lO Mo A RcPS D| 26 6 83 34 1 / 4
lO MoA RcP S D|2 6 68 33 4 Opdracht
- Wat levert u in?
- Waar moet de opdracht aan voldoen?
U maakt uw moduleopdracht op basis van een case, zie bijlage 1: Case Cheryl. Deze case bevat alle relevante informatie om uw opdracht te kunnen maken.Opdracht: Maak een analyse van de casus zoals beschreven in de download bij deze moduleopdracht.
In uw moduleopdracht werkt u de volgende stappen/deelopdrachten uit die zijn afgeleid van de
algemene leerdoelen, in de volgorde waarin ze worden genoemd:
1.U benoemt de affectieve bindingen die voorkomen in deze case en geeft aan welke rol deze bindingen spelen bij het probleem van Cheryl. (1/2 A4'tje) 2.U benoemt de cognitieve bindingen die voorkomen in deze case en geeft aan welke rol deze bindingen kunnen spelen in het oplossen van het probleem van Cheryl. (1/2 A4'tje) 3.U beargumenteert de afwegingen en keuzes die u maakt ten aanzien van de rol van betekenis van deze bindingen, om verantwoord te handelen in het kader van waarden binnen de opvoeding, passend binnen deze casus. (1 A4'tje) 4.U formuleert een aantal aandachtspunten om het door de intern begeleidster uit te voeren plan te evalueren. Daarbij maakt u gebruik van de termen cultuur, socialisatie, interdependentie, omgeving en waarden. (2 A4'tje) 5.U beschrijft twee ethische dilemma's die een rol kunnen spelen in deze case of het vervolg van deze case. Denk bijvoorbeeld aan de begeleiding van Cheryl naar aanleiding van het begeleidingsplan. U geeft tevens aan wat uw visie is op de dilemma's en welke waarden hierin voor u als pedagoog een rol spelen. (1 A4'tje) De stappen 1, 2 en 3 hebben betrekking op de eerste 2 algemene leerdoelen van deze module. Dat betekent allereerst dat u in uw analyse gebruik maakt van het in deze module aangereikte sociologische begrippenkader. Daarnaast beschouwt u deze casus ook vanuit het perspectief van de sterk gedifferentieerde, globaliserende participatiesamenleving.Punt 4 heeft betrekking op algemeen leerdoel 5 van deze les (het pedagogisch handelen in de pedagogische praktijk evalueren).Punt 5 houdt verband met algemeen leerdoel 4: zich ten aanzien van de meest kenmerkende beroepswaarden van de pedagoog verhouden.Leg in uw uitwerking een duidelijk verband tussen de theorie uit de module en de praktijk en zorg voor een goede onderbouwing/ verantwoording van door u gemaakte keuzes. 2 / 4
lO MoA RcP S D|2 6 68 33 4 Voorwoord Ik ben x, 26 jaar. Op dit moment volg ik het eerste jaar van de HBO Bacheloropleiding Pedagogiek.Deze examenopdracht schrijf ik voor de module pedagogiek en maatschappij. Aan de hand van case Cheryl schrijf ik een analyse voor de intern begeleidster van de school van Cheryl. De aanleiding voor het schrijven van het begeleidingsplan is dat zowel de moeder van Cheryl als de leerkracht zich zorgen maken om Cheryl. De moeder weer niet goed hoe ze haar dochter kan helpen, waarover recentelijk met haar gesproken is. De leerkracht maakt zich zorgen om de gezondheid, het welzijn en de sociaal-emotionele ontwikkeling van haar leerlinge. In overleg met de leerkracht is er contact geweest met de ambulant begeleider van Cheryl. Uit dit oogpunt schrijf ik een analyse voor de intern begeleidster. De analyse schrijf ik aan de hand van de theorie uit de boeken van Richard de Brabander (Van gedachten wisselen, 2008) en van Weenink (Samenlevingen, inleiding in de sociologie, 2017). Deze twee boeken vormen de leidraad voor mijn analyse. 3 / 4
lO MoA RcP S D|2 6 68 33 4 Samenvatting Cheryl is een meisje van 11 jaar. Ze woont met haar moeder en zusje samen. Haar moeder is van Turkse afkomst. Door de diagnose PDD-NOS zit Cheryl in het speciaal onderwijs. De leerkracht maakt zich zorgen om het welzijn, de gezondheid en sociaal-emotionele ontwikkeling van Cheryl. Ze heeft geen aansluiting bij klasgenoten, omdat ze gepest wordt. Cheryl is te dik en gedraagt zich soms vreemd, doordat ze haar klasgenoten niet begrijpt. Hierdoor zondert ze zich af van de groep.De analyse begint met een beschrijving van affectieve en cognitieve bindingen. Een affectieve binding is een binding gebaseerd op de gevoelswaarde[ CITATION Wee17 \l 1043 ]. In de situatie van Cheryl blijkt dat ze een positieve band heeft met haar moeder, zusje en haar twee vriendinnen. Deze positieve band kan Cheryl een wij-gevoel geven, waardoor ze zich sterker kan voelen. Met de kinderen uit haar klas heeft Cheryl echter een negatieve affectieve binding. Ze voelt zich buitengesloten. Het gevoel van afwijzing kan negatieve gevolgen hebben voor haar sociaalemotionele ontwikkeling. Een cognitieve binding is een binding ontstaan door afhankelijkheid in kennisoverdracht[ CITATION Wee17 \l 1043 ]. Voor Cheryl werkt het positief dat de kennisoverdracht door een breed draagvlak gedragen wordt. Hierdoor kan de sociaal-emotionele ontwikkeling van Cheryl gesteund worden.
De aandachtspunten in de analyse zijn:
•Cultuur en culturele interactie in de klas.•Socialisatie en omgangsnormen in de klas.•Interdependentie en gedachtegoed in de klas.•Omgeving, participatie en zelfstandig functioneren binnen de groep. Waarden en opvoednormen in het gezin.De nadruk in de analyse ligt op de sociaal-emotionele ontwikkeling van Cheryl. Hierbij is het belangrijkste aandachtspunt dat Cheryl zich geaccepteerd voelt door haar klasgenoten, waardoor ze op een positieve manier kan functioneren binnen de groep. Om dit punt te kunnen realiseren is aandacht nodig voor de eigenwaarde van Cheryl en het gedachtegoed van de klas. Op deze manier kan er van beide kanten een positieve stimulans ontstaan op de sociaal-emotionele ontwikkeling van Cheryl. Voor de analyse en de begeleiding vanuit school wordt er gekozen om niet op de waarden en opvoednormen binnen in het gezin te richten. De nadruk ligt op de ontwikkeling op school, en dan vooral in de klas.In de analyse wordt rekening gehouden met eventuele problemen waar de intern begeleidster tegenaan kan lopen. Deze eventuele problemen worden verwoord door de formulering van ethische dilemma’s. Ethische dilemma’s zijn knelpunten en afwegingen die gemaakt worden op basis van eigen waarden en normen en die van de organisatie waar men werkzaam is[ CITATION Ric12 \l
1043 ]. In de analyse worden de volgende dilemma’s beschreven:
•Moet de intern begeleidster Cheryl wijzen op de gezondheidsrisico’s van haar overgewicht, of zal het benadrukken van het overgewicht de eigenwaarde van Cheryl aantasten?•Moet de intern begeleidster zorgdragen voor het afnemen van externe prikkels, waardoor Cheryl minder snel afgeleid is? Of moet de intern begeleidster Cheryl begeleiden in het omgaan met prikkels, zodat ze hier beter tegen bestand is?De analyse wordt afgesloten met een beschrijving van waarden en visie vanuit het oogpunt van de pedagoog. Deze beschrijving is per dilemma opgenomen in de analyse.
- / 4