Levenslooppsychologie
- Levensloop en ontwikkeling
ontwikkelingspsychologie richt zich op onderzoek naar algemene ontwikkelingsmechanismen.Levenslooppsychologie richt zich op het bijzondere in de ontwikkeling van het individu.Wat is ontwikkeling?volgens van Dale groei, wasdom, ontvouwen, loswikkelen, ontstaan, ontplooien, of gerichte verandering. Wasdom en ontvouwen verwijst naar rijping door aangeboren structuren of functies volgens een vast patroon.Wat is ontwikkeling volgens de psychologie?Ontwikkelingspsychologische theorieën en modellen Een theorie beschrijft concrete veranderingen in gedrag die samenhangen met leeftijd en ze beschrijft verschillen tussen individuen en groepen met betrekking tot deze veranderingen. Een model bevat assumpties waarop een ontwikkelingspsychologische theorie is gebouwd. Ook wel visies of uitgangspunten. Het model staat dus aan de basis van de theorie. Het model geeft aan wat als motor van ontwikkeling wordt gezien en hoe het ontwikkelingsproces als zodanig gestalte krijgt in de tijd.
Een ontwikkelingspsychologisch model geeft antwoord op de volgende vragen:
- Wat lokt ontwikkeling uit?
- Wat bevordert ontwikkeling?
- Wat houdt ontwikkeling in stand?
De ontwikkelingspsychologische theorie geeft antwoord op de vraag wat de uitkomst is van het
ontwikkelingsproces:
- Waartoe leidt identiteitsontwikkeling?
- Waartoe leidt morele ontwikkeling?
- In welke richting verloopt de psychoseksuele ontwikkeling?
Belangrijke ontwikkelingsmodellen Het groeimodel: hierbij wordt ontwikkeling opgevat als een rijpingsproces dat genetisch is geprogrammeerd. Ontwikkeling is een kwantitatieve toename van de verschillende capaciteiten en vaardigheden. Bij bv de klassieke leertheorie.Het stagnatiemodel en het trapeziummodel: in sommige groeimodellen wordt op volwassen leeftijd een stagnatie van de ontwikkeling voorzien en een aftakeling aan het eind van het leven. Vooral aanwezig bij klassieke ontwikkelingspsychologen en in de theorie van Freud.Het stadiummodel/laddermodel: hierbij wordt ontwikkeling opgevat als een stapsgewijs proces, waarbij deze leiden tot kwalitatieve verandering.Het differentiatiemodel: dit model vertolkt de visie dat aanvankelijk simpele globale gedragspatronen in de loop van de ontwikkeling steeds worden verfijnd en gespecialiseerd. Bv taal en motoriek.Het levensloopmodel: in dit vertakkingsmodel wordt ontwikkeling gezien als de resultante van biologische, sociale en persoonlijke factoren. Van groot belang zijn onregelmatige en onvoorspelbare patronen in de levensloop. Deze kenmerkt zich door grote interindividuele variatie tijdens de levensloop en een open einde.Het webmodel: het ontwikkelingsweb vormt een theorie van dynamische systemen. Er ontstaan nieuwe verbindingen, verstevigingen en verfijningen, waarbij soms oude verloren gaan. Het staat voor individuele ontwikkeling. Mensen kunnen tijdelijk een optimaal niveau bereiken, maar zakken 1 / 2
daarna meestal terug naar het functionele niveau.Nu gaan we uit van het levensloopmodel met ontwikkeling opgevat als resultaat van biologische, sociale en persoonlijke factoren.Ontwikkeling op verschillende niveaus
Menselijke ontwikkeling vindt plaats op:
- microgenetisch niveau (ontwikkeling op celniveau, niveau van organen en hersenen)
- ontogenetisch niveau (individuele ontwikkeling gedurende de levensloop)
- sociogenetisch niveau (ontwikkeling van menselijke gemeenschappen en culturen)
- antropogenetisch niveau (ontwikkeling van de menselijke soort)
- fylogenetisch niveau (ontwikkeling van biologische soorten)
De levensloopbenadering: een nadere uitwerking
Belangrijke uitgangspunten
De levensloopbenadering kent de volgende belangrijke uitgangspunten:
- ontwikkeling vindt plaats gedurende het hele leven, tijdens alle levensfasen
- bij individuen kunnen we zowel stabiliteit als verandering constateren gedurende de levensloop
- menselijke ontwikkeling is ontwikkeling op een groot aantal fronten die onlosmakelijk met elkaar
- het gedrag van een individu moet worden beschouwd vanuit de context. Persoonlijke relaties en
- ontwikkeling is open-ended.
verbonden zijn
settings waarbinnen het individu zich bevindt, spelen een belangrijke rol bij het tot stand komen van zijn gedrag
Drie belangrijke invloeden
We onderscheiden drie soorten invloeden als determinanten van de levensloop:
- normatieve leeftijdsgebonden invloeden: biologische en omgevingsinvloeden. Ze komen ongeveer
- normatief historisch gebonden invloeden: biologische en omgevingsinvloeden gekoppeld aan
- niet-normatieve invloeden: biologische en omgevingsdeterminanten die niet typisch zijn voor een
- / 2
gelijktijdig voor in dezelfde cultuur voor een aantal individuen. Normatief betekent dus veel voorkomend. (leren schrijven, 1 e dansles, 1 e menstruatie)
maatschappelijke situatie en historische tijd. De meeste leden van een generatie krijgen er mee te maken. (epidemieën, oorlogen, invoering mobiele telefoon en pc)
bepaalde tijd of leeftijdsgroep en die sterk persoonsgebonden zijn. Vaak onverwacht en kunnen grote veranderingen veroorzaken. (ziekte, ongeluk, scheiding, winnen van grote prijs) Tijd en leeftijd De biologische leeftijd heeft te maken met hoe iemand zich voelt. De psychologische leeftijd is de ervaringstijd, de belevingstijd. We kennen 3 dimensies: heden, verleden, toekomst. De belevingstijd geeft aan in welke dimensie van tijd men overwegend leeft en welke emotionele lading deze dimensies voor de persoon hebben. Jongeren zijn meer bezig met de toekomst, ouderen met het verleden.Als mensen op middelbare leeftijd komen verandert de opgaande levenslijn in een neergaande, je beseft dat de helft van je leven achter je ligt.Onder sociale leeftijd verstaan we leeftijdsgebonden verwachtingen over gedrag: age norms.Het reminiscentie-effect: treedt op bij personen van ongeveer 60 jaar en ouder. Jonge mensen herinneren zich vaak recente gebeurtenissen. Wordt men ouder, dan vergeet men recente gebeurtenissen en herinnert men zich vooral dingen van rond het 15 e tot het 25 e levensjaar. Op deze leeftijd heb je ingrijpende, nieuwe ervaringen.