6V Module 6 – formatieve toets Theorievragen 1.Het realisme en de romantiek waren beide reacties op de moderniteit. Geef van beide stromingen aan wat de reactie was.
2.Binnen de literaire avant-garde was er een tweedeling: sommige teksten zijn duidelijk bedoeld om de lezers te prikkelen of te provoceren, andere zijn bedoeld als autonoom taalbouwsel.Leg uit wat een autonoom taalbouwsel is.
3.De literaire avant-garde breekt met de traditie. Noem twee dingen die avant-gardisten bekritiseerden.Simon Vestdijk, Terug tot Ina Damman Terug tot Ina Damman is een van de Anton Wachterromans van Simon Vestdijk. Uit deze roman komt het volgende fragment.5 10
15 1 / 2
6V En verder waren er de negens voor Frans, en de achten voor meetkunde, die dezelfde gebleven waren. Alles, alles hetzelfde. De eerste van de klas, dat wàs hij en dat zou hij blijven tot er de dood opvolgde, of misschien was hij het niet eens, was het alleen maar een vrome fictie van de leraren, die nu eenmaal een paradepaardje nodig hadden. Meneer Couvée kon zijn enthousiasme over het fenomeen Anton Wachter zo slecht beteugelen, dat hij een tien gaf voor een repetitie met drie fouten er in, een sterk stukje. Dan danste hij op zijn stoel, en glom, en knikte tegen de rest, die er grijnzend
bijzat: in de pauze kregen ze hèm wel weer, hi, hi.
‘Vent heeft het góed gemaakt,’ zei Jelle Mol dan onder algemeen gegiechel, beschaafd en lijzig zijn zware stem modulerend. En de kleine snelle jongens die hem aan zijn jas trokken, en Jan Breedevoort die nog gauw zijn applaus voor Jelle Mol in een blauw zakdoekje smoorde met
wijnrode stippeltjes: alles hetzelfde. Toch bleef hij doorwerken, al kon het
hem ook niets meer schelen om de ‘eerste’ te zijn die hij tóch niet was. Hij bleef zijn best doen, omdat hij dat nu eenmaal altijd gedaan had, en omdat
hij anders niet zou weten, hoe de verveling te doden: je kon tenslotte niet de
hele dàg aan naakte vrouwen denken, of in romannetjes de vier of vijf bladzijden bij elkaar zoeken waarop wat gebeurde... Alles dus hetzelfde. Re- pe-ti-ties. Beur-ten. Het krijtje van meneer Romijn. Het krijtje van meneer Horsting, niet te vergeten. En de baas nog steeds fel op jongens die aan hun pet tikten, en meneer Couvée kwaad met Horsting, en meneer Greve ijzig, en sterk in het fietsen tegen de wind. Niet te geloven, dat deze hele zinneloze, walgelijke entourage altijd nog maar in zijn oude gedaante bleef bestaan. Wàt een school! Of werd de school nog door iets anders overtroffen?Soms, in een onnoemelijke verwondering, te diep voor vertwijfeling of afkeer, bekeek hij zichzelf in de spiegel, voorovergeleund, strak, bijna
dreigend: ben ik dat? Geen profiel hoefde men er meer van te nemen om
zich te vergewissen, dat dit gezicht niet deugde; het was het minste, het smerigste dat zich denken liet. Daar, die neus, die buiten verband met de
rest de ruimte zocht: dat wàs geen mensenneus. Die kin, die op alle
mogelijke manieren terugweek (net als bij die Staphorster vrouwen, waar hij in de vakantie foto’s van had gezien bij een tijdschriftartikel over ‘Degeneratie’), angstig voor wat de neus, domdwaas in zijn drieste eigenwijzigheid, in zijn eentje trachtte te ondernemen. En vlassige baardharen. En puistjes. Neen, niet aan Soer denken. Die was immers al lang van school af. Dat was immers allemaal allang voorbij. Niet aan denken, godv... Maar die puistjes!! Een hele landkaart, meneer, van kleine, vurige of gele, vieze, openbrekende paddestoeltjes, meneer, en al mocht dit dan de leeftijd zijn voor zulk gewas, niemand had er zoveel als hij. Vaak braken er drie tegelijk open, dan kon hij zich niet eens behoorlijk scheren, en het bloed vermengde zich met de etter. Misschien was hij wel ziek... Of ze beklommen de neus, alsof ze mée naar voren wilden, zich verenigend tot grotere, mooie robijnrode, die hij in zijn slaap openkrabde, en dan kon je die bloedvergiftiging krijgen waar zijn moeder hem uit de krant over voorgelezen had. En dan ineens krabde hij er met een vuile nagel, met opzet, een paar open, en wachtte op de eerste verschijnselen, woedend op zijn eigen angst, woedend op die vergiftiging die niet komen wou, woedend op zijn moeder...20 25 30 35 40 45 50 55 60
- / 2