• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Leerlijn 2 toetsmatrijs

Class notes Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Leerlijn 2 toetsmatrijs Psychopathologie De student kent de DSM-V criteria van de borderline persoonlijkheidsstoornis.Een diepgaand patroon van instabiliteit in intermenselijke relaties, zelfbeeld en affecten en van duidelijke impulsiviteit, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties, zoals blijkt uit vijf (of meer) van de volgende

kenmerken:

krampachtig proberen te voorkomen om feitelijk of vermeend in de steek gelaten te worden.een patroon van instabiele en intense intermenselijke relaties gekenmerkt door wisselingen tussen overmatig idealiseren en kleineren.identiteitsstoornis: duidelijk en aanhoudend instabiel zelfbeeld of zelfgevoel impulsiviteit op ten minste twee gebieden die in potentie betrokkene zelf

kunnen schaden (bijvoorbeeld: geld verkwisten, seks, misbruik van middelen,

roekeloos autorijden, vreetbuien).recidiverende suïcidale gedragingen, gestes of dreigingen, of automutilatie affectlabiliteit als gevolg van duidelijke reactiviteit van de stemming (bijvoorbeeld periodes van intense somberheid, prikkelbaarheid of angst, meestal enkele uren durend en slechts zelden langer dan een paar dagen) chronisch gevoel van leegte inadequate, intense woede of moeite om kwaadheid te beheersen (bijvoorbeeld frequente driftbuien, aanhoudende woede of herhaaldelijke vechtpartijen).Voorbijgaande, aan stress gebonden paranoïde ideeën of ernstige dissociatieve verschijnselen.De student weet welke verpleegkundige interventies ingezet kunnen worden bij een patiënt met een borderline persoonlijkheidsstoornis.

Verpleegkundige diagnosen:

Dreigende automutilatie/dreigend geweld, gericht op anderen of zichzelf Angst (hevig of paniek) Inadequate sociale interactie Identiteitsstoornis Negatief zelfbeeld

De student kan de verschillende persoonlijkheidsstoornissen beschrijven. En is op de hoogte van de clusterindeling.ClusterPersoonlijkheidsstoornis Klinisch beeld Cluster A (Vreemd excentriek) Deze mensen zijn introvert, trekken zich terug uit sociaal contact, zijn beperkt in hun emotionele expressie en hebben vaak een veranderde waarneming of denkwijze.Paranoïde persoonlijkheidsstoornis

Prevalentie: 0,4% tot 1,8% van de

mensen uit de algemene bevolking, meer mannen dan vrouwen.Mensen met een paranoïde persoonlijkheid lijken in hun ontwikkeling te hebben geleerd dat (belangrijke) anderen niet te vertrouwen zijn, simpelweg omdat het ook niet veilig was.

  • Diepgaand patroon van wantrouwen en achterdocht
  • Denkt benadeeld te worden
  • Rancuneus (hij/zij is haatdragend)
  • Jaloers
  • Kan moeilijk binden
  • Ongerechtvaardigde twijfels over de trouw van de
  • echtgenoot/partner. Patiënten kunnen een gespannen, angstige, onzekere, prikkelbare of boze indruk maken. Deze patiënten zijn vaak kwetsbaar, angstig en labiel wat zich uit in vijandigheid, koppigheid en sarcasme. 1 / 3

Schizoïde persoonlijkheidsstoornis

Prevalentie: 0,4% tot 0,9% van de

mensen uit de algemene bevolking, meer mannen dan vrouwen.In hun jeugd wellicht een tekort gehad aan liefde, contact met anderen en aandacht. Verder zijn er aanwijzingen dat emotionele-, en lichamelijke mishandeling alsook seksueel misbruik van invloed zijn op het ontstaan.

  • Afstandelijk in relaties en geen plezier in (hechte)
  • relaties

  • afgevlakt in emoties
  • Vaak teruggetrokken en stil en graag alleen
  • Weinig plezier aan activiteiten
  • Geen belangstelling voor seksuele contacten of bv.
  • Knuffel met ouder of vriend

  • Onverschillig voor kritiek
  • Ze worden zelden kwaad en zijn vaak passief, ook bij
  • nare gebeurtenissen.Schizotypische persoonlijkheidsstoornis Prevalentie 0,1% tot 3% van de mensen uit de algemene bevolking

Oorzaak: waarschijnlijk om een

samenspel van psychologische, biologische en omgevingsfactoren.

  • Ongemak bij intieme relaties
  •  geen echte vrienden of vertrouwelingen. Excessieve sociale angst, die vaak samenhangt met paranoïde angsten. Nauwelijks geïnteresseerd in relaties en worden gespannen wanneer anderen te dichtbij komen.

  • Cognitieve en perceptuele eigenaardigheden
  • • Merkwaardige wijze van denken en spreken (Aparte chaotische spraak) • Betrekkingsideeën • Eigenaardige overtuigingen of magische denkbeelden • Ongewone perceptuele ervaringen • Zonderling uiterlijk (vreemde kleding en onverzorgd uiterlijk) • Kil en afstandelijk

  • Vaak alcohol- en drugsmisbruik

Het onderscheid zich van schizoïde-persoonlijkheidsstoornis:

bij een schizoïde-persoonlijkheidsstoornis is er geen sprake van magische denkbeelden, betrekkingsideeën, illusoire vervalsingen en paranormale beleving.Cluster B (overdreven, emotioneel, onconventioneel) Patiënten ervaren hun problemen vaker dan patiënten uit cluster C, als iets dat veroorzaakt is door een ander.Antisociale- persoonlijkheidsstoornis (psychopaten, mensen die voor veel overlast zorgen)

Prevalentie: 0,2 % tot 3% van de

mensen uit de algemene bevolking, vaker bij mannen dan bij vrouwen.

Ontstaan: belangrijke mix van een

aantal factoren die op elkaar inwerken; zoals erfelijke, biologische (vaak bepaalde hersenafwijkingen), psychologische en omgevingsinvloeden (armoede en opgroeien “slechte buurt”, ouders stellen weinig grenzen, inconsequent en hard straffen, weinig liefde en warmte).

  • Aanwezig vanaf 15 jaar
  • Houdt geen rekening met anderen; gebrek aan respect
  • en schending v.d. rechten van anderen

  • Onbetrouwbaar
  • Prikkelbaar en agressief
  • Roekeloze onverschilligheid voor de veiligheid van
  • zichzelf en anderen

  • Onverantwoordelijkheid
  • Oneerlijk
  • Impulsief
  • Ongevoelig voor gevaar
  • Geen spijt
  • Misleiding en manipulatie staat op de voorgrond. Dit maakt een heteroanamnese enorm belangrijk.

  • Vele patiënten die deze stoornis hebben, hebben in
  • hun jeugd geweld, mishandeling, chaos of ellende meegemaakt.

  • Een subgroep heeft het onvermogen empathie te
  • bezitten.

  • Vaak lijden deze patiënten tevens aan een
  • stemmingsstoornis, angststoornis, stoornissen in het gebruik van middel of andere persoonlijkheidsstoornissen uit het B cluster.Borderline- persoonlijkheidsstoornis (automutilatie, zelfmoordpogingen en veel eisend)

Prevalentie: 1% tot 1,7% van de

  • Instabiele relaties, zelfbeeld en stemming
  • Angst voor verlating  staat erg op de voorgrond (heel
  • claimend zijn naar de anderen, snel het gevoel hebben dat ze niet belangrijk voor je zijn)

  • Impulsiviteit en onvoorspelbaarheid
  • • Zelfbeschadiging • Suïcidepogingen 2 / 3

mensen uit de algemene bevolking, vaker bij vrouwen.

Ontstaan: Het gaat waarschijnlijk om

een ingewikkelde mix van een aantal factoren die op elkaar inwerken. Deze mix is voor niemand hetzelfde. Combinatie tussen impulsiviteit en emotionele instabiliteit.Deze combi lijkt gedeeltelijk te komen door de ingrijpende ervaringen die mensen met borderline hebben meegemaakt in hun leven.(Ongeveer 84,5% van de mensen met borderline-PS heeft in de periode van een jaar tenminste één andere psychische stoornis. De stoornissen die het vaakst naast borderline-PS optreden zijn stemmingsstoornissen, angststoornissen en middelen-gerelateerde stoornissen)

  • Gevoel van leegte
  • Psychotische klachten onder stress
  • Identiteitsproblemen
  • Zelfdestructiviteit (opleiding niet afmaken, passende
  • baan laten mislukken, relaties uitmaken omdat het saai is)

  • Een groot deel van deze patiënten is fysiek mishandeld
  • of seksueel misbruikt.

  • Het gaat vaak samen met andere
  • persoonlijkheidsstoornissen, stemmings- angststoornissen, PTSD, dissociatieve stoornis, eetstoornis, ADHD of een stoornis in het gebruik van middelen, veel wisselende seksuele contacten.Narcistische- persoonlijkheidsstoornis (veel conflicten om zich heen die hij aan anderen wijt)

Prevalentie: 0,1 % tot 3,9% van de

mensen uit de algemene bevolking, vaker bij mannen.

Ontstaan: Belangrijke mix van een

aantal factoren die op elkaar inwerken, zoals erfelijke, biologische, psychologische en omgevingsinvloeden. Verhouding tussen denken en voelen is aantoonbaar uit balans. Hierbij valt vooral het gevoelstekort en het gebrek aan het zich kunnen inleven in anderen (empathie) op.

  • Grootheidsgevoelens
  • Behoefte aan bewondering
  • Denkt bijzondere rechten te hebben
  • Gebrek aan empathie
  • Gepreoccupeerd met fantasieën over grenzeloos
  • succes of macht

  • Exploiteert anderen
  • Afgunstig
  • Toont zich arrogant
  • Als kind werden zij vaak te weinig gewaardeerd of juist
  • overgewaardeerd. Ze zijn meer bezig met wat ze kunnen en met de buitenkant dan met wie ze werkelijk vanbinnen zijn. Hun eigen innerlijke wereld roept vaak schaamte bij hen op.

  • Aan de andere kant is er sprake van een extreem
  • gevoel van minderwaardigheid en onzekerheid, omgeving krijgt dit vaak niet mee.

  • Problemen op werkgebied en intieme relaties
  • Histrionische- persoonlijkheidsstoornis (voorheen theatrale persoonlijkheidsstoornis)

Prevalentie: 1,3% tot 3% van de

bevolking.

Ontstaan: Ingewikkelde mix van een

aantal factoren die op elkaar inspelen.Hoe dit gaat, is voor iedere mens anders. Voor een deel erfelijk.

  • Wil in middelpunt van belangstelling staan; excessieve
  • emotionaliteit en aandacht vragen

  • komt over als spontaan, sociaal, charmant en
  • aanwezig

  • Ongepast (seksueel) verleiden, moeite met echte
  • intimiteit in een relatie.

  • Stijl van spreken die sterk door emoties is gekleurd.
  • Snel wisselende en oppervlakkige expressie van
  • emoties

  • Dramatiseert zichzelf en relaties; beschouwt relaties
  • met anderen als intiemer dan deze in werkelijk zijn.

  • Deze patiënten kunnen ernstige klachten onbewogen,

onbezorgd of zelfs opgewekt presenteren: belle

indifference.

  • Deze patiënten lijken vaak oppervlakkig, onecht en
  • leeg.

  • Somatisatiestoornis, lange ziektegeschiedenis, veel
  • klachten, onverklaarbaar.

  • Somberheidsklachten
  • Er is vaak een overlap met andere
  • persoonlijkheidsstoornissen uit cluster B en met de afhankelijke persoonlijkheidsstoornis.Cluster C (gespannen, angstig) Deze patiënten ervaren de Vermijdende persoonlijkheidsstoornis

Prevalentie: 1% tot 5,2% van de

  • Geremd in gezelschap en vermijden vaak relaties
  • Overgevoelig voor negatief oordeel
  • Overtuiging minderwaardig te zijn
  • / 3

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

With its step-by-step guides, this document made learning easy. Definitely a impressive choice!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 26, 2025
Description:

Leerlijn 2 toetsmatrijs Psychopathologie De student kent de DSM-V criteria van de borderline persoonlijkheidsstoornis. Een diepgaand patroon van instabiliteit in intermenselijke relaties, zelfbeeld...

Unlock Now
$ 1.00