lO MoA RcP S D|2 6 68 33 4 1 / 4
lO MoA RcP S D|2 6 68 33 4 Samenvatting Het doel van het onderzoek is om door middel van literatuuronderzoek inzicht te verschaffen over de samenwerking rondom de PROJECT in Amsterdam. Hiervoor wordt literatuur over samenwerking, netwerken en organisaties gebruikt. Deze wordt gebruikt om licht te schijnen op de voor- en nadelen van de huidige aanpak en om de structuur van de aanpak PROJECT bloot te leggen.De PROJECT is een integrale aanpak voor 600 personen die de afgelopen jaren relatief veel high- impact delicten hebben gepleegd. Hierbij worden personen gemonitord door meerdere samenwerkende organisaties en vormen de organisaties samen één geheel. Dit heeft als gevolg dat er informatie beschikbaar is voor verschillende organisaties en er geen onnodig werk wordt gedaan.Bij deze aanpak werken er meer dan 30 organisaties samen, zoals politie, het Openbaar Ministerie en Bureau Jeugdzorg. In het eerste deel van het onderzoek zal er gekeken worden naar de huidige samenwerking en de betrokken partijen rondom de PROJECT . Vervolgens zal er aan de hand van de literatuur gefocust worden op het identificeren van netwerken en wijze van samenwerken van de
PROJECT .
Tot slot wordt er een koppeling gemaakt met de literatuur, waarin deze wordt vergeleken met de organisatie van de PROJECT . In de conclusie worden er een aanbeveling genoemd, namelijk het doen van een vervolgonderzoek naar de mogelijkheden van een digitale interface voor informatiedeling.
1 2 / 4
lO MoA RcP S D|2 6 68 33 4 Inhoud Hoofdstuk 1: Inleiding............................................................................................................................3 1.1 Aanleiding........................................................................................................................................4 1.2 Exploratieve Probleemstelling..........................................................................................................4 1.3 Relevantie.........................................................................................................................................5 1.4 Methodologie...................................................................................................................................6 Hoofdstuk 2: PROJECT Amsterdam........................................................................................................8 2.1 PROJECT...........................................................................................................................................8 2.2 Motieven PROJECT...........................................................................................................................9 2.3 Personen op de PROJECT lijst...........................................................................................................9 Hoofdstuk 3: Organisaties en samenwerking.......................................................................................11 3.1 Organisatie.....................................................................................................................................11 3.2 Samenwerking................................................................................................................................11 3.3 Ontwikkelingsverloop samenwerking............................................................................................12 3.4 Type organisaties PROJECT.............................................................................................................13 3.5 Organisatiestructuur PROJECT........................................................................................................14 Hoofdstuk 4: Netwerken......................................................................................................................17 4.1 Netwerken......................................................................................................................................17 4.2 Motieven voor netwerken..............................................................................................................17 4.3 Netwerk PROJECT...........................................................................................................................18 4.4 Informatiestroom/Samenwerking PROJECT...................................................................................20 Hoofdstuk 5: Samenhang bereiken & toekomst...................................................................................22 5.1 Samenhang bereiken......................................................................................................................22 5.2 Factoren die vraagstukken moeilijk hanteerbaar maken...............................................................22 5.3 PROJECT over succescriteria...........................................................................................................23 Hoofdstuk 6: Conclusie.........................................................................................................................25 Literatuurlijst........................................................................................................................................26
2 3 / 4
lO MoA RcP S D|2 6 68 33 4
Hoofdstuk 1: Inleiding
Dat je samen meer kunt bereiken onderstreepte Helen Keller al in de eerste helft van de twintigste eeuw. Dit gedachtegoed is sindsdien ook terug te zien in de moderne samenleving, waarbij samenwerking wordt gestimuleerd. Ook in de publieke sector is de toegevoegde waarde van samenwerking niet ongezien gebleven, waardoor er steeds meer samenwerking tussen organisaties wordt nagestreefd. Ondanks het feit dat samenwerking over het algemeen gewenst is en wordt nagestreefd, stelt het in de praktijk vaak teleur (Van Delden, 2009). De samenhang tussen organisaties blijft gebrekkig, wat ervoor zorgt dat de samenwerking niet of nauwelijks vooruit gaat.Uit een onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2004) blijkt dan ook dat de publieke sector haar uitvoering en beleid in steeds kleinere taken heeft opgedeeld. Dit heeft als gevolg dat er een gebrek aan coördinatie ontstaat bij het aanpakken van integrale problemen, waar veel samenwerking nodig is (WRR,2004, pag-48-49). De ex-burgemeester van Amsterdam zei hier het
volgende over:
‘‘Natuurlijk, de bedoelingen zijn allemaal goed. De mensen in de uitvoering werken allemaal keihard. Maar elke instantie heeft de neiging een probleem te bezien vanuit de eigen invalshoek. Het blijft moeilijk om institutionele stroperigheid te laten plaatsmaken voor het nemen van verantwoordelijkheid die tot oplossingen leidt. Toch moet dat. Dat vraagt in de komende jaren daarom dwingende aandacht: wij moeten onze uitvoering verbeteren.’’ (Uit: Nieuwjaarstoespraak M.J. Cohen, Burgemeester van Amsterdam, 1 januari 2008).De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2004) zegt hierover dat zij verschillende belemmeringen zien voor het samenwerken. Zo kunnen verschillen in culturen van organisaties en professionals een belemmering vormen, met name wanneer zij geen meerwaarde zien van de samenwerking en veel waarde hechten aan hun autonomie. Bovendien kan de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen organisaties en verschillen in financieringsregimes een belemmering vormen voor samenwerking (WRR, 2004). Om deze belemmeringen op te lossen worden er vanuit verschillende instanties oplossingen aangedragen. Professionals zouden bijvoorbeeld minder vakspecialistisch moeten denken en meer praktisch samenwerken. Daarnaast wordt het samenbrengen van verschillende organisaties onder één huisvesting en het terugdringen van marktwerking ook aangedragen als oplossing (Van Delden, 2009).Daarnaast zijn er ook situaties waarin de samenwerking juist wel goed verloopt en leidt tot positieve uitkomsten. Samenwerken in de publieke sector is mogelijk, indien goed uitgevoerd. In Amsterdam is er met de komst van de aanpak PROJECT een nieuwe werkwijze, waar organisaties samen werken om zo het aantal high-impact delicten te verminderen. Dat er verschillende oorzaken zijn die een samenwerking succesvol of minder succesvol kunnen laten verlopen blijkt uit de verscheidene onderzoeken die in dit onderzoek aan bod zullen komen. Factoren zoals frequentie van contact, het maken van afspraken en het hebben van wederzijds respect zouden een positieve invloed hebben op de mate van samenwerking.Eveneens zijn er factoren die het proces van organiseren en netwerken kunnen beïnvloeden.In het onderzoek zal worden uitgeweid over hoe de PROJECT met deze belemmeringen en bevorderingen omgaat en wat voor potentiele oplossingen er zijn voor problemen omtrent samenwerking bij de PROJECT .
- / 4