Kinderjaren "Kinderjaren" van Jona Oberski is een belangrijk en zelfs onmisbaar boek uit de naoorlogse literatuur. Het handelt over de bezettingstijd in Amsterdam, het leven in concentratiekamp Westerbork, het transport naar Bergen-Belsen en de uiteindelijke bevrijding door de Russen.Wat dit boek zo bijzonder maakt, is dat het is geschreven vanuit het perspectief van een kind. Dit maakt dat de gebeurtenissen op rauwe, ongepolijste en tegelijkertijd indringende wijze worden geregistreerd. Oberski hanteert hierbij de directe en enigszins staccato taalvorm van een kind. Knap is de wijze waarop hij beschrijft hoe de innerlijke leefwereld van het kind, dat hunkert naar veiligheid, steeds meer op gespannen voet komt te staan met de kwaadaardige buitenwereld. In Amsterdam manifesteert de buitenwereld zich hooguit in de pesterige jongens die zandkastelen kapot trappen en de vergaande maatregelen tegen de Joden, maar dan staan de ouders steeds klaar om de ergste dreigingen voor het kind weg te nemen. Anders wordt het als het gezin een oproep krijgt voor Westerbork. Ongemerkt nemen de verschrikkingen een bijna onmenselijke vorm aan, dit alles echter op uiterst summiere en glasheldere wijze beschreven. Het gruwelijke hoogtepunt van het verhaal vormt de scène in het "knevelhuis" - door de kindermond tot "ketelhuis" verbasterd -, als de jongen onder druk van de andere kinderen tussen stapels lijken op zoek gaat naar zijn dode vader.Niet veel later worden de jongen en zijn moeder, samen met honderden anderen, op transport gezet naar Bergen-Belsen. Er volgt een zenuwslopende treinreis die maar liefst twee weken duurt, tot de trein tot stilstand komt in een weiland. Pas na dagenlang bang afwachten komen er eindelijk Russische soldaten aangemarcheerd. Voor de moeder van de jongen komt de bevrijding echter te laat.De jongen wordt teruggebracht naar Amsterdam, waar hij in een pleeggezin wordt geplaatst.Aanvankelijk weigert hij te eten, en als zijn pleegmoeder hem een hap toedient, braakt hij die weer uit. Ze maant hem om zijn eigen troep op te ruimen, want hij is tenslotte geen kind meer. "Ze gaf mij een doek. Ik begon schoon te maken." Dit is een schitterende beeld voor de overgang van kind naar volwassene, van oorlogsjaren naar de wederopbouw daarna. "Kinderjaren" is een subliem werk tegen het vergeten en breekt een lans voor de herinnering. 1 / 3
Kinderjaren Introtekst Novelle over de gevoelens en ervaringen van een klein joods jongetje, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog met zijn ouders enkele jaren in een concentratiekamp doorbrengt.Samenvatting
I:1 Vergissing
De niet met name genoemde ik-figuur, een jongetje van een jaar of drie, is met zijn moeder vanuit Amsterdam naar een barakkenkamp (Westerbork) gevoerd. Zij zegt dat het een vergissing is en verzekert hem dat ze binnenkort naar huis mogen. Na een week gaan ze inderdaad terug. Vader wacht hen huilend op.
I:2 Harlekijn
Lees meer Onderwerpen Centraal in Kinderjaren staat het verlies van (kinderlijke) onschuld.Aan het begin van de novelle is de hoofdpersoon een jongetje van ongeveer drie jaar. Hij is uit zijn vertrouwde, veilige omgeving overgebracht naar een kamp. Het is de eerste, en dadelijk zeer grote, inbreuk op zijn vertrouwde leventje thuis in Amsterdam. De jongen weet niet wat hem overkomt. Zijn moeder is echter altijd dichtbij, ze troost en kust hem. De veelzeggende beginzin van de novelle luidt: 'Niet schrikken, alles is goed, ik ben bij je.' Moeder stelt hem gerust: er is een vergissing gemaakt, binnen korte tijd zullen ze 'pappie' weer zien. Na een week zijn ze inderdaad herenigd.In verschillende hoofdstukjes wordt dit beeld van de veilige, idyllische kinderwereld uitgewerkt. Sleutelwoorden zijn: geborgenheid, warmte, knuffelen en kussen. 2 / 3
Lees meer Titel en motto's Op het eerste gezicht betekent de titel van de novelle niet meer dan: de kinderjaren van een jongetje. Bij de behandeling van het thema is er echter al op gewezen dat deze kinderjaren slechts voor korte tijd gevuld waren met de specifieke kenmerken van die periode: warmte, geborgenheid, veiligheid, naïviteit en onschuld. In dit licht gezien is de titel dus ironisch en eigenlijk bijzonder wrang: de kinderjaren van het jongetje waren in toenemende mate onthutsend en ontwrichtend.Uit interviews is bekend dat Oberski nog een reden had om de novelle deze titel mee te geven. Enkele jaren voordat hij dit boek schreef, had hij Kindertijd van de grote Russische schrijver Tolstoj (1828-1910) gelezen, ook een debuut. Oberski vond het een bijzonder helder boek en wilde dat zijn debuut ook zo zou worden.Het motto bestaat uit de laatste drie regels van 'Beemdgras en zachte dravik' van de schrijfster Judith Herzberg, het openingsgedicht uit haar bundel Beemdgras (1968).gras, in een blauwe theepot, apart, tussen het groeiend uitbloeiend, doorlevend gras gezet.' Het motto is veelzeggend. Met het gras bedoelt Oberski het jongetje, dat wordt afgesneden (geïsoleerd) en niet verder kan leven: gras hoort met zijn wortels in de grond te zitten (lees: in een vertrouwde, natuurlijke omgeving op te groeien), zodat het kan groeien en bloeien.Het jongetje is net als het gras afgesneden van een normaal leven en apart gezet (in een kamp). Op die manier gaat het kind, net als het gras, een vroegtijdige dood tegemoet. Net als het jongetje en zijn ouders werden in de Tweede Wereldoorlog vele joodse families door de Duitsers geïsoleerd. Zo'n 'verstrooiing' wordt 'diaspora' genoemd. De term werd al in de oudheid toegepast op de joodse gemeenschappen buiten Palestina.Het 'apart zetten' duidt op nog iets anders: het bewaren in de herinnering. Oberski heeft zijn herinnering aan dit vroegtijdig gestorven kind geboekstaafd. Op die manier heeft hij gezorgd voor 'doorlevend gras'.
- / 3