lO Mo A RcPS D| 26 6 83 34 1 / 3
lO MoA RcP S D|2 6 68 33 4 Alle kernbegrippen pedagogiek
Pedagogiek: de wetenschap die zich bezighoudt met de opvoeding van kinderen en
jeugdigen van 0 tot 18 jaar.
Algemene leerdoelen:
1.De begrippen pedagogiek en opvoeden toelichten.
2.De context waarin opvoeden plaatsvindt interpreteren.
3.Oorzaken, ernst en gevolgen van pedagogische problemen toelichten.
4.De (historische) stromingen benoemen die invloed hebben op pedagogiek.
5.De invloed van andere disciplines op de pedagogiek toelichten.
6.Pedagogische werkvelden beschrijven.Een pedagogisch perspectief op opvoeden
Opvoeden: handelen zonder te weten wat de uitkomst is.
Leerdoelen:
1.Verhelderen wat het begrip ‘pedagogiek’ inhoudt. (1) 2.Toelichten wanneer er sprake is van opvoeden. (1) 3.In casuïstiek de vier basisdimensies van opvoeden herkennen. (1) 4.De opvoedingsrelatie beschrijven. (1) Het begrip opvoeden
Pedagogiek: kinderleiding
•Opvoedkunde: richt zich op de vaardigheden van de opvoeder.
•Opvoedingsleer: richt zich op het vergaren van kennis over opvoeden.
•Opvoedingswetenschap: richt zich op het ontwikkelen van theorieën over en
methoden met betrekking tot opvoeden.Pedagogiek is een opvoedingswetenschap met eigen theorieën en methoden.
Hulpwetenschappen: psychologie, sociologische, filosofische, theologische
(levensbeschouwing) en andragogische wetenschappen.Opvoeden Alle omgang tussen ouder en kind waarbij gericht een relatie wordt aangegaan. In deze omgang biedt de ouder het kind liefde, geborgenheid, veiligheid, intimiteit, aandacht, grenzen, instructie, ondersteuning en controle. Hierdoor zal het kind tot zelfontplooiing komen en over het nodige zelfvertrouwen beschikken om richting te geven aan zijn verdere leven.
Er is sprake van opvoeden als:
1)Er sprake is van wederzijds respect tussen ouder en kind.2)Het kind er voldoende veiligheid bij ervaart, vertrouwen heeft in, kan rekenen op, zich geaccepteerd voelt door en ondersteuning krijgt van de ouder. 2 / 3
lO MoA RcP S D|2 6 68 33 4 3)Het kind door de ouder wordt uitgedaagd om eigen beslissingen te nemen en te experimenteren met nieuwe dingen, waardoor hij vertrouwen krijgt in zijn omgeving
Langeveld: opvoeding is alle omgang tussen het kind en volwassenen.
In de omgang moet liefde, geborgenheid en aandacht een rol spelen.Malschaert en Traas: nadruk op een opvoedrelatie waarbij intimitiet en veiligheid een rol spelen.Kuipers: beschrijving van opvoedingsdoelen, gericht op zelfstandigheid, zelfredzaamheid en zelfvertrouwen.Rispens, Hermans en Meeus: geven aan de hand van vier dimensies aan hoe opvoeding
gestalte krijgt: 1) Ondersteuning bieden
2)Instructie geven 3)Controle uitoefenen 4)Grenzen stellen Samen zorgen deze dimensies ervoor dat het kind zich door de verschillende ontwikkelingsfasen heen kan slaan om volwassen te worden.De wijze waarop de basisdimensies worden toegepast in de opvoeding is afhankelijk van de waarden, normen en opvattingen van de ouders.1) Ondersteuning bieden.
- Warmte, affectie, responsiviteit, betrokkenheid, emotionele ondersteuning en aandacht)
- / 3
Ondersteuning: het opvoedgedrag van de ouder dat liefde en zorg voor het kind uitdrukt en dat zich richt op zijn fysieke en emotionele welzijn, waardoor het zich begrepen en geaccepteerd voelt ( Dekovic, Groenendaal, Noom en gerrtis).Voorbeelden: Bemoedigen, accepteren, helpen, samenwerken, affectie tonen, en liefdevol omgaan met het kind, aandacht en interesse tonen voor de handelingen, gedragingen en signalen van het kind en adequaat daarop reageren, vertrouwen in het kind laten blijken.Als het kind ondersteuning van de ouder ervaart, zal het de wereld om zich heen met vertrouwen tegemoet treden. Het kind ervaart deze ondersteuning door de emotionele betrokkenheid, ‘warmte’ en affectie van de ouder te voelen.Warmte en affectie-> emotionele beschikbaarheid van de ouder.Gebrek aan warmte en affectie in samenhang met harde fysieke straffen blijken goede voorspellers te zijn voor agressie, vandalisme en delinquentie bij het kind in de volwassenheid.Responsiviteit: De mate van adequaat reageren van de ouder op signalen van het kind.Sensitiviteit: Gevoelig zijn voor de signalen die het kind afgeeft ten aanzien van zijn behoeften en gevoelens.Responsieve ouder: gericht op de signalen die het kind uitzendt. De signalen worden door de ouder opgemerkt (sensitief) en er wordt adequaat op gereageerd (responsief).