• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Kwestie 1: Filosofische antwoorden op de vraag, wat is de mens?

Class notes Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Kwestie 1: Filosofische antwoorden op de vraag, wat is de mens?

Inleiding Fenomenologie oDenken over de mens vanuit de eigen ervaring (eerste persoonsperspectief) oDescartes deed dit al door zijn bewustzijn te onderzoeken d.m.v. introspectie Dualisme van Descartes probeert het materialisme van de wetenschap te verenigen met een niet-materialistische opvatting van de mens, door bij de mens vast te houden aan het onderscheid tussen lichaam en geest.Descartes ziet mensen als wezens met een uitgebreid, mechanisch lichaam en een denkend bewustzijn die op elkaar inwerken en met elkaar verstrengeld zij.

oWij hebben een bijzondere verhouding met ons lichaam: We ervaren het

tegelijkertijd als een object dat we kunnen manipuleren en als een middel waarmee we bewust worden van de wereld en van onszelf oDe fenomenologie ontwikkelt zich als filosofische stroming die vanuit een analyse van het menselijke bewustzijn uitlegt hoe het ervaringsperspectief van de mens de toegang kan bieden tot een objectieve, externe en gedeelde wereld. De mens is in haar ervaringen en handelingen altijd al in deze wereld gesitueerd en op deze wereld gericht

Standpunt 1: Wij zijn een denkend, bewegend lichaam

Argument 1: onze gewaarwording van ons bewegende lichaam in de ruimte, gaat vooraf aan bewuste reflectie op onszelf (Maxine Sheets-Johnstone) oHoe worden wij ons bewust van onszelf?

Voorbeeld dans:

Een manier om te kijken naar dans is om vanuit het derde-persoons perspectief te beschrijven welke figuren een danser in de ruimte maakt en welke vormen en richtingen het lichaam daarbij aanneemt.Dit is echter niet hoe een danser te werk gaat wanneer zij bezig is om een dans te ontwerpen. Zij reflecteert eerder op de kracht die zij gebruikt in haar bewegingen, de focus die haar richting geeft en de scherpe of vloeiende kwaliteit van haar bewegingen. Achteraf kan de danser op deze ervaringen reflecteren om erachter te komen wat de totale vorm is die zij in ruimte en tijd heeft gemaakt en hoe zij deze verder kan ontwikkelen.

Argument 2: fenomenologie biedt een perspectief op onze bestaanservaring

oFenomenologie biedt een perspectief op de pre-reflectieve ervaring van het bewegende lichaam in de ruimte.Om op deze ervaring te kunnen reflegaat, moeten we haar eerst beleven.Vervolgens kunnen we deze ervaring op een fenomenologische manier beschrijven We ontdekken zo niet alleen hoe we onszelf als bewegend lichaam ervaren, maar ook hoe we in de wereld staan

Primaire tekst MSJ:

oOns lichaam bemiddelt niet alleen ons waarnemen en denken, het is zelf een vorm van denken 1 / 3

Onze kennis is belichaamd  Ons bewegende lichaam is ons denken Ons denken komt voort uit het sensomotorische (bewegende en voelende) lichaam  Aan ons denken gaat eerst een lichaamsschema vooraf oPre reflectieve gewaarworden  Je weet, voorafgaand aan de reflectie waar je lichaam zich in de ruimte bevindt.oDans kan niet begrepen worden vanuit alleen een 3 e persoonsperspectief Dans is niet alleen wat een toeschouwer ziet (3 e persoonsperspectief), maar ook het gevoel van het bewegende lichaam (1 e persoonsperspectief)  Dat gevoel is kinesthesie 1 e persoons- en 3 e persoonsperspectief combineren Verlegt de aandacht van proprioceptie naar kinesthesie = vermogen om beweging van het eigen lichaam te ervaren oHet is juist de beweging die een gevoel van een zelf voortbreng Wanneer we bewegen, merken we wat we kunnen doen en ervaren we onszelf als een ‘ik’ of eigenlijk als een ‘ik kan’ Niet een ‘ik’ dat van tevoren al bestaat en de omgeving van een afstand waarneemt, erover nadenkt en vervolgens beslist hoe te handelen. Maar een ‘ik kan’ ontstaat wanneer een bewegend lichaam voelt dat het beweegt én merkt hoe het dingen in de wereld kan beïnvloeden.Denken dat volkomen losstaat van het doen is fenomenologisch gezien onmogelijk oEr is pas een denkend ik omdat het lichaam kan bewegen oBewustzijn is een pre-reflectief bewustzijn  Anders dan Descartes reflectief bewustzijn Ik stoot mijn voet

Pre-reflectief:

oOnmiddellijke gewaarwording van de pijn oDe pijn gaat vooraf aan elke reflectie Ik ervaar de pijn en ik weet waar de pijn is.

Reflectief:

Daarna op de pijn reflecteren Ik denk na wat de pijn is, hoe het voelt en hoe het verschilt van andere pijn die ik eerder hen ervaren oBewustzijn-lichaam Benadrukt dat de twee zaken waarvan we gewend zijn apart van elkaar te bespreken, fenomenologisch gezien een eenheid vormen.Elke geleefde ervaring van het bewustzijn-lichaam omvat een prereflecieve gewaarwording van de ruimte Als ik naar een pen op tafel reik, doe ik dat omdat ik me prereflectief van mijn ruimtelijke aanwezigheid in relatie tot de pen.oWe zijn op de wereld gericht via en door ons lichaam 2 / 3

Motorische intentionaliteit Dichter bij een schilderij staan om een detail te zien Met je hand grijpen naar de deurknop Bukken voor een lage doorgang Deze motorische intentionaliteit is prereflexief oVoorafgaand aan elk denken en elke reflectie Niet alleen een vertrouwdheid met je eigen omgeving maar ook met je eigen lichaam oLichaamsschema Je weet wat je met je lichaam kan doen in allerlei mogelijke omstandigheden oProprioceptie Vermogen om onze positie van ons lichaam in de ruimte én de verhouding die ze ten opzichte van elkaar innemen, kunnen ervaren Ik hoef niet in de spiegel te kijken om te weten of ik op mijn hurken zit Ik weet met mijn ogen dicht of ik mijn armen omhoog of omlaag heb Een lichaam zijn en een lichaam hebben

oLichaam zijn:

Onmiddellijk Ik ervaar mijn hand anders dan een pennendopje Mijn hand ervaar ik onmiddellijk, het pennendopje kan ik alleen ervaren met mijn lichaam oLichaam hebben

Als een ding buiten je: object

oMet je rechterhand je linkerhand aanraken

  • / 3

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

With its step-by-step guides, this document made learning easy. Definitely a impressive choice!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 26, 2025
Description:

Kwestie 1: Filosofische antwoorden op de vraag, wat is de mens? Inleiding Fenomenologie oDenken over de mens vanuit de eigen ervaring (eerste persoonsperspectief) oDescartes deed dit al door zij...

Unlock Now
$ 1.00