Minor geriatrie en gerontologie - Boek geriatrie en gerontologie + hoorcolleges 1 / 4
Boek Gerontologie en geriatrie Hoofdstuk 1 t/m/ 3 Begrippen
Klinimetrie: meten hoe het klinisch met iemand gaat
Vergrijzing: het aantal ouderen neemt toe
Dubbele vergrijzing: Het aantal ouderen neemt toemaar ook de leeftijd neemt toe
Gevolgen vergrijzing:
1: De werkdruk onder het zorgpersoneel gaat omhoog
2: Niet genoeg verpleeg- of ziekenhuisbedden
3: De zorgkosten stijgen omdat het aantal mensen in de zorg ook stijgt
Vernieuwing is dus nodig om deze gevolgen te voorkomen, een paar van deze
vernieuwingen zijn al ingezet:
1: Mensen liggen korter in het ziekenhuis
2: Mensen wonen langer thuis
3: Technologie 2 / 4
Mensen worden steeds ouder, maar waarom is dit?Celgroei neemt af → cel versterf neemt toe Op basis hiervan worden onderstaande theorieën gebaseerd.Hiervoor zijn verschillende biologische verouderingsmechanismen die hier een rol in spelen: ZuurstofradicalenEnergie wordt opgewekt door een verbrandingsreactie. O2 reageert met C (koolstof) waardoor er CO2 ontstaat. Dit gaat soms mis waardoor er zuurstofradicalen ontstaan. Deze radicalen willen met alles reageren. Wanneer ze dit doen wordt dit molecuul of deze cel stuk gemaakt.
Voorbeeld:
Roken zorgt voor meer zuurstofradicalen, dat is waarom roken zorgt voor veroudering.eiwitstapelingEiwitten kunnen door bijvoorbeeld oxidatieve stress kapot gaan en samenklonteren. Ze verspreiden zich dan over het hele lichaam en verstoren het transport van een cel waardoor de cel kapot gaat.
Voorbeeld:
De geelbruine huid bij veroudering wordt veroorzaakt door eiwitstapeling.versuikering van eiwitten Wanneer suikers met zuurstof radicalen reageren ontstaat er een soort lijm. Eiwitten gaan door deze lijm aan elkaar plakken en zo ontstaat er samenklontering
Voorbeeld:
Verklontering van eiwitten zorgt ervoor dat het kraakbeen hard wordt en zorgt dus voor artrose.telomeerverkortin g Telomeren zijn uiteinden van het DNA. Deze zijn niet van belang voor de cel. Telomeren worden steeds korter na het elke keer delen. Wanneer ze op zijn, stopt de cel met delen.
Voorbeeld:
verklaart dat de celgroei afneemt.mechanische slijtage Inspanning van ons lichaam levert mechanische schade op.DIt herstelt zich ook maar naarmate we ouder worden hersteld dit steeds minder goed door de afname van cellen.
Voorbeeld:
Slijtage van kraakbeen door wrijving en klonteringen.DNA-schadeDNA-schade wordt veroorzaakt door mutaties. Mutaties kunnen van invloeden van binnen en buitenaf komen.Mutaties leiden of tot een tumor of tot celdood
Voorbeeld:
Bv. roken, alcohol, zon en erfelijkheid veroorzaken mutaties.methylering van DNA Niet alle genen in elk DNA staan aan. Wanneer een methylgroep wordt geplakt aan dit gen staat het uit.Naarmate je ouder wordt werken de methylgroepen niet meer goed, laten ze niet meer los, en staat het gen dus uit.Hierdoor functioneert de cel niet meer.
Voorbeeld:
In een huidcel staat bijvoorbeeld het gen voor de haarkleur uit.ontsteking Ontstekingen zijn nuttig om kapot weefsel op te ruimen.Echter gaan bij het opruimen ook goede cellen verloren.Waardoor je steeds extra cellen verliest. Daarnaast wordt de afweer ook minder goed naarmate je ouder wordt.
Voorbeeld:
Denk aan de ziekte van Crohn. 3 / 4
Hoofdstuk 4 De geriatrische patiënt Multimorbiditeit: de aanwezigheid van twee of meerchronische aandoeningen waarbij de ene aandoening niet méér centraal staat dan een andere.Comorbiditeit: de ernaast bestaande aandoeningen.(dit kan per persoon voor iedere patiënt anders zijn) Je spreekt van multimorbiditeit wanneer er bij een patiënt 2 of meer van de
onderstaande chronische gezondheidsproblemen aan bod zijn:
-chronische ziekten -zintuiglijke beperkingen -mentale beperkingen -syndromen
Over multimorbiditeit:
Met het stijgen van de leeftijd neem multimorbiditeit oe meer dan 80% van de 85+’ers heeft multimorbiditeit en meer dan 75% van de mensen van 75 jaar.Roken verdrievoudigt de kans op multimorbiditeit Weinig bewegen en obesitas verdubbelt het risico Het biopsychosociaal model Het biopsychosociaal model is niet alleen gericht op de biomedische aspecten maar ook op de psychische, functionele en sociale aspecten van het leven van iemand. Het beroepsprofiel stelt werken volgens dit model verplicht.
- / 4