Kennisclips Tentamen 2
MODULE 6
Clip 1 gaat over het kwantitatieve onderzoeksproces en het eerste
aandachtspunt (preoccupation): meten.
Let op: In de clip wordt vermeld dat de stap "onderzoeksvraag" ontbreekt in Bryman's Social Research Methods Figuur 7.1. Dit is niet langer het geval. In de nieuwe editie van het boek (2021) staat het expliciet vermeld in figuur 7.1, in de vorige editie niet.
Let op 2: We kijken hier naar één onderdeel van het onderzoeksdesign.
Deze stap bevat meer onderdelen. Zie andere modules en boek.
Vandaag in petto:
- Stappen in het kwantitatief onderzoeksproces.
- Het meten van concepten (operationalisering).
- Betrouwbaarheid en validiteit van metingen.
- Andere aandachtspunten (“preoccupations”) van kwantitatieve
onderzoekers.– causaliteit – generaliseerbaarheid – repliceerbaarheid Kennisclip 1 Stappen in het kwantitatief onderzoeksproces. 1 / 3
- Het meten van concepten (operationalisering).
Operationalisering: devise measures of concepts
Wat zijn concepten?• “Building blocks of theory”.• Labels die we op aspecten van de sociale werkelijkheid plakken.• “Categories for the organization of ideas and observations” (p.151) (Bulmer, 1984)
• Stap 1: Conceptualisering = het omschrijven/definiëren van een concept.
• Stap 2: Operationalisering = Het meetbaar maken van abstracte
concepten en begrippen.Devise measures of concepts Operationalisering (operationele definitie, p.152) = omschrijving van een specifieke, concrete procedure om een concept te meten.
• Dus: de procedure/regels opstellen om scores (waarden / attributen /
getallen) toe te kennen aan de variabelen.• Meten doe je per concept. Je meet concepten, niet hypothesen (hypothesen kunnen meerdere concepten bevatten).Wat zijn indicatoren?Sommige concepten kunnen we met een directe maat meten.• Measure (maat, meting): verwijst naar een hoeveelheid. 2 / 3
– Bijvoorbeeld: “het netto maandsalaris in euro’s” is een directe maat voor het concept “persoonlijk inkomen”.Andere concepten worden met meerdere indicatoren gemeten.• Indicator = een ‘aanwijzing’. “We use indicators to tap concepts that are less directly quantifiable” (p.152) – Bijvoorbeeld: “werktevredenheid”. Vier stellingen als indicatoren:
a) Over het algemeen ben ik tevreden met mijn baan.
b) Ik denk dat er veel andere banen zijn die interessanter zijn dan mijn
huidige baan.
c) Mijn huidige baan beantwoordt aan de verwachtingen die ik had voordat
ik hier begon.
d) Mijn huidige baan verschaft mij veel persoonlijke voldoening
Let op: indicatoren kunnen verwijzen naar verschillende
onderzoeksmethoden (manieren van data verzamelen).
Meting van attitudes: Likert-schaal (key concept 7.2)
Voorbeeld: “mate van enthousiasme voor MTSWO”. Ik gebruik een
multiple-item (= multiple-indicator) meetinstrument, bestaande uit vier stellingen (=‘items’). Dus een aantal/ meerdere items hebt (meerdere stellingen of vragen) die je gebruikt om de houding of attitude van iemand ten aanzien van een bepaald fenomeen te meten. Bij een likert-schaal maak je een gemiddelde van een hele reeks items, dat gaat meestal over een bepaalde attitude of houding.Waarom meerdere items? (een ‘schaal’/‘index’)
De drie belangrijkste redenen om meerdere items te nemen:
-Eén indicator zou sommige individuen onjuist kunnen classificeren -Eén indicator verwijst meestal slechts naar een gedeelte van het onderliggende concept -Met meerdere indicatoren kun je een meer gedetailleerd onderscheid maken tussen individuen.Verschillende dimensies van een concept?Verschillende items mag je soms niet zomaar optellen!Waarom? “people scoring high on one dimension may not necessarily score high on other dimensions, so that for each respondent you end up with a multidimensional ‘profile’” (p.156)
Voorbeeld: meting van de “positie” van politieke partijen .
1.De overheid moet maatregelen nemen om inkomensverschillen te verminderen (eens vs oneens) 2.Homoseksuele en lesbische stellen zouden dezelfde rechten moeten hebben om kinderen te adopteren als heteroseksuelen (eens vs oneens).
3.Nederland zou de Europese Unie moeten verlaten (eens vs oneens)
- / 3