikel verwijst naar art. 7:681 lid 1 sub a BW. Dit laatste artikel verwijst weer naar art. 7:671 BW. Dit artikel is in dit geval van toepassing op deze casus, aangezien de werkgever de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig heeft opgezegd zonder schriftelijke toestemming van cliënt.
6.Vanwege het feit dat cliënt een arbeidscontract voor onbepaalde tijd heeft dient
werkgever rekening te houden met art. 7:667 lid 6 BW, namelijk dat het opzeggen
van een contract van onbepaalde tijd voorafgaande opzegging vereist.
7.In casu is in beginsel sprake van een opzegverbod, zoals bedoeld in art. 7:670 BW.Werknemer is namelijk ziek ten tijde van het verzoek van werkgever om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Dit opzegverbod staat op grond van artikel
7:671b lid 6 BW echter een eventuele ontbinding niet in de weg.
1 ‘Regels verzoekschriftrocedure’ Rechtspraak 15 maart 2018, rechtstraak.nl (zoek ot: procedures, verzoekschrifprocedure).
- / 1