lOM oA RcPSD |266 833 4 1 / 4
lOM oA RcPSD |266 833 4 Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Psychologie: een palet vol theorieën3
Hoofdstuk 2 Psychoanalyse (psychodynamische theorie) Mensbeeld: Mechanistisch en
personalistisch Methode: Hermeneutisch4
Hoofdstuk 3 Behaviorisme
Mensbeeld: Mechanistisch9
Hoofdstuk 4 Humanistische psychologie
Mensbeeld: Personalistisch12
Hoofdstuk 5 Cognitieve psychologie Mensbeeld = eerst mechanistisch (computer), daarna ook organistisch (interactie met omgeving) en personalistisch (iedereen construeert eigen werkelijkheid)15 Hoofdstuk 6 Systeemtheorie
Mensbeeld: Organistisch19
Hoofdstuk 7 De omgevingspsychologie
Mensbeeld: Organistisch23
Hoofdstuk 8 Biologische psychologie
Mensbeeld: Mechanistisch en organistisch26
Hoofdstuk 9 Epiloog30
Hoofdstuk 1 Psychologie: een palet vol theorieën
Er zijn verschillende manieren om de theoretische stromingen te categoriseren. De eerste
indeling is een indeling naar mensbeelden:
-Het organistisch mensbeeld: mensen worden waargenomen als een geheel, onderdelen beïnvloeden elkaar, er is sprake van interne en externe dynamiek (wisselwerking met omgeving), er is geen lineaire relatie tussen oorzaak en gevolg, mensen worden gezien in hun omgeving, een organisme wordt gezien als meer dan de som van de delen, er zijn vergelijkingen met dieren mogelijk.-Het personalistisch mensbeeld: mensen worden als unieke personen gezien, mensen zijn scheppers van cultuur en geven zelf zin aan het bestaan, mensen leggen de nadruk op doelgericht handelen, mensen zijn anders dan dieren, mensen worden gezien als een geheel.-Het mechanistisch mensbeeld: de mens wordt gezien als een machine die is samengesteld uit afzonderlijke delen met hun eigen eigenschappen, mensen worden door externe krachten voortbewogen, mensen worden zelfstandig (los van de omgeving) bestudeerd, er is geen verschil tussen mensen en dieren, verbanden tussen oorzaak en gevolg zijn rechtlijnig, de som der delen hetzelfde is als het geheel.Methoden in de psychologie zijn afgeleid van het mensbeeld. De meest bekende methoden zijn de verklarende, de verstehende en de hermeneutische methode. In het organistische en het mechanistische mensbeeld moet het verwerven van kennis in de eerste plaats objectief gebeuren en moet het controleerbaar zijn (verklaarbaar). In theorieën met een personalistisch mensbeeld wordt uitgegaan van het begrijpen van het complexe geheel. Deze methoden zijn eerder subjectief en minder gebaseerd op harde feiten en cijfers. De laatste visie, waarin subjectiviteit centraal staat, wordt bekritiseerd omdat deze niet gebaseerd zou zijn op een theorie. De hermeneutische methode is een methode die vindt dat het interpreteren van de waarneming belangrijker is dan de waarneming zelf. 2 / 4
lOM oA RcPSD |266 833 4 Algemene systeemtheorie = metatheorie, oftewel een theorie over theorieën die aangeeft dat menselijk gedrag altijd voortkomt uit biologische, psychische en sociale factoren.
Belangrijkste punten algemene systeemtheorie (biopsychosociaal model):
-Hiërarchisch geordende niveaus die de werkelijkheid weergeven:
subatomaire deeltjes – atomen – moleculen – organellen – cellen - .. – 2 personen – familie – gemeenschap - .. (hoe hoger het niveau, hoe complexer het systeem) -Geen enkel niveau is te herleiden tot de hoger gelegen niveaus -Mens wordt gezien als een biologisch organisme en als een symbolisch wezen -Hogere niveaus zijn complexer dan lagere niveaus -Het is een open systeem, dynamisch denken -Systeem blijft in stand door het interne en externe evenwicht te bewaren Hoofdstuk 2Psychoanalyse (psychodynamische
theorie) Mensbeeld: Mechanistisch en personalistisch
Methode: Hermeneutisch
Basisuitgangspunten:
1.Niet altijd het gedrag bewust aansturen 2.Men heeft een onbewuste (wensen waarvan we nooit beseft hebben dat we ze hadden of wensen die we hebben weggestopt) 3.Subjectieve ervaringen (uniekheid) 4.Conflictmodel (conflict tussen een wens en een verbod onbewust) 5.Ervaringen uit de eerste levensjaren zijn bepalend (bij een baby zijn de hersenen nog niet rijp, en die worden de eerste levensjaren gerijpt dus zijn de ervaringen rond die tijd erg belangrijk) 6.Al ons gedrag heeft betekenis (er bestaat geen verspreking of vergissing) Geschiedenis Freud determinisme = zoeken naar oorzaken van gedrag
-Mechanistische benadering: aangeboren driften
-Romantische benadering: onbewuste
-Personalistische benadering: hermeneutische methode = betekenis voor gedrag en
dromen Freuds theorieontwikkeling: hypnose weerstand dromen (Hypnose: terug naar herinneringen.Weerstand: psychisch mechanisme voorkomt pijnlijke herinneringen die boven willen komen.Daarnaast is er binnen het onbewuste geen goed onderscheid tussen fantasie en echte herinneringen.
Droominhoud: de droominhoud die wordt herinnerd is de vermomming van onbewuste
wensen.) Mensbeeld -Pessimistisch = geen eigen baas en driften (agressies) besturen ons -Optimistisch = mensen kunnen zich bewust worden van onbewuste wensen en driften en zo dus wel eigen baas zijn Bron : Het palet van de psychologie - J. Rigter. 3 / 4
lOM oA RcPSD |266 833 4
Freud veronderstelde 2 aangeboren driften:
1.Lens- of seksuele drift 2.Doods- of agressiedrift Vroege psychoanalyse (mechanistisch) = biopsychische benadering aangeboren (biologische) driften veroorzaken gedrag Latere psychoanalyse (personalistisch) = biopsychische benadering psychisch niveau staat centraal (subjectieve ervaringen) De klassieke theorie *onbewuste mentale processen onbewuste - bewuste - voorbewuste -Levensdrift -Doodsdrift Dromen, versprekingen of neurotisch gedrag (bijv. overdreven angst) zijn een compromis tussen de onbewuste wensen of herinneringen en de censuur van het (voor)bewuste.*primaire proces (onbewuste)
Het streeft naar verwerkelijking van wensen: lustprincipe
Het is irrationeel = ongevoelig voor bewuste redenen (geen normen en waarden) *secundaire proces ((voor)bewuste) Het is gericht op de doelmatigheid (met waarden en normen) Het kenmerkt zich door rationaliteit (overwegingen), oftewel het realiteitsprincipe De drifttheorie Eros (lustprincipe) -Thanatos -Levensdrift -Seksuele drift -Doodsdrift (masochisme = naar binnen agressie = naar buiten) Libido = driftenergie van Eros (op jezelf) Objectgerichte energie = energie op anderen De psychische structuur Id (onbewuste) - Ego (bewuste) - Superego (voorbewuste) -driften (bevrediging - rationele structuur- Ik-ideaal van behoeften) -primair proces - secundaire proces - geweten (pasgeboren (1 e levensjaar (psyche))(4 e en 5 e levensjaar (sociale)) baby (biologie)) Er is altijd een conflict tussen Id en Superego, dat het Ego moet oplossen. Maar het conflict blijft altijd en zal nooit worden opgelost.Ontwikkelingsfasen (psychoseksuele stadia) Freud heeft 2 mogelijkheden bij een niet harmonieus verlopende driftontwikkeling: 1.Fixatie = blijven steken in een fase Bron : Het palet van de psychologie - J. Rigter.
- / 4