1e semester
- Kemp
Bedrijfskunde 1e semester Financial Accounting 1 / 4
Luca Paciola
(1445-1519)
Jan Ympyn Christoffel
(1543)
VOC (17e eeuw) Industriële revolutie (18e -19e eeuw) Beurscrash en regulering
(1929 -1933)
Europese harmonisatie
(1970 -1990)
HOORCOLLEGE 1
LEERDOEL 1: HET DOEL VAN FINANCIAL ACCOUNTING OMSCHRIJVEN
Financial accounting is het proces van informatieverstrekking aan externe partijen ter ondersteuning van hun besluitvormen.Strategisch belang: positioneert accounting als de taal die een onderneming spreekt met de buitenwereld en als een essentieel instrument voor externe besluitvorming Management account: richt zich op informatievoorziening voor interne beslissingen, genomen door het management Bedrijfsadministratie: een brede functie van algemene informatievoorziening binnen een organisatie Financial accounting: informatie verstrekken aan externe belanghebbende om hen in staat te stellen weloverwegen beslissingen te maken Verschil tussen interne en externe informatieverschaffing
LEERDOEL 2: HET MAATSCHAPPELIJK BELANG VAN FINANCIAL ACCOUNTING UITLEGGEN
Financial accounting creëert een gelijk speelveld door informatie asymmetrie aan te pakken – ontstaat wanneer er in een (financiële) transactie één partij een informatievoordeel heeft ten opzichte van de andere partijen.→ Adverse selection – één partij beschikt over inside information die de andere partij niet heeft vóór de transactie Oplossing: ondernemingen verplichten hun prestaties en financiële positie openbaar te maken, zodat alle partijen toegang hebben tot benodigde informatie (= financial reporting) → Moral Hazard – één of meerdere partijen hebben in een contract, informatie over de uitvoering van het contract en anderen niet (verborgen acties) Oplossing: gedrag van andere partij controleren en het delen van informatie om opportunistisch gedrag te ontmoedigen)
LEERDOEL 3: DE HISTORISCHE ONTWIKKELING VAN ACCOUNTI NG
• Luca Pacioli (1445–1519): Italiaanse wiskundige en monnik; beschreef in 1494 de Venetiaanse methode van dubbel boekhouden en introduceerde journalen en grootboeken.• Jan Ympyn Christoffel (?–1543): Antwerpse handelaar; verspreidde boekhoudkundige kennis in de Lage Landen en publiceerde het eerste Nederlandse boekhoudboek (1543) gebaseerd op de Italiaanse methode.• Simon Stevin (1548–1620): Wiskundig genie; benadrukt het intellectuele klimaat waarin wiskunde en handel/staat verweven raakten.• VOC (17e eeuw): Eerste beursgenoteerde bedrijf; verplichtte betrouwbare jaarrekeningen en ontwikkelde filiaalboekhouden vanwege internationaal netwerk en aandeelhouders.• Industriële Revolutie (18e–19e eeuw): Groei van grotere, kapitaalintensieve ondernemingen door nieuwe technologieën; leidde tot behoefte aan formele financiële verslaggeving voor banken en investeerders.• Beurskrach en Regulering (1929–1933): Crash legde gevaren van ongereguleerde markten bloot; resulteerde in oprichting van de SEC en ontwikkeling van accountingstandaarden door de GAAP. NL bedrijven moeten de IFRS regels • Europese Harmonisatie (1970–1990): Economische integratie leidde tot EU-richtlijnen om jaarverslagen in lidstaten te harmoniseren en vergelijkbaar te maken.• Internationale Standaarden (2005): Globalisering vereiste uniforme verslaggeving; invoering van IFRS voor alle beursgenoteerde bedrijven in Europa Intern Extern Wettelijke voorschriften Nee Ja Frequentie Vrijwel doorlopend Periodiek Detaillering Zeer gedetailleerd Meer globaal Tijdstip van berichtgeving Vrij snel na einde periode Later Mogelijke neiging tot ‘creatieve accounting’ Nee, althans niet op het niveau van de centrale leiding Ja Internationale staandaarden
(2025) 2 / 4
LEERDOEL 4: DE ELEMENTEN VAN DE BALANS EN DE RESULTATENREKENING BENOEMEN
Balans – financiële positie van een onderneming op een bepaald moment Activa (bezittingen) = passiva (schulden) + eigen vermogen Winst- en verliesrekening – prestaties van een onderneming: hoeveel winst of verlies is er gemaakt?Opbrengsten – kosten = nettowinst
HOORCOLLEGE 2
LEERDOEL 1: DE ONDERDELEN VAN DE VIJF FINANCIËLE OVERZICHTEN UITLEGGEN
Overzicht Wat laat het zien Periode/tijdstip Belangrijkste onderdelen Belangrijk voor analyse
- Balance Sheet (Balans) Financiële positie van
een onderneming op een bepaald moment.Op een specifieke datum Activa (bezittingen) = Passiva (schulden) + Eigen vermogen
• Activa: cash, investeringen,
debiteuren, voorraden, vaste activa, immateriële activa
Vlottende activa: Bezittingen die
binnen één jaar in geld kunnen worden omgezet, zoals voorraad, debiteuren en kasgeld.
Vaste activa: Bezittingen die langer
dan één jaar gebruikt worden in het bedrijf, zoals gebouwen, machines en voertuigen.
• Passiva: crediteuren, leningen,
belastingen, verplichtingen
• Eigen vermogen:
aandelenkapitaal + ingehouden winsten
Toont solvabiliteit:
kan het bedrijf zijn schulden betalen?Hoe groot is de buffer (eigen vermogen)?
Eigen vermogen is een beschermlaag, mocht er iets fout gaan wat is dan de maximale buffer van het bedrijf?
- Income Statement
(Winst- en Verliesrekening) Prestaties van een
onderneming: hoeveel
winst of verlies is er gemaakt?Over een periode (jaar, kwartaal, maand) Opbrengsten – Kosten = Nettowinst
• Opbrengsten: verkoop, rente,
huur
• Kosten: lonen, huur,
afschrijvingen, kostprijs verkopen
Toont
rendabiliteit:
verdient het bedrijf meer dan het uitgeeft?
- Statement of
Stockholders’ Equity (Overzicht van Eigen Vermogen) Veranderingen in het eigen vermogen gedurende een periode.Over een periode (jaar, kwartaal, maand) Common Stock (aandelenkapitaal) + Retained Earnings (ingehouden winsten)
• Beginstand + toevoegingen (uitgifte aandelen, nettowinst) – verminderingen (dividend) = eindstand
Toont kapitaalstructuur
en beleid: hoeveel
winst wordt uitgekeerd of herbelegd?
- Statement of Cash
Flows (Kasstroomoverzicht) In- en uitstromen van geld (cash) binnen de onderneming.Over een periode (jaar, kwartaal, maand)
3 soorten kasstromen:
- Operationele activiteiten –
- Investeringsactiviteiten –
- Financieringsactiviteiten –
dagelijkse bedrijfsvoering
aankoop/verkoop activa
leningen, aandelen, dividend
Som = verandering in cashpositie
Toont liquiditeit:
kan het bedrijf zijn rekeningen betalen en investeringen financieren?
- Other Comprehensive
Income (OCI / Totaaloverzicht) Niet-gerealiseerde winsten en verliezen (nog niet verkocht of omgezet in cash) Over een periode (jaar, kwartaal, maand)
Voorbeelden: koersverschillen,
herwaarderingen, pensioenaanpassingen Geeft vollediger beeld van totaalresultaat naast de nettowinst. 3 / 4
LEERDOEL 2: HET VERBAND TUSSEN DE VIJF FINANCIËLE OVERIZCHTEN UITLEGGEN
- Winst- en verliesrekening berekent de nettowinst
- Kasstroomoverzicht verklaart waarom cashpositie op de balans veranderd
- Totaaloverzicht vult de winst aan met ongerealiseerde posten
➔ Die nettowinst wordt toegevoegd aan ingehouden winsten in het overzicht van het Eigen Vermogen ➔ De eindstand van Retained Earnings komt terecht op de balans bij het eigen vermogen
LEERDOEL 3: ONDERLIGGENDE BASISCONCEPTEN VAN ACCOUNTING UITLEGGEN
De voordelen om informatie te verstrekken, moeten zwaarder wegen dan de kosten
- Je drukt iets uit een bepaalde waarde (Monetary unit)
- Van alle activiteiten in een onderneming moet verslag worden gedaan (separate entity)
- De onderneming blijft voor het komende jaar gewoon bestaan (going concern) —> continuïteit; de onderneming bestaat nog
Elementen die moeten worden gemeten en gerapporteerd:
- Activa – schulden – eigen vermogen – investeringen van eigenaren – uitbetalingen aan eigenaren
- Opbrengsten – Kosten
- Totaaloverzicht
Meetconcept - Historische kostprijs: de prijs die je er ooit voor hebt betaald, niet wat het nu waard is.Doel van financiële verslaggeving Fundamentele kenmerken van nuttige informatie
Versterkende kenmerken van nuttige informatie
LEERDOEL 4: HET EFFECT VAN FINANCIËLE TRANSACTIES IN DE BALANS VERWERKEN
Een balans biedt een momentopname van de financiële positie van een bedrijf:
Activa = Schulden + Eigen Vermogen Dit evenwicht wordt gehandhaafd door het ‘dual effect’ – elke financiële transactie heeft minimaal twee effecten op de balans. Door dit dubbele effect blijft de vergelijking altijd in evenwicht.
Het analyseren van een transactie gebeurt stapsgewijs:
1) Identificeer de rekeningen die door de transactie worden beïnvloed en bepaal of dit activa, schulden of eigen vermogen zijn.2) Bepaal voor elke rekening of er sprake is van een stijging of een daling.3) Verifieer of de balansvergelijking (Activa = Schulden + Eigen Vermogen) na de transactie nog steeds in evenwicht is.`
LEERDOEL 4: EEN BALANS SAMENSTELLEN
Activa (assets)
- Cash
- Accounts Receivable (debiteuren)
- Notes receivable (te ontvangen geld)
- Prepaid expenses (vooruitbetaalde
- Equipment (machines)
- Buildings (gebouwen)
- Intangible assets (immateriële activa)
kosten)
Schulden (Liabilities) Eigen vermogen (Stockholders’ Equity)
- Accounts Payable (crediteuren) - Common stock (aandelenkapitaal)
- Notes Payable (ondertekende schulden) - Retained Earnings (ingehouden winsten)
- Accrued Payroll (te betalen loonkosten)
- Taxes ayable (te betalen belastingen)
- Unearned Revenu (nog te realiseren opbrengst)
- Bonds Payable (obligatieleningen)
Het verstrekken van financiële informatie die nuttig is voor bestaande en potentiële investeerders, geldverstrekkers en andere schuldeisers
Relevantie: informatie moet relevant zijn
voor de beslissingen van gebruikers
Getrouwe weergave: informatie moet
betrouwbaar zijn op basis van de bedrijfsactiviteiten Tijdigheid, verifieerbaarheid, vergelijkbaarheid en begrijpelijkheid
- / 4