lO Mo A RcPS D| 26 6 83 34 1 / 3
lO MoA RcP S D|2 6 68 33 4 Alle antwoorden op laatste pagina’s 1.Er zijn verschillende opvattingen over de relatie tussen lichaam en geest. Elke opvatting heeft eigen voordelen, maar ook problemen. Het interactieprobleem is een probleem voor welke opvatting over lichaam en geest?a.dualisme b.materialisme c.epifenomenalisme 2.Descartes is erg belangrijk geweest voor het ontwikkelen van een wetenschappelijke blik op bewustzijn en psychische processen. Welke van de onderstaande uitspraken over Descartes’ ideeën over bewustzijn en psychische processen klopt niet?Tentamen! altijd vragen over a.Descartes was een empirist b.Descartes was een nativist c.Descartes was een rationalist 3.Hoe noemen we het omzetten van een abstract construct in waarneembare/meetbare eenheden?a.operationalisatie b.standaardisatie c.validatie 4.Wat is géén kenmerk van etnocentrisme?a.gedrag teveel toeschrijven aan de kenmerken van een individu in plaats van aan omstandigheden b.onderscheid maken tussen een ingroup en een outgroup c.het beoordelen van andere groepen naar de eigen groepsnormen 5.Veel psychologen doen onderzoek naar de psyché zonder positie te kiezen in het dualisme – materialisme debat. Ze verwijzen daarbij vaak naar een wetenschappelijke opvatting van de filosoof/psycholoog William James, waarin de vraag of ideeën werken belangrijker is dan de vraag of ideeën absoluut waar zijn.Welke opvatting is dit? a. empirisme b.structuralisme c.pragmatisme 6.De Ierse wetenschapper Molyneux beschreef een gedachte-experiment over een man die blind geboren was en dan opeens zou kunnen zien. Volgens Molyneux zou deze man niet meteen visuele informatie kunnen begrijpen (met andere woorden, hij zou niet meteen kunnen zien zoals wij, maar zou moeten leren kijken). Met dit gedachte-experiment wilde hij de opvattingen ondersteunen van een belangrijke filosoof op het gebied van menselijke kennis en ervaring. Welke filosoof was dit?a.Locke b.Leibniz c.Hume 7.Welke filosoof zou waarschijnlijk het meest instemmen met modern onderzoek naar aangeboren verschillen in persoonlijkheid? Tentamen!a.Locke b.Leibniz 2 / 3
lO MoA RcP S D|2 6 68 33 4 c.Hume 8.De Nederlandse filosoof Spinoza had een sterke invloed op de ideeën van welke andere filosoof?a.Locke b.Leibniz c.Hume 9.Welke filosoof zag de menselijke geest bij geboorte als een tabula rasa (een geest zonder ideeën, maar wel gevoelig voor sensaties)?a.Descartes b.Locke c.Leibniz 10.Welke arts beschreef als eerste het verschil tussen witte stof (wat we nu kennen als axonen) en grijze stof (wat we nu kennen als dendrieten) in de hersenen? a. Braid b.Gassner c.Willis 11.Flourens gebruikte de techniek van ablatie (het systematisch beschadigen van de hersenen door incisies) om te onderzoeken of psychologische functies gelokaliseerd konden worden. Ablatie van welk onderdeel van de hersenen leidde tot problemen met de coördinatie van beweging? Tentamen!a.hippocampus b.cortex c.cerebellum 12.Welk gebied in de hersenen wordt geassocieerd met motorische afasie?a.het gebied van Broca b.het gebied van Lashly c.het gebied van Wernicke 13.Wat is de verzamelnaam voor technieken die plaatjes maken van de hersenen in eenserie van doorsnedes?a.inductie b.elektro-encefalogram (EEG) c.tomografie 14.Helmholtz was een student van Müller, maar was het op een punt fundamenteel met hem oneens. Het ging over de vraag hoe natuurkundige en chemische processen leven konden verklaren. Wat was dit punt?a.Müller was een voorstander van monisme, maar Helmholtz van reductionisme b.Müller was een voorstander van idealisme, maar Helmoltz van realisme c.Müller was een voorstander van vitalisme, maar Helmholtz van mechanisme 15.Welke soort taak kostte in Donders’ reactietijdstudies de meeste tijd (en was dus het meest cognitief complex)? Tentamen!a.reactie b.discriminatie
- / 3