1 / 148
2022-2023
1 e Master LEERPADEN &
ZELFTESTEN
KLINIEK I
- / 4
2 / 148
KLEINE HUISDIEREN
ALGEMEEN ONDERZOEK
A. ADEMHALING
De ademhaling wordt eerst beoordeeld door de adembewegingen te inspecteren en de ademfrequentie in rust te tellen vanop afstand. Vervolgens wordt er met de stethoscoop geluisterd naar de thorax.
INSPECTIE VANOP AFSTAND (RUSTIGE OMGEVING)
Normale frequentie (volwassen hond in rust): 10-30/min (kat: 20-40/min)
Tijdens de inspectie wordt ook het ademhalingstype beoordeeld:
- Ritme: regelmatig (verhouding inspiratie:expiratie = 1:1,3)
- Type: normaal een costo-abdominale ademhaling (combinatie interne en externe
intercostaalspieren en diafragma)
o Inspiratie: let op laterale beweging thorax en toename buikwelving
o Expiratie: let op terugzinken ribben en afname buikwelving
- Diepte
AUSCULTATIE MET DE STETHOSCOOP
In stille ruimte, best achter het dier staan (grote hond: zijdelings), stethoscoop voldoende aandrukken Meerdere plaatsen bilateraal beluisteren, minstens 2 ademcycli/plaats
Normaal ademgeruis:
- Craniaal van tracheabifurcatie: ademgeruis over hele cyclus te horen
- Ook craniaal op de borstwand inspiratie en expiratie te horen, zeker
bij kleine dieren
- Verder caudaal: expiratiegeruis verzwakt en valt weg
B. HART
De hartfrequentie kan je bepalen door te ausculteren met een stethoscoop. Dit is het meest betrouwbaar. Je kan ook palperen naar de ictus cordis (hartpuntstoot), of naar de pols. Zowel het hart als de pols moeten bij elk dier onderzocht worden.
AUSCULTATIE MET DE STETHOSCOOP
Dit doe je best altijd bij de staande of zittende hond.
Beoordeling:
- Frequentie: (volwassen hond in rust): 70-160 bpm (kat: 120-240 bpm)
- Harttonen: 2-4, normaal gezien hoor je vooral 2 harttonen (lub-dub)
- Ritme: regelmatig of respiratoire sinusaritmie (bij inspiratie stijgt frequentie, bij expiratie daalt
frequentie, vooral bij lage ademhalings- en hartfrequentie) 2 / 4
3 / 148
4 klepgebieden te beluisteren (voor detectie abnormaal bijgeruis):
▪ Links: pulmonalisklep (2 op figuur): 3de IC ruimte ▪ Links: aortaklep (3 op figuur): 4de IC ruimte ▪ Links: mitralisklep (1 op figuur): 5de IC ruimte ▪ Rechts: tricuspidalisklep (4 op figuur): 4de IC ruimte
PALPATIE ICTUS CORDIS
Beoordeling:
- Frequentie (zie hoger)
- Links krachtiger dan rechts
- Links: 4de-5de-6de intercostaal (IC) ruimte
- Rechts: 3de-4de-5de IC ruimte
Uitvoering:
Met beide handen + achter het dier staan Opgelet: Bij kleine honden en katten: thorax ventraal omvatten
PALPATIE POLS
De pols kan je perifeer palperen/voelen door lichte druk op een perifere arterie uit te oefenen. Gebruik hiervoor best de top van wijs- en/of middenvinger.
Locatie: a. femoralis: standaard! (thv driehoek van Scarpa)
Uitvoering:
- Achter dier staan (evt. kan de pols ook in zijlig gepalpeerd worden)
- Handen van lateraal naar voor om beide dijen (duimen lateraal op de bil, wijs- en middenvinger
- Met vingertoppen hoog mediaal naar a. femoralis zoeken
- Minimum 15 seconden tellen (x4 → hartfrequentie per minuut)
mediaal van de bil)
Beoordeling:
- Frequentie
- Kracht
- Symmetrie
C. MUCOSAE
De mucosae kunnen best beoordeeld worden ter hoogte van de mond en de conjunctiva. Bijkomend kan evt. ook de vaginale of preputiale mucosa gecontroleerd worden.
Beoordeling:
- Kleur: normaal roze
- CVT (capillaire vullingstijd): < 2 seconden. Dit is de tijd die nodig is om een ischemie door druk op te
- seconden.
heffen. Men drukt hiervoor met een vinger op de mucosae tot deze wit ziet en daarna bepaalt men het aantal seconden dat nodig is om terug de vroegere kleur te bekomen. Normaal is dit minder dan
- Vochtigheid: normale mucosae zijn licht vochtig, zeker niet plakkerig
- / 4
4 / 148
Uitvoering:
Inspectie labiale en gingivale slijmvliezen: met duim en wijsvinger bovenlip optillen, lip hierbij niet opspannen
CVT ter hoogte van labiale slijmvlies: best orale mucosa thv lip (labiaal), lip niet te hard opspannen, met vingertop duwen op mucosa en dan beoordelen hoe snel witte (bloedloze) zone terug roze wordt
Inspectie conjunctivale slijmvliezen: leg je handpalm hiervoor zijdelings tegen de snuit en trek met je duim het onderste ooglid naar beneden. Ook de traanpunten kan je op dat moment bekijken.
D. PERIFERE LYMFEKNOPEN
Er wordt gevoeld naar palpeerbare oppervlakkige lymfeknopen (laten verspringen tussen duim en wijsvinger). Normaal gezien zijn
enkel volgende lymfeknopen palpeerbaar bij hond en kat:
- Mandibulaire lymfeknopen (lnn. mandibulares): 2-3,
cranioventraal van mandibulaire speekselklier
- Prescapulaire lymfeknopen (lnn. cervicales superficiales):
halverwege en juist voor de scapula gelegen
- Popliteus lymfeknopen (lnn. poplitei): caudaal van de knie,
tussen m. biceps femoris en m. semitendinosus
E. HUIDTURGOR
Bij een normaal, goed gehydrateerd dier is de huid elastisch en zal deze vlug terugkeren naar zijn normale positie wanneer deze wordt vastgenomen tussen de vingers (‘tent maken’). In een normale toestand moet de huid binnen 2 seconden terugkeren naar zijn normale positie.
F. TEMPERATUUR
De temperatuur wordt rectaal gemeten. De thermometer wordt voorzichtig rectaal ingebracht, zo’n
- cm diep. Best wordt wat glijmiddel gebruikt.
Normale temperatuur (volwassen hond in rust): 38-39°C (kat: 38,5-39°C)
- / 4