Literatuur Burgerlijk recht 2 2019/2020 Rijksuniversiteit Groningen Pitlo Goederenrecht, Reehuis & Heisterkamp, Druk 14 NB: Deze samenvatting bevat een uitwerking van alle hoofdstukken. Voor het vak Burgerlijk
Recht 2 zijn de volgende hoofdstukken/nummers verplicht:
Hoofdstukken 1 tot en met 10 Hoofdstuk 12 nrs. 588-640 Hoofdstuk 15 nrs. 962-974 1 / 10
Inhoud Hoofdstuk 1: Algemene inleiding............................................................................................................3 Hoofdstuk 2: Openbare registers............................................................................................................9 Hoofdstuk 3: Verkrijging en verlies van goederen................................................................................16 Hoofdstuk 4: Overdracht......................................................................................................................18 Hoofdstuk 5: Bescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid............................................................24 Hoofdstuk 6: Wijzen van levering en derdenbescherming...................................................................29 Hoofdstuk 7: Verkrijging door verjaring...............................................................................................43 Hoofdstuk 8: Bezit................................................................................................................................46 Hoofdstuk 9: Gemeenschap.................................................................................................................52 Hoofdstuk 10: Eigendom......................................................................................................................58 Hoofdstuk 11: Burenrecht en mandeligheid.........................................................................................68 Hoofdstuk 12: Beperkte rechten op goederen.....................................................................................72 Hoofdstuk 13: Appartementsrechten...................................................................................................84 Hoofdstuk 14: Verhaal en voorrang......................................................................................................86 Hoofdstuk 15: Reclamerecht en eigendomsvoorbehoud...................................................................101
2 2 / 10
Hoofdstuk 1: Algemene inleiding
- Algemene inleiding
- Wat wordt er behandeld?
- Wat is goederenrecht?
Voor 1992 werd het goederenrecht nog 'zakenrecht' genoemd. Ook onder de oude wet dekte deze term de lading niet. Aangezien in de nieuwe systematiek van de wet het begrip 'zaak' alleen nog slaat op stoffelijke voorwerpen, wordt de term goederenrecht nu gebruikt. Zo ook voor dit boek.
In dit boek, en de samenvatting, wordt het goederenrecht behandeld. Dat omvat grote delen van het algemeen vermogensrecht uit Boek 3. Maar ook de zakelijke rechten uit Boek 5. Ook komen er een aantal bijzondere wetten ter sprake. Zo ook de wijze van verkrijging en verlies van goederen. Dit boek is opgedeeld in nummers en volgt grotendeels de volgorde van de wet.
Het goederenrecht is een onderverdeeld van het vermogensrecht. Dat recht gaat over het vermogen dat iemand heeft. Dat begrip wordt op meerdere manieren gebruikt. Maar in het privaatrecht gebruikt men
de term in ruimere zin: iemands op geld waardeerbare rechten en plichten.
- Wat verstaan we onder goederen?
- Wat verstaan we onder zaken?
- Wat is stoffelijk object?
- Wat zijn vermogensrechten?
In artikel 3:1 BW wordt bepaald dat alle zaken en alle vermogensrechten onder de term 'goederen' vallen. Vandaar de term goederenrecht. Goederen zijn de voornaamste 'actieve' bestanddelen van iemands vermogen.
Als we het over zaken hebben, hebben we het over voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten. Dat hoeft niet per se iets van betekenis te zijn of iets met een bijzondere vermogenswaarde.Zelfs een zak met afval is dus, ondanks de negatieve waarde die het heeft, een zaak. Daarnaast is het ook geen vereiste dat de zaak aan iemand toebehoort. Ook een 'res nulius' -de achtergelaten fiets- is een zaak. In de wetsgeschiedenis is ook niet gekozen voor de term voorwerp maar object. Anders gaan mensen een zaak te veel als een 'ding' zien en ontstaat er verwarring. Ook blijkt uit de geschiedenis dat men gedachten, merken en energie niet als zaken heeft willen aanmerken. Wel kunnen er rechten op hierop worden verkregen. Desondanks zijn het geen zaken.
Belangrijk is om te realiseren dat de grenzen van het begrip zaak worden getrokken bij de omschrijving 'stoffelijk object'. Een zaak is altijd een object van stoffelijke aard. Ook is een zaak niet voor menselijke beheersing vatbaar wanneer we het bijvoorbeeld hebben over lucht of de zee. Maar water in een fles en zuurstof in een tank zijn dan weer wel voor menselijke beheersing vatbaar. Zolang de zaak maar individualiseerbaar is. Zo ook bijvoorbeeld software, ondanks dat je dit niet per sé stoffelijk kunt maken.
Het andere component dat het begrip goederen vormt zijn de vermogensrechten. Dit zijn rechten die: -Afzonderlijk overdraagbaar zijn of -Samen met een ander recht overdraagbaar zijn of -Ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen of -Zijn verkregen in ruil voor (in het vooruitzicht gesteld) stoffelijk voordeel.
Voorbeelden van vermogensrechten zijn:
-Rechten op zaken, zoals erfpacht (en rechten op dergelijke rechten, zoals hypotheek op een erfpachtrecht) -Rechten op prestaties, zoals vorderingen om te doen of na te laten (en rechten op dergelijke rechten, zoals vruchtgebruik op een vordering)
3 3 / 10
-Rechten op ideeën, zoals octrooi- en auteursrecht (en rechten op dergelijke rechten, zoals licentie bij octrooirecht) -Voorwaardelijke rechten -Aandelen in rechtspersonen -Lidmaatschapsrechten in verenigingen
- Wat is eigendomsrecht?
- Wat is goodwill?
- Onroerende en roerende zaken
- Wat zijn registergoederen?
Ook het eigendomsrecht is een vermogensrecht. Het eigendomsrecht is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben (art. 5:1). Vanwege zijn karakter als allesomvattend recht wordt dit vaak vereenzelvigd met de zaak waarop het recht rust.
Onder goodwill verstaat men het verschil tussen de waarde van een bedrijf en de optelsom van de goederen die bij dat bedrijf behoren. Dit verschil bestaat onder andere uit de vaste klantenkring, de kwaliteit en de ligging van het pand waarin het bedrijf wordt uitgeoefend. Hoewel die goodwill een zekere waarde vertegenwoordigt, wordt goodwill niet als vermogensrecht beschouwd. De reden daarvoor is dat goodwill een bepaalde feitelijke situatie vertegenwoordigt (die voor een groot deel toekomt aan de ondernemer) waarbij het maar de vraag is of de opvolgende ondernemer die situatie voort kan zetten. Op de overdraagbaarheid van goodwill wordt later nog ingegaan.
Het onderscheid tussen onroerende en roerende zaken heeft alleen betrekking op zaken en dus niet op vermogensrechten. Het onderscheid is onder andere van belang voor de wijze van levering (art. 3:89).In de wet is geregeld welke zaken roerend zijn en welke zaken onroerend zijn. De specifieke zaken opgesomd in art. 3:3 lid 1, die duurzaam met de grond zijn verenigd, zijn onroerend en alle andere zaken zijn ingevolge art. 3:3 lid 2 roerend. Bij de beantwoording van de vraag of een gebouw duurzaam met de grond is verenigd, is bepalend of dat gebouw naar aard en inrichting is bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven. Zie ook de arresten Windturbines en Portacabin. Water is in elk geval nooit onroerend. De basis voor onroerend vormt altijd de grond.
Bij registergoederen gaat het om goederen waarbij voor de overdracht of vestiging inschrijving in de openbare registers noodzakelijk is (art. 3:10). De meeste registergoederen zijn onroerende zaken, maar het kan ook gaan om roerende zaken of vermogensrechten. Registergoederen moeten voldoen aan de
volgende voorwaarden:
1.Er moet een register zijn waarin de vestiging of overdracht van het goed kan worden ingeschreven.
2.Dat register moet openbaar zijn.
3.Overdracht of vestiging van het registergoed treedt pas in na inschrijving in het register, dat wil zeggen dat die inschrijving een constitutief vereiste is.
- Wat wordt er bedoeld met 'bestanddelen'?
Veel zaken zijn samengesteld. Zo heeft een tafel bijvoorbeeld een tafelblad en vier poten, een huis bestaat uit bakstenen etc. Die onderdelen noem je dus bestanddelen. Dat zijn geen zaken in de zin van het recht omdat zij geen zelfstandig bestaan leiden. Maar op het moment dat je de zaken demonteert/uit elkaar haalt dan maak je er wel zelfstandige zaken van. Andersom geldt hetzelfde: als je bepaalde zelfstandige zaken in elkaar zet dan worden dat bestanddelen van een nieuwe (zelfstandige) zaak.Of een zaak bestanddeel is van een andere zaak beoordeelt men in de eerste plaats aan de hand van de verkeersopvatting (art. 3:4 lid 1). Dat kan de opvatting van de meerderheid zijn of de opvatting van experts. Het blijft een vage term. In de arresten Depex/Curatoren van Bergel en Ontvanger/Rabobank heeft de Hoge Raad geoordeeld dat daarbij bijvoorbeeld gelet kan worden op of een fabrieksgebouw en machine op elkaar zijn afgestemd of dat het fabrieksgebouw zonder die machine als onvoltooid moet worden beschouwd. Of een zaak bestanddeel is van een andere zaak beoordeelt men in de