Leer- en onderwijsproblemen l Spelling l College 6 l Pre-master Orthopedagogiek l SPO Groningen Samenvatting tentamenliteratuur leer- en onderwijsproblemen
SPELLING
Boek: Diagnostiek van technisch lezen en aanvankelijk spellen (Struiksma, Van der Leij & Vieijra, 2012).
-Hoofdstuk 4: Een model voor technisch lezen en aanvankelijk spellen.
Boek: Interventie bij onderwijsleerproblemen (De Jong & Koomen, 2011).
-Hoofdstuk 3:
Artikel: Working memory in children with learning disabilities in reading versus spelling (Brandenburg, Klesczeweski, Fischbach, Schuchardt, Büttner & Hasselhorn, 2014).Academische proefschrift: Variation in spelling ability in children precursors (Cordewener,
2014).
1 1 / 3
Leer- en onderwijsproblemen l Spelling l College 6 l Pre-master Orthopedagogiek l SPO Groningen
Boek: Diagnostiek van technisch lezen en aanvankelijk
spellen (Struiksma, Van der Leij & Vieijra, 2012).Hoofdstuk 4, Een model voor technisch lezen en aanvankelijk spellen.
4.1. Descriptief tegenover prescriptief.
Descriptief= Beschrijvend. Hierbij gaat het om feitelijk leesgedrag zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Hoe lezen kinderen?Prescriptief= Voorschrijvend. Hierbij gaat het om welke wijze het aanleren van de leesvaardigheid het beste zou kunnen verlopen. Hoe moet je de kinderen leren lezen?Een prescriptief model van technisch lezen is een didactisch model dat gaat over de wijze waarop het leesonderwijs ingericht zou moeten worden. Het formuleren van een leerlijn. Het is aannemelijk dat er verband is tussen de wijze waarop het leesonderwijs is ingericht en het leesgedrag van leerlingen.Woordsuperioriteitseffect= Het kost een ervaren lezer niet meer moeite een woord te herkennen dan een enkele letter.In een prescriptief model wordt het verband aangegeven tussen vaardigheden vinnen het leren lezen die objectief waarneembaar zijn. Een logische analyse van de leestaak. Leervoorwaarden zijn vaardigheden die slechts in afgeleide zin met de leestaak te maken hebben. Deelvaardigheden zijn de vaardigheden die binnen de analyse vallen.Uit normtabellen van de Grafementoets en de DMT is af te leiden dat er halverwege groep 3 grotere verschillen bestaan tussen leerlingen, zowel in letterkennis als in leesvaardigheid.
4.2. Niveaus van technische leesvaardigheid.
Voor een niveau-indeling van de technische leesvaardigheid wordt het nieuwe AVI-systeem gevolgd.Het aanvankelijk lezen bevat de niveaus M3 t/m M4, het voortgezet technisch lezen de niveaus E4 t/ m Plus.
Onder woordniveau maken wordt onderscheid gemaakt tussen niveau 1, 2 en 3:
Niveau 1: klankzuivere woorden, MKM-structuur, bijv. bos.
Niveau 2: MMKM, MKMM, MMKMM bijv. bloem/kast/krant.
Niveau 3: drie- of meerlettergrepige woorden
Niveaus aanvankelijk lezen:
Niveau M3, voornamelijk woorden niveau 1.Niveau E3, 80% woorden niveau I, 20 % niveau 2 Niveau M4, cluster van drie medeklinkers en meerlettergrepige woorden. 10% -15% niveau III en overig uit niveau I en II.
Beheersingsniveau:
Accuratesse: woorden herkennen, aantal fouten (minder dan 5% fout gelezen is foutloos.
Leestempo: snelheid (E3 40 woorden per minuut, E6 100 woorden per minuut)
Frustratieniveau= Wanneer de leerling in de tekst veel fouten leest of laag tempo heeft (meer dan 5% gewone woorden fout, 30% (onderbouw)- 15 % (eind basisschool) meer lees tijd).
2 2 / 3
Leer- en onderwijsproblemen l Spelling l College 6 l Pre-master Orthopedagogiek l SPO Groningen Instructieniveau= Het niveau dat geschikt is voor het oefenen van technisch lezen onder instructiecondities. Bij accuratesse en snelheid beide beheersing.
4.3. Het lezen van woorden.
Inleiding.Duale route modellen onderscheiden het lezen via letter-voor-letter verklanken van directe woordherkenning. Bij directe woordherkenning krijgt de lezer direct toegang tot een mentaal lexicon.Perfetti onderscheidt een functioneel (verklanken van letters, grafemen) en een autonoom (kennis van specifieke letter patroon, orthografie) lexicon.Morton geeft een interactief activatiemodel voor woordkenning in zijn logogen (structuur die een woord beschikbaar maakt als interne respons) model.Torgesen formuleert dat fonologische decodeervaardigheden een kritische ondersteunende rol spelen als leerlingen de orthografische leesvaardigheden beginnen te verwerven.Leerlingen met leesproblemen lijken vooral beperkt in het aantal woorden dat zij als orthografische eenheden snel kunnen herkennen.Essentieel in duale route modellen is dat er wordt uitgegaan van het bestaan van een systeem van betekenisvolle eenheden die in het geheugen liggen opgeslagen.Enkelvoudige ruite modellen zijn op basis van de theorie van het connectionisme. Herkenning van het woord gelijkgesteld aan de activatie van de fonologische code.Foorman komt met een integratieve opvatting. Ontwikkeling van globale woordherkenning (logografische fase) naar directe woordherkenning (orthografische fase).
Fonologisch bewustzijn= De vaardigheid om de fonemen in een gesproken woord te manipuleren.Dit wordt bepaald door de kwaliteit van de fonologische code van woorden. Voor een goede leesvaardigheid is gedetailleerde kennis van de fonologische code noodzakelijk.Het meervoudige route model bestaat ook uit de verwerking van eenheden tussen foneem en woord. Deze subeenheden lijken in de onwikkeling van de lesvaardigheid een rol te spellen bij de generalisatie. Bij generalisatie (= de verwerking van subwoord eenheden binnen nieuwe woorden) zitten grote verschillen tussen leerlingen.De leerling ziet het woord → stimulus (S) De leerling herkent het woord → interne respons (R) Full alphabetic phase (Ehri)= directe woordherkenning gebaseerd op volledige verbinding tussen grafemen in het geschreven woord en de fonemen in de klankvorm van het woord.
3 manieren van woordherkenning:
1)Volledige verklaring 2)Directe herkenning van woorddelen en verklanking 3)Directe woordherkenning Directe woordherkenning.Directe woordherkenning= Wanneer de leerling een woord herkend op grond van het unieke patroon van letters dat het woord van alle andere woorden onderscheidt.Skinner noemt lezen het produceren van de klankvorm van een woord als respons op het zien van de
geschreven vorm:
Stimulus (S1) Leerling ziet tien → Stimulus (2) Leerling hoort tien → Interne respons (R) Leerling herkent tien
- / 3