ORIËNTATIE
METHODISCH WERKEN
Samenvatting
Social Work, leerjaar 1
Methodisch handelen inzichtelijk: H1-10
Reader de Bil Reader Bootsma
Rapporteren in de hulp- en dienstverlening: H1-2
Reader creatief agogische methodiek: H1-4
Psychologie, een inleiding: 13.2.2, 13.2.3, 13.3.1
1 10 11 17 23
31 1 / 4
Methodisch handelen inzichtelijk Hoofdstuk 1 – Verkenning Methodisch werken is een manier om de weg die je aflegt om tot je doel te komen zo goed mogelijk controleerbaar te houden. Dat doe je door een structuur aan te brengen die voor jou overzichtelijk en beheersbaar is en die begrijpelijk is voor anderen.In feite is het een instrument om je proces te kunnen besturen. Door te werken met een van tevoren ontworpen patroon maak je het mogelijk dat ook anderen zien waar jij je precies bevindt op weg naar je doel
Kenmerken van methodisch handelen zijn:
Je handelen is… Doelgericht Systematisch Procesmatig Bewust
De voordelen van methodisch handelen zijn:
Je kunt beter vooruitkijken, waardoor je meer controle hebt over wat er gebeurt en de kans op fouten afneemt Je maakt voor een ander inzichtelijk welk proces je wilt volgen Je kunt je eigen handelen bespreekbaar maken/evalueren en op grond daarvan eventueel je proces bijstellen Je maakt je proces overdraagbaar aan anderen Vaak worden twee woorden door elkaar gebruikt: methodiek en methode. Die hebben een verschillende betekenis. Methodiek betreft het overzicht van verschillende methoden. Een methode is een vaste, weldoordachte manier van handelen om je doel te bereiken.Methodisch werken begint met het formuleren van een doel. De weg ernaartoe kun je een plan van aanpak of een stappenplan noemen, of elke gewenste naam geven. In ieder geval komt het planmatige karakter om je doel te kunnen bereiken tot uiting. Je zou ook kunnen zeggen dat je gefaseerd werkt.De vorm die je aan je plan geeft, is het model.Zo zou je in gedachten kunnen bedenken dat een stappenplan een model is waarbij je stap voor stap je doel wilt bereiken; dus eerst de ene actie en dan de andere actie Vanaf de doelformulering brengt dan iedere actie die je onderneemt, je een stapje dichter bij het doelresultaat.Als je in gedachten je plan als het ware uitzet op een rechte lijn (lineair), ontwerp je dus een lineair model.
-In schema: doelformulering – stap 1 – stap 2 – stap 3 – doelresultaat.
Een circulair model is, zoals de naam al zegt, een model dat zich kenmerkt door de circulaire vorm. Hierbij worden fasen van het stappenplan in een cirkel gesitueerd. Het begin- en eindpunt worden met elkaar verbonden. Opeens is er dan niet meer een afgebakend eindpunt. Dit eindpunt wordt onderdeel van de cirkel Het mooie aan een circulair model is dat je het cyclisch kunt maken. Immers, als je de lijn afloopt, kom je bij het beginpunt uit. Als op dat moment je doelresultaat niet is behaald,
1 2 / 4
vraag je je af waarom niet en vervolg je opnieuw de lijn, maar nu toegerust met extra kennis over wat er wel goed ging en wat er niet goed ging. Je kunt dus makkelijk meerdere rondjes maken voordat jij je doel hebt bereikt. Het is goed mogelijk om bij te sturen. En het grote voordeel van bijsturen, is dat je op koers kunt blijven. Zo ontstaat een cyclisch model, meerdere rondjes over elkaar. Het grote voordeel van dit model is dat je in staat bent een cliënt veel langer te begeleiden zonder dat je het gevoel krijgt dat de cliënt niet in staat is jou te volgen of zonder dat het gevoel je bekruipt dat jij niet in staat bent om de cliënt te begeleiden. In feite ben je beter toegerust om vorm te geven aan je procesmatig werken.Hoofdstuk 2 – Initiatief In de eerste fase, de initiatieffase, van de regulatieve cyclus geef je de cliënt een plaats binnen jouw visie en missie en die van jouw organisatie. In deze fase is de eerste stap dat je de cliënt a.h.w. accepteert. Vervolgens ga je verder met je een beeld te vormen van de cliënt. Je gaat nadere informatie verzamelen. De informatie verzamel je in een zogenaamde intakeperiode. In die periode laat jij je inlichten door derden en/of door de cliënt zelf. Het is praktisch als je in direct contact met de cliënt toestemming vraagt om nadere informatie te mogen inwinnen.Zorg ervoor dat je deze toestemming uiteindelijk ook schriftelijk in je dossier hebt!Door het verzamelen van zo veel mogelijk informatie krijg je een beeld van de cliënt, zijn hulpvraag en de mogelijkheden van hulpverlening. Je gaat in een intakeperiode het meest effectief te werk als je voor jezelf vooraf helder hebt welke informatie je wilt hebben. Het is dus het handigste om deze informatieverzameling methodisch aan te pakken.Bijvoorbeeld door eerst structureel te bedenken wat je gaat vragen en aan wie.
Onderwerpen en bronnen waar je informatie vandaan kunt halen zijn bijvoorbeeld:
-Wie is de aanmelder/verwijzer?-Is er schriftelijk gemeld, per telefoon, digitaal of in persoon?-Wat zijn de biografische gegevens van de cliënt?-Wat is de leefsituatie van de cliënt?-Welke referenten kun je raadplegen?-Wat is de hulpvraag?Een duidelijke hulpvraag helpt je te bepalen vanuit welk punt je met je hulpverlening kunt vertrekken en waar je naartoe moet. Probeer erachter te komen welke essentiële behoeften van de cliënt op dit moment niet bevredigd worden, met andere woorden: wat is precies zijn vraag?Dit helpt om vragen van de cliënt te categoriseren; is er bijvoorbeeld sprake van materiële problemen of immateriële problemen?Problemen ontstaan omdat er niet wordt voldaan aan bepaalde behoeften. Maslow (links) heeft hiervoor een indeling gemaakt in de vorm van een piramide. Deze behoeftepiramide is gebaseerd op westerse denkbeelden. Pinto (rechts) heeft in navolging van Maslow ook een behoeftepiramide gemaakt, maar dan gebaseerd op niet-westerse denkbeelden. Beide zijn goed te gebruiken als middel om een probleem te categoriseren.
2 3 / 4
Enkele andere hulpmiddelen om tot een globale hulpvraag te komen zijn:
Op zoek naar de hulpvraag is een goed hulpmiddel om eerst het hier en nu te beschrijven, de huidige situatie, om er vervolgens achter te komen wat de gewenste situatie is. Vraag je dan af wat er zoal moet gebeuren om de gewenste situatie te bereiken. De antwoorden op deze vragen kun je dan gebruiken om een hulpvraag te formuleren Gebruik vraagwoorden. Vraagwoorden zijn woorden waarmee een vraag begint.Voorbeelden van vraagwoorden zijn: wie, wat, waarom, waar, wanneer en waarmee. Als je deze vraagwoorden gebruikt bij het stellen van je vragen krijg je in korte tijd veel informatie over een onderwerp.Stel eenvoudige vragen. De cliënt is soms wat zenuwachtig en begrijpt niet altijd wat precies je vraag is. De cliënt is soms wat argwanend en denkt parallel aan jou vraagstelling mee. Hij denkt dan: je vraagt me dit wel, maar je wilt eigenlijk iets heel anders weten
De vragen die je stelt, kunnen bijvoorbeeld over de volgende onderwerpen gaan:
De problemen/klachten van de cliënt De oorzaken van de klachten De beleving van de cliënt m.b.t. zijn problemen De invloed van de problemen op het dagelijks leven van de cliënt De manier waarop de cliënt op dit moment met de klachten omgaat De anamnese: problemen/klachten waar de cliënt eventueel eerder al last van had Compenserende omstandigheden die de problemen verzachten De wensen en behoeften van de cliënt De verwachting die de cliënt heeft van de hulpverlening Je kunt ook nog een inschatting maken van de mate waarin je cliënt vrijwillige of onvrijwillige hulp nodig heeft. De keuze voor vrijwillige of verplichte hulp is zelden een keuze helemaal voor het een of voor het ander. Eerder zit de hulpvorm tussen beide polen in. Binnen onvrijwillige hulp kan het zelfs zo zijn dat de hulp opgelegd is door derden, bijvoorbeeld door de rechter. Wij stellen ons op het standpunt dat hulp zo veel mogelijk samen met de cliënt moet worden ingevuld. Dat altijd moet worden gezocht naar het vermogen van de cliënt om zijn eigen kracht in te zetten.Op grond van verkregen informatie uit de sociale contacten van de cliënt (familie, buren, school, enzovoorts) kun je besluiten om de cliënt outreachend te benaderen. Eropaf gaan zonder dat de cliënt vraagt om contact. Het is aan jou om dit contact dan te maken. Je kunt ook besluiten om burgerkracht te gaan gebruiken, dat wil zeggen dat je de personen binnen de sociale context van de cliënt mobiliseert als onderdeel van je hulpverleningsplan.Hoofdstuk 3 – Analyse De fase van de analyse is de periode waarin je nadenkt, onderzoekt en conclusies trekt.Daarnaast denk je al vooruit over de vorm van hulpverlening die je zou kunnen inzetten. Je zit in het midden van het proces waarin je van een globale naar een concrete planning gaat.
- / 4