lO Mo A RcPS D| 26 6 83 34 1 / 4
lO Mo A RcPS D| 26 6 83 34 Dit is een samenvoeging van druk 6 én 7. De nieuwe versie is volgens Bol.com ‘ingrijpend veranderd’, maar daar ben ik het niet mee eens. De nieuwe info uit druk 7 gaat vooral over maatschappelijke veranderingen (die ook steeds veranderd natuurlijk, maar veel kan je zelf ook wel bedenken als je wel eens een krant leest). De kern van de informatie is hetzelfde gebleven. In deze samenvatting ligt de nadruk op alle kernbegrippen en definities uit beide drukken, dus alles dat je voor het tentamen nodig bent.Hoofdstuk 1 – Verandering en agogiek Veranderen Het onderwerp zelf verandert, het anders maken = overgankelijk Het ow doet iets waardoor iets anders verandert, doen veranderen, anders worden = onovergankelijk
Professionele beïnvloeding = de bedoeling dat de mensen het er op de een of andere manier beter krijgen.
Agogie is de verzamelnaam voor al de professionele beïnvloeding van mensen met de bedoeling dat deze mensen het er op de één of andere manier beter krijgen (dienst- en hulpverlening zoals maatschappelijk werk, verpleging, reclassering etc.) Agogiek is de leer van de algemene principes van deze werkvelden. De leer van het doen veranderen van mensen (veranderen in overgankelijke zin).
Bij het werk van agogen gaat het altijd om mensen in verandering, een agoog beïnvloedt en verandert mensen (kernbegrippen!)
Voorwaarden agogische verandering:
-Psychosociale verandering
- Psyche = ziel / geest // wat je denkt, voelt
- Sociaal = alles wat met onderlinge verhoudingen van mensen te maken heeft // hoe je je
gedraagt tegenover anderen Psychosociaal functioneren kan invloed hebben op individuele mensen (gedachten, fantasieën, houdingen) maar ook op mensen in groepsverband.-De beïnvloeding vindt beroepsmatig plaats Het helpen veranderen moet een taak zijn van degene voordat iemand agoog genoemd kan worden.-De beïnvloeding is doelgericht De verandering moet van de voren ‘nadrukkelijk’ bedacht en gepland zijn.-De veranderaar werkt systematisch 2 / 4
lO Mo A RcPS D| 26 6 83 34 -De beïnvloeding vindt bewust plaats (open en eerlijk) -De verandering wordt door de betrokkenen gewenst -De beïnvloeding wordt vrijwillig ondergaan (soms ter discussie in hoeverre) -De beïnvloeding is niet wederzijds Eenzijdig, van de agoog naar de ander (soms beïnvloed de ander de agoog wel, maar dit vindt toevallig plaats) -Het gaat om (jong)volwassenen
De bovenstaande eigenschappen zijn richtinggevend, een enkele voldoet een beïnvloeding aan alle voorwaarden maar wordt het toch niet als agogie gezien en omgekeerd.
Agogiek definitie: de leer van eenzijdige, systematische, doelgerichte, beroepsmatige beïnvloeding die gericht is op het bereiken van een meer wenselijk geachte psychosociale situatie van volwassenen (individueel of in onderling verband) die zich van deze beïnvloeding bewust zijn en die deze situatie ook nastreven.
Medische benaming: patiënt (roep associaties op met een passieve, afhankelijk en onzelfstandige rol// verbonden met lijden en ongemak terwijl agogiek veranderingen van goed naar beter zijn) daarom cliënt (gelijkwaardigheid en zelfstandigheid benadrukken maar ook statig, afstandelijk). Als het om verandering van verschillende personen tegelijk gaat (sportteam) dan is dat een cliëntsysteem.Cliënt = degene die verandert en daardoor tegenover een agoog de rol van beïnvloede inneemt.Deelnemer cursussen, trainingen Bewoners inrichtingen en bijv. blijf-van-mijn-lijfhuizen Pupillen zwakzinnigenzorg Doelgroep agogie ten behoeve van grotere groepen mensen; als het cliëntsysteem anoniem en/of groot is.Pedagogie = begeleiden en opvoeden van kinderen Sociale pedagogie / andragogie = begeleiden (en opvoeden) van groepen volwassenen Agogie = de verzamelnaam voor alle ‘agogieën’ (heeft tegenwoordig de betekenis van andragogie overgenomen) Pedagogiek = de leer van het begeleiden en opvoeden van kinderen Andragogiek = de leer van het veranderen van volwassenen Agogiek = de leer van het begeleiden en helpen veranderen van mensen in het algemeen (maar heeft nu de betekenis van andragogiek overgenomen) Kinderen Volwassenen Algemeen Het eigenlijke beïnvloeden Pedagogie Andragogie Agogie De praktijkleer ervan Pedagogiek Andragogiek Agogiek De wetenschap ervan Pedagologie Andragologie Agologie 3 / 4
lO Mo A RcPS D| 26 6 83 34
Er zijn beroepen waarin agogisch werk centraal (maatschappelijk werker, opbouwwerker, mediator, psychotherapeut) staat en beroepen die een agogisch aspect (verpleegkundige, arts, leraar, gezinsverzorgende, vakbondsleider) in zich dragen.
Werkveld / werkterrein = het geheel van instellingen, mensen, beroepen, organisaties, regels, wetten etc. die zich bezighouden met hetzelfde doel of dezelfde doelgroep. (bijv. gezondheidszorg, reclassering, maatschappelijk werk, kinderbescherming e.d.)
Niveaus psychosociaal functioneren Cliëntsystemen kunnen worden onderverdeeld in categorieën -Individuele personen (micro = klein) Gevoelens, houding t.o.v. anderen, gedrag, zelfbeeld, identiteit, ambitie, behoeften etc.(kenmerken) -Groepen (micro = klein) Verzameling van mensen die elkaar kennen, die met elkaar omgaan en die herkenbaar zijn als bij elkaar horend. (echtparen, gezinnen, klassen etc.) Verschijnselen jaloezie, communicatie, vriendschap, vertrouwen e.d.
-Organisaties (meso = middel) Een organisatie is anoniemer dan een groep. (ziekenhuizen, fabrieken, scholen, sportverenigingen) Zaken die er spelen hiërarchie, belangentegenstellingen, geschreven regels, formele posities.-Grote samenlevingsverbanden (macro = groot) Een grote, doorgaans anonieme verzameling mensen die een of ander gemeenschappelijk kenmerk hebben. Niet altijd duidelijk wie er wel en wie er niet toe behoort. De samenstelling wisselt constant. Maatschappelijke waarden en normen spelen een grote rol, er is een eigen (sub)cultuur. Er bestaan wetten en regels die het gedrag regelen.
Bij ieder hoger niveau spelen ook de voorafgaande categorieën een rol.
Een verandering is een verschil tussen een nieuwe en een oude situatie.Vervangen er verdwijnt iets ten gunste van iets nieuws (achterdocht maakt plaats voor vertrouwen) Toevoegen het oude blijft bestaan, maar er komt iets nieuws bij
Negatieve uitgangsituatie = situatie die problematisch is en moet veranderen (het probleem) Niet- veranderen is soms ook veranderen, soms is het zo vanzelfsprekend dat iemand verandert dat er energie in gestoken moet worden om alles bij het oude te laten. Eerst laat iemand alles over zichzelf heen komen, daarna kiest hij ergens bewust voor. (bijv. studie uiteindelijk toch afmaken).
- / 4