Maatschappijleer Hoofdstuk 2 Rechtsstaat 2.1Vrijheid of veiligheid?Er zijn steeds meer criminelen in Nederland die de lokale bestuurders (burgemeesters) bedreigen. De NPB (Nederlandse Politie Bond) geeft aan dat er snel meer geld en aandacht naar de aanpak moet van georganiseerde misdaad, anders worden de criminelen de baas.In een staat waarin de overheid wel in staat is om de veiligheid van burgers te garanderen, heeft de overheid gezag en voert zij het geweldsmonopolie uit. Dit betekent dat alleen de overheid geweld tegen burgers mag gebruiken om de orde te handhaven of criminaliteit op te sporen. In de meeste gevallen wordt de politie ingezet.
De politie heeft meerdere bevoegdheden:
Handhavingstaken om de orde te handhaven.Opsporingstaak om criminele activiteiten op te sporen. Zo mag de politie iemand staande houden. De politie vraagt dan naar persoonsgegevens en verblijfadres. Hier moet wel een reden voor zijn.Het aanhouden (arresteren) van een verdachte. Iemand is verdacht als er een redelijk vermoeden van schuld bestaat dat iemand de wet heeft overtreden. Bij een arrestatie of een bedreigende situatie mag de politie gebruikmaken van geweld. Maar de politie mag niet zomaar haar bevoegdheden inzetten. Deze worden ingeperkt door wetgeving.Het geweldsmonopolie van de overheid is aan regels gebonden. Nederland is namelijk een rechtsstaat: We spreken van een staat als een overheid macht en gezag uitoefent over een bepaald volk op een bepaald grondgebied. In een rechtsstaat is deze staat gebonden aan het recht: Geldende rechtsregels.Rechtsregels worden door de wetgevende macht voor de hele samenleving gemaakt en gelden dus voor iedereen. Deze rechtsregels zijn nodig om serieuze conflicten tussen mensen te voorkomen en de orde in een samenleving te handhaven.Rechtsregels regelen wat burgers wel of niet mogen of waar ze recht op hebben.Ze regelen ook welke bevoegdheden overheidsinstanties hebben. Op basis van rechtsregels geven gemeenten vergunningen af, int de Belastingdienst belastingen en kan de politie iemand arresteren.Hoewel de overheid beschikt over het geweldsmonopolie, maken ook criminelen gebruik van geweld.Bij de overheid gaat het om legaal geweld bij criminelen gaat het om illegaal geweld waarvoor geen wettelijke grondslag is.Criminelen die zich bezighouden met georganiseerde misdaad en het overheidsgezag ondermijnen, laten zich moeilijk pakken. Ze bevinden zich veelal in twee werelden: de illegale ‘onderwereld’ en de legale ‘bovenwereld’. Hierdoor is het niet altijd duidelijk of en door wie de wet wordt overtreden.Politie en justitie zetten daarom zware middelen in om deze daders te pakken. Ze luisteren criminelen af, onderscheppen chatberichten en infiltreren soms zelf in een criminele organisatie. 1 / 2
Omdat we in een rechtsstaat leven, gelden er strenge regels voor in de inzet van dit soort opsporingsmethoden. De officier van justitie geeft bij de opsporingstaak leiding aan de politie. Deze officier moet de politie toestemming geven om een bepaalde opsporingsmethode te gebruiken, zoals een huiszoeking of het aftappen van telefoons. De officier van justitie moet hier zelf ook nog toestemming voor vragen aan een speciale rechter: een rechter-commissaris. Alle officieren van justitie bij elkaar worden ook wel Openbaar Ministerie (OM) genoemd.Rechtsregels kunnen het de overheid lastig maken om daadkrachtig te handelen. De politie moet in een confrontatie zelf inschatten hoeveel geweld zij toepast en welke middelen hierbij worden ingezet. Is het gebruik van pepperspray voldoende, of moet er een taser of vuurwapen aan te pas komen?
De vier kenmerken van een rechtsstaat:
1.De aanwezigheid van grondrechten: Deze beschermen burgers tegen machtsmisbruik door de overheid. Grondrechten beperken de macht van de overheid. Burgers kunnen zich bij een conflict met de overheid beroepen op hun grondrechten.
2.Het legaliteitsbeginsel: Dit beginsel biedt burgers rechtszekerheid en gaat over twee dingen:
- Alles wat de overheid doet, moet gebaseerd zijn op de wet.
- Iets is legaal als niet in de wet staat dat dit gedrag strafbaar is.
- / 2
3.Een machtenscheiding: Deze verdeling van de macht staat bekend als de trias politica.Montesquieu vond dat de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht elkaar moesten controleren en in balans moesten houden. Het idee van een machtenscheiding is in elke rechtsstaat in meer of mindere mate terug te vinden.
4.Een onafhankelijke rechtspraak: In een rechtsstaat moeten rechters onafhankelijk zijn. Dit betekent dat zij volgens het recht handelen en zich niet laten beïnvloeden door bijvoorbeeld de politiek. Ook moeten rechters onpartijdig zijn. Dat betekent dat (persoonlijke) belangen geen rol mogen spelen als ze recht spreken.In een rechtsstaat beschermt de overheid burgers tegen willekeur en machtsmisbruik door de overheid. Dit noemen we rechtsbescherming. Dankzij onze Grondwet worden de grondrechten, het legaliteitsbeginsel, de machtenscheiding en de onafhankelijke rechtspraak geborgd. Tegelijkertijd handhaaft de overheid het recht door criminelen aan te pakken en bepaalde vrijheden (tijdelijk) af te nemen. De overheid heeft hiertoe het geweldsmonopolie. Zonder geweldsmonopolie is er geen rechtshandhaving. Dit plaatst de overheid regelmatig voor een lastig dilemma.Leerdoelen en opdrachten