1
LEESVERSLAG NEDERLANDS
Auteur: Arthur Japin
Titel, jaartal eerste druk: De zwarte met het witte hart, Arthur Japin
1. SAMENVATTING
In het eerste deel van de roman worden de volgende
hoofdpersonages voorgesteld:, Kwame Boachi, Kwasi Boachi, Ahim,
Adjunct-commissaris Johannes van Drunen, generaal-majoor Jan Verveer en Adeline Renselaar.Kwame Boachi is als neef van de koning Kwaku Dua de rechtvaardige troonopvolger van het Ashantijnse rijk aan de Goudkust van Afrika. Als kind heeft hij “een strenge blik” die de andere kinderen afschrikt waardoor hij weinig vrienden heeft.Op een dag komt hij zijn neef Kwasi in tranen tegen omdat zijn vader zijn broers aan een Engelse gezant naar Fort Cape heeft meegegeven. Door zelf ook in snikken uit te barsten troost hij zijn wanhopige leeftijdsgenoot. Hiermee wordt het begin van hun levenslange vriendschap getekend. Vanaf die dag doen de twee jongens alles samen en worden langzamerhand onafscheidelijk.Van Drunen en Verveer leren we kennen uit de extracten van hun reisverslagen over hun expeditie naar Kumasi. Men vertelt meestal in zulke omstandigheden meer over de bezigheden van de anderen dan over zichzelf. Daarom komen we het meest te weten over Van Drunen in de geschriften van Verveer en andersom.Jan Verveer is gouverneur-generaal van het Oost-Indisch Leger, aanvoerder van de ambassade, commissaris en afgezant van de koning Willem I der Nederlanden. Samen met officier van Drunen worden ze voor een geheime missie naar de koning van Ashanti gestuurd. Ze willen daar een vast rekruteringsdepot opzetten voor de levering van minstens duizend ‘manschappen’ per jaar, terwijl het verbod op slavernij in Nederland al is ingezet.In eerste instantie wil Kwaku Dua niet met deze blanken handelen en geeft hen teken tot vertrek.Maar dan zetten de Hollanders de muziekkorpsen in om de aandacht te trekken, die Der Freischutz Von Weber beginnen te spelen. Hierbij beweert Verveer deze “Mars voor de koning van Ashanti” speciaal voor Kwaku Dua te hebben laten componeren. Deze laatste ziet niet in dat dit een leugen is, en voelt zich erg gevleid. Hij besluit de vreemdelingen onderdak te geven.Een enkele tijd later wordt Verveer ziek waardoor het verblijf van de Europeanen met twee weken wordt verlengd. Ondertussen vermaakt Van Drunen zich met de nu elfjarige Kwame en Kwasi door te schaken en met handpoppen te spelen. De koning ziet met een gerust oog dat de kinderen het met de Hollanders goed hebben. Als gevolg daarvan neemt hij een belangrijk besluit, “belangrijk voor de toekomst”. Hij heeft veel goeds gehoord over de Europese beschaving. De twee prinsen zullen 1 / 2
2
daarom met van Drunen en Verveer naar Nederland varen om daar te studeren en opgevoed te worden. Zo belanden de twee prinsen in Delft, waar hun namen tot Aquasi en Quame worden veranderd.Het eerste deel van het boek behandelt deze periode niet. Wel komen we te weten dat Kwasi later zelfmoord pleegt. Pas aan het einde van het verhaal ontdekken we dat de reden hiervoor is dat hij eenmaal terug in Kumasi wordt afgewezen door zijn oom. Zijn dood is op zijn beurt de oorzaak van het verhuizen van Kwasi naar Java. Hij hoopt dat de afstand hem zal helpen zijn verdriet te vergeten.Daar huurt hij een plantage waar hij thee en vervolgens rijst en koffie teelt. Maar de vruchtbaarheid van de grond is laag en hij zoekt tevergeefs een hypotheek. Bovendien krijgt hij problemen met de arbeiders die hem weigeren te gehoorzamen omdat hij zwart is.Ahim, die dankzij Aquasi ooit aan een zweepslag is ontkomen, staat hem echter wel bij en helpt hem verder met het verbouwen van zijn plantage. Vervolgens blijft hij voor de rest van zijn leven trouw bij hem dienen. Ondanks dat hij niet van veel hulp is vanwege zijn tenger figuur, vindt de zwarte prins hem sympathiek en houdt hem daarom toch onder zijn hoede.Vijftig jaar na zijn aankomst op Java wil Adeline Renselaar, de nicht van de eigenaresse van Kwame plantage een jubileum voor Kwasi organiseren uit medelijden en betrokkenheid met zijn “kwestie”.Ze is hypersensitief en kan zich daardoor makkelijker met de oude man identificeren. Ook is ze zelf altijd aan de kant gezet vanwege haar uitzonderlijk karakter en haar uiterlijk: “Zij is twee keer zo groot als een ander en draagt een puntqueue”, en heeft “een vette harpij met een adelaarssnavel”.Later ontvangt Kwame van haar een briefje, waarin ze schrijft dat haar man Richard haar heeft onthuld dat er iets verscholen wordt wat betreft het gebrek aan voortgang in zijn Indische Carrière.Dat zet de oude man aan het denken en hij besluit hierdoor zijn leven weer goed op een rijtje te zetten met het schrijven van dit boek.Pas veel later komen ze achter dat in werkelijkheid de Nederlandse regering hem al die tijd heeft tegengewerkt alleen vanwege zijn donkere huidskleur.
2. THEMA
In het slot van het boek spelen Kwasi Boachi, Cornelius de Groot, Ahim, groothertogin Sophie, Adeline Renselaar en Johannes van Drunen de hoofdrol. Dit deel behandelt de geschiedenis na de dood van Kwame.Drie maanden na de zelfmoord van zijn neef gaat Kwasi naar Indië om zijn verdriet te vergeten. Daar wordt hij aangesteld als aspirant ingenieur in dienst van de minister voor Koloniën. Hij wordt zelfs bevorderd tot administratief hoofd van het departement voor de mijnen. Maar in werkelijkheid komt hij als secretaris onder de hoede van Cornelius de Groot, zijn oude vijand en studiegenoot, te staan.In 1852 ontmoet Kwasi samen met Cornelius een Indische jongen die hij rond de vijftien schat. Als hij weigert de bagage van Cornelius te dragen, probeert Cornelius hem in zijn woede met een zweep te slaan. Maar Kwasi grijpt in en beschermt hem met zijn arm. Ahim is hiervoor erg dankbaar en besluit later als “laatste slaaf op Java” voor hem op zijn plantage te werken.
- / 2