lOM oA RcPSD |266 833 4
1 1 / 5
lOM oA RcPSD |266 833 4 2 Voorwoord Mijn naam is X en sinds 2023 werk ik bij X.X ondersteunt mensen die slechthorend, doof of doofblind zijn of een taalontwikkelingsstoornis (TOS) of communicatief meervoudige beperking hebben.Als systeemgericht behandelaar binnen X Velp houd ik mij voornamelijk bezig met kinderen die een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben.Samen met collega’s en andere behandelaars vormen we een multidisciplinair team die de ouders en de kinderen zo goed mogelijk proberen voor te bereiden op de toekomst, met als doel dat de kinderen straks zo goed mogelijk kunnen deelnemen aan de maatschappij.
Mijn werkzaamheden zijn voornamelijk als volgt:
Samen met ouders en kind een context thuis creëren ter verbetering van de communicatie; Ouders inzicht geven in de communicatieproblematiek van hun kind; De draagkracht van ouders vergroten, zodat zij om kunnen gaan met opvoedvragen die samenhangen met de communicatieproblematiek van hun kind; Zorgdragen voor het opstellen van doelen in multidisciplinaire handelingsplannen en de verslaglegging van de voortgang van de behandeling in het zorgmanagementsysteem.Om wat meer handvatten te krijgen voor de psychosociale begeleiding van de ouders en kinderen volg ik de opleiding Social Work van de NCOI.Als eindopdracht voor de module Werken met Methodieken heb ik onderstaande moduleopdracht gemaakt. Deze module was zeer leerzaam, door je weer bezig te houden met de concrete stappen van een plancyclus merk je dat je in je dagelijkse werkleven soms stappen hiervan overslaat.Veel leesplezier. 2 / 5
lOM oA RcPSD |266 833 4 3 Samenvatting Deze plancyclus is geschreven als opdracht voor de module ‘Werken met methodieken’.Het beschrijven van de plancyclus gaat aan de hand van het boek ‘De Plancyclus in het sociaal-agogisch werk’ van Britt Fontaine (2010). Zij beschouwt de plancyclus als de basismethodiek in het sociaal-agogisch werken.Fase 1: oriënterende fase. In deze fase onderzoeken we onze eigen indruk van de problemen en doen we een eerste onderzoek naar het probleem zelf. Het resultaat van deze fase is een concrete en duidelijke omschreven probleemdefinitie, waarover alle betrokkenen het eens zijn. (Fontaine 2010) Emma is een meisje van 3 jaar die opgroeit in een druk gezin met 3 zusjes. Bij Emma en haar tweelingzusje Daisy is vorig jaar (2023) een taalontwikkelingsstoornis geconstateerd. Emma kan zich slecht concentreren in de les, vraagt veel aandacht en heeft een lage pijndrempel. In een eerdere fase werd het gedrag van Emma gezien als onderdeel van haar taalontwikkelingsstoornis. Maar naarmate deze ontwikkeling zich verbeterde, werd het gedrag van Emma niet anders.Het is een probleem voor Emma, haar ouders en haar begeleiders en dient nader onderzocht
te worden. Deze fase sluit zich af met de probleemdefinitie:
Vorig jaar is er een TOS stoornis bij Emma vastgesteld. Emma maakt vaak speelgoed stuk en is in haar omgang met anderen kinderen ongecontroleerd. Op school kan ze zich moeilijk concentreren en trekt ze zichzelf terug zodra ze op haar gedrag wordt aangesproken.Fase 2: diagnostische fase. In deze fase gaan we het probleem nader onderzoeken en analyseren. Voordat je daadwerkelijk kunt gaan onderzoeken, moet je beslissen wat je precies wilt gaan onderzoeken. Dit doe je aan de hand van hypothesen. (Fontaine 2010) De volgende hypothese wordt verder onderzocht : Emma vertoont dit gedrag omdat ze moeite heeft met prikkelverwerking.Het onderzoeken van deze hypothese gaat aan de hand van een observatieplan. De methode die hierbij gebruikt wordt zijn de vragenlijsten van de Sensory Profile Companion.Fase 3: planning- en uitvoeringsfase. In deze fase beginnen we met het stellen van een doel. (Fontaine 2010) Het doel van deze plancyclus luidt als volgt: over 6 maanden heeft Emma een betere controle over haar prikkelverwerking.Vervolgens wordt dit doel verwerkt tot een plan van aanpak, het zogeheten werkplan, hierbij maken we gebruik van de methode ZAP (zintuigelijk activiteitenprogramma). Het werkplan wordt uitgeschreven over een periode van zes maanden aan de hand van tussendoelen.Fase 4: evaluatiefase. In deze fase is het van belang dat je bijhoudt welke resultaten er met en door de cliënt behaald zijn. Daarnaast is het belangrijk om je eigen handelen als hulpverlener tijdens de uitvoering te observeren en te evalueren. (Fontaine 2010) We staan aan de start van het uitvoeren van het werkplan en kunnen dus nog geen eindevaluatie uitvoeren. Wel kunnen we verschillende tussenevaluaties uitvoeren zoals de reflectie op het eigen handelen tot nu toe en de reflectie van het proces.De eindevaluatie voeren we uit aan de hand van de methode van Kirkpatrick waarbij er gekeken wordt naar de 4 verschillende niveaus van zijn model: tevredenheid, verworven kennis, overdracht en impact. 3 / 5
lOM oA RcPSD |266 833 4