lO Mo A RcPS D| 26 6 83 34 1 / 3
lO MoA RcP S D|2 6 68 33 4 Inhoud Inleiding.......................................................................................................................................................3 Hoofdstuk- en eventueel een paragraafindeling.........................................................................................3 Wat is een betoog?.......................................................................................................................................3 Jouw betoog.................................................................................................................................................3 De opbouw van een betoog..........................................................................................................................3 Gebruik de 6W-vragen om een bron te analyseren....................................................................................4 Hoe maak je een bouwplan voor je betoog?................................................................................................4 Uitgebreider bouwplan (voorbeeld onderwerp: legalisatie van drugs).....................................................4 De kunst van argumenteren........................................................................................................................4 Definitie.......................................................................................................................................................5 Correct redeneren........................................................................................................................................5 >Indicatoren van argumentatie...............................................................................................................5 >Indicatoren van argumenten.................................................................................................................5 Soorten argumentatie..................................................................................................................................5 Enkelvoudige argumentatie.....................................................................................................................5 Meervoudige argumentatie......................................................................................................................5 Nevenschikkende argumentatie..................................................................................................................5 Onderschikkende argumentatie..................................................................................................................6 >Indicatoren voor onderschikkende argumentatie................................................................................6 Drogredenen................................................................................................................................................6 >De persoonlijke aanval..........................................................................................................................6 >‘Van kwaad tot erger’ redenering..........................................................................................................6 >De cirkelredenering...............................................................................................................................6 >Valse vergelijking..................................................................................................................................6 >Vals dilemma.........................................................................................................................................6 Overhaaste generalisatie.............................................................................................................................7 Checklist [Rijnboutt & Heerink, 2011]........................................................................................................8 2 / 3
lO MoA RcP S D|2 6 68 33 4 Professionaliseringtaak C9.1 ontwikkelen – Het schrijven van een betoog.Inleiding In de inleiding wordt het wat, waarom en hoe van het geschrevene weergegeven. Dit komt neer op het
volgende:
•Duidelijke afbakening van het thema [centraal onderwerp] •Duidelijke afgebakende probleemstelling of doelstelling •Heldere schets van het belang van het onderwerp voor de praktijk •Duidelijke weergave van de vragen die in het werkstuk behandeld worden •Korte schets van de werkwijze, gevolde aanpak of de structuur van het geschrevene •Beknopte uiteenzetting van wat er behandeld wordt in elk hoofdstuk Hoofdstuk- en eventueel een paragraafindeling •Elk hoofdstuk kort ingeleid en met een korte conclusie afgesloten •Elk nieuw hoofdstuk begint bovenaan een nieuwe pagina •Hoofdstukken en paragraaftitels gemarkeerd [bijvoorbeeld: vet, cursief, hoofdletters] •Hoofdstukken en paragrafen genummerd •Hoofdstuktitels anders gemankeerd dan paragraaftitels •Titels van hoofdstukken geven de grote lijn weer van het geschrevene.Wat is een betoog?•Je betoog is een stelling die verdedigd wordt met argumenten.•Je moet in je betoog 5 HBO bronnen gebruiken.•Jouw stelling gaat over een actuele ontwikkeling.•In je betoog maak je duidelijk wat deze actuele ontwikkeling te maken heeft met relevante beleids- en politieke maatregelen.•Je stelling is maatschappelijk relevant en relevant is voor CMV, MWD, Pedagogiek of algemeen Social Work.•Je beargumenteert in de inleiding van je betoog hoe de actuele ontwikkeling invloed heeft op
betrokkenen: micro, meso en macroniveau.
•Jij wilt dat de lezer zich door het lezen van jouw betoog een mening vormt.•Verplaats je in de lezer, dus bepaal voor wie je schrijft.•Wie is de lezer?Jouw betoog •Heeft een duidelijke stelling •Heeft aannemelijke argumenten die de stelling verdedigen.•Weerlegt tegenargumenten •Is subjectief , omdat jij je mening geeft, maar je baseert je wel op HBO-bronnen.De opbouw van een betoog Een inleiding 1.Trek de aandacht van de lezer door een actueel voorbeeld te geven.
2.Vertel wat het onderwerp is van je betoog en hoe dat te maken heeft met social work.
3.Vermeld je stelling •Een kern 1.Minstens 3 argumenten die de stelling verdedigen (met bronvermelding).
2.Minstens 2 tegenargumenten (met bronvermelding).
3.Weerleggingen van tegenargumenten: Uitleggen waarom tegenargumenten niet steekhoudend zijn in vergelijking tot de gevolgen van de argument.
- / 3