KRITISCHE SITUATIE
EIND ASSESSMENT
Naam Studentnumm er
0906422
Datum 18/06/2020 Stageplaats Albert Schweitzer ziekenhuis Afdeling Interne geneeskunde hematologie & oncologie Werkbegeleid ers Cora Vlot & Anja Egas School Hogeschool Rotterdam Opleiding Hbo Verpleegkunde Cursus Regielijn assessment Cursuscode OVK4AASS01 Instellingsdoc ent Sharon Visser 1 / 2
Kritische situatie
Situatie: Begin mei werkte ik een dagdienst op de afdeling interne geneeskunde
hematologie & oncologie. Ik stond samen met een gediplomeerd verpleegkundige op de palliatieve unit. Deze dienst had ik de coördinatie over de palliatieve unit, dit waren acht patiënten (Competentie: 11, 12). Tijdens de dienst was ik het aanspreekpunt voor de artsen/patiënten en naasten, hielp ik de patiënten met de verzorging, deed ik zelfstandig de artsenvisite, delegeerde ik taken naar mijn collega en keek ik naar de kwaliteit van zorg.
Taak: Tijdens deze dienst was het mijn taak om de zorg voor acht patiënten te
coördineren. Hierbij deed ik zelfstandig de artsenvisite. Daarbij was het mijn taak om klinisch te redeneren, te indiceren en samen te werken met collega’s en andere disciplines. Daarnaast was het mijn taak om aan de kwaliteit van zorg te werken, het zelfmanagement van mijn patiënten te versterken en ten allen tijde te handelen volgens mijn bevoegd- en bekwaamheden.Actie: Aan het begin van mijn dienst las ik de naslag, toedieningsregistratie, rapportages en de controlemetingen om een overzicht te krijgen van de toestand van de patiënten.Hierin viel het mij op dat er bij een patiënt was gestart met diclofenac bij wortelcompressie al gevolg van een ossale metastase. In de rapportages las ik dat dhr.last had van maagklachten, zoals misselijkheid, oprispingen en verminderde eetlust. In de toedieningsregistratie zag ik dat dhr. geen maagbescherming kreeg. Volgens protocol zou dhr. één keer per dag een maagbeschermer moeten krijgen om de productie van maagzuur te verminderen en maagklachten te voorkomen (Apotheek, 2020) (Competentie, 1, 3, 10). Na het inlezen besprak ik de patiënten met mijn collega en verdeelde ik taken (Competentie, 11, 12). Ik vroeg of mijn collega kon beginnen met het uitdelen van de medicatie, zodat ik de controles kon doen en zo al de patiënten kon zien voor de artsenvisite. Voor het opbouwen van een vertrouwensrelatie met de patiënt is de eerst indruk erg belangrijk. Bij binnenkomst in de patiëntenkamers stelde ik mij daarom netjes voor en handelde ik ter allen tijde volgens de beroepscode. Dit houdt in dat ik mij respectvol opstel tegenover de patiënt en naasten, streef naar zorgverlening van kwaliteit, neemt normen en waarden van de patiënt als uitgangspunt van de zorg en stelt deze centraal, kan ik professioneel samenwerken met collega’s en houdt ik mij aan het beroepsgeheim (Nederlandse Beroepscode van Verpleegkundigen en Verzorgenden, z.d.) (Competentie, 5, 16).Na de controles vroeg ik aan mijn collega hoe ver ze was en of er problemen waren waar ze tegenaan was gelopen om zo het overzicht te houden (Competentie 11, 12). Ik verdeelde de verzorging van de patiënten over mij en mijn collega. Een meneer (dhr.) moest nog geholpen worden met de verzorging. Hij gaf aan dit niet zelfstandig te kunnen en hulp van ons nodig te hebben. Hier herkende ik een zelfstandigheidstekort in het wassen en aankleden (Carpenito-Moyet, 2012) (Competentie 3). Ik weet door mijn scriptie dat binnen de huidige maatschappij eigen regie en zelfmanagement een steeds belangrijker begrip is. Ik vind het daarom van belang om hier aan te werken (Competentie 2, 16). Ik ging eerst met dhr. in gesprek en paste het 5 a model toe, omdat dit een model is om zelfmanagement te ondersteunen (van Hoofdt, Dwarswaard, & van Staa, 2015).Doormiddel van doorvragen achterhaalde ik waar het probleem vandaan kwam. Dhr. gaf aan dat hij door pijn beperkt werd in zijn bewegen en hierdoor niet meer goed zichzelf kon verzorgen. Daarnaast was dhr. bang om pijn te voelen en beperkte hij zoveel mogelijk het bewegen en mobiliseren. Ondanks de infuuslijnen en de pijn waren dit geen redenen dat dhr. helemaal geen bijdrage kon leveren in de zorg. Wel kon ik mij goed inleven dat deze twee punten het voor dhr. lastiger maakte (Competentie 8). Ik vroeg of dhr. open stond voor instructies en voorlichting om zijn zelfmanagement te versterken
- / 2