- / 3
Voorwoord:
Mijn naam is X. In 2024 ben gestart met de HBO opleiding Toegepaste Psychologie. Deze opleiding ben ik gestart omdat ik altijd gefascineerd ben geweest in het hoe en waarom van menselijk gedrag. Momenteel ben ik werkzaam binnen de x Nederland als operationeel leidinggevende binnen team X.De moduleopdracht die voor u ligt heb ik geschreven als eindopdracht voor de module Ontwikkelings- en levenfasepsychologie. Het is een analyse van de levensloop van mijn partner. In deze analyse heb ik haar levensloop gekoppeld aan verschillende theorieën uit de ontwikkelings- en levensfase psychologie. 2 / 3
Samenvatting In deze levensloopanalyse is de levensloop van X (34 jaar) beschreven. X is een vrouw die geboren wordt in x maar opgroeit in x. Het gezin waarin X opgroeit is een voor die tijd traditioneel gezin bestaande uit vader, moeder en twee kinderen.De beschrijving van de levensloop van X is opgedeeld in zes chronologische levensfases.
Deze zes levensfases zijn:
Babytijd (geboorte tot drie jaar) Peuter- en kleutertijd (drie tot zes jaar) Schooltijd (zes tot twaalf jaar) Adolescentie (twaalf tot twintig jaar) Jongvolwassen (twintig tot veertig jaar) Middelbare leeftijd (veertig tot zestig jaar) Elke levensfase wordt voornamelijk getoetst aan de theorieën van Piaget (cognitieve ontwikkeling), Erikson (sociale ontwikkeling), Freud (psychoseksuele ontwikkeling) en Kohlberg (morele ontwikkeling). Hierbij kan er samenvattend, per prominente theorie, het
volgende worden gesteld:
Volgens de theorie van Piaget volgt X een normale ontwikkeling. Er is in geen enkele levensfase stagnatie te zien. X doorloopt zowel de sensomotorische, preoperationele, concreet operationele en formeel operationele fase met goed gevolg.In het geval van de psychoseksuele ontwikkeling van Freud is er een gebeurtenis, uit de babytijd, te zien die mogelijk tot fixatie had kunnen leiden. X drinkt en eet structureel te weinig. Later in het leven van X zijn er geen indicaties gevonden die fixatie in de orale fase aantonen. Daarnaast zijn er aanwijzingen gevonden dat X in haar schooltijd de latentie fase doorloopt.De stadia van psychosociale ontwikkeling van Erikson zijn goed terug te zien in de ontwikkeling van X. Tot haar tweeënveertigste zijn er aanduidingen te vinden dat Xde stadia van Erikson goed doorloopt. In geen enkel stadia zijn er indicaties te vinden die kunnen concluderen dat Xeen negatief resultaat ervaart.X doorloopt ook verschillende fases van morele ontwikkeling volgens de theorie van Kohlberg. Haar morele ontwikkeling is terug te zien in zowel het preconventionele-, conventionele- als het postconventionele niveau. In het postconventionele niveau is goed terug te zien dat de morele ontwikkelingstheorie van Kohlberg gericht was op mannen. X laat meer compassie zien voor het individu wat meer aansluit op de theorie van Gilligan, deze is gericht op de morele ontwikkeling van vrouwen.Daarnaast zijn er in de ontwikkeling van X nog een aantal andere theorieën getoetst naar aanleiding van enkele gebeurtenissen.
- / 3