COPD Naam Simone Koopmans
COPD Algemeen Chronisch obstructief longlijden is een vermijdbare en een behandelbare aandoening met significante extrapulmonale effecten die kunnen bijdragen tot de ernst van de aandoening. De pulmonale component wordt gekenmerkt door een luchtwegobstructie die niet volledig reversibel is. De luchtwegobstructie is progressief en wordt geassocieerd met een abnormale inflammatoire respons van de longen op schadelijke partikels of gassen. Naast kortademigheid, hoesten, piepen, sputumproductie en herhaaldelijke infecties, worden ook systemische gevolgen beschreven, zoals: deconditionering, spierzwakte, gewichtsverlies en ondervoeding. De fysieke activiteit in het dagelijks leven is significant verminderd vergeleken met die van gezonde personen. Bovendien komen psychosociale problemen voor, zoals: depressie, angst en sociaal
isolement. De verschillende stadia van COPD:
• GOLD I. In dit stadium is er sprake van een lichte beperking van de luchtstroom, maar patiënten zijn zich niet altijd bewust dat hun longfunctie abnormaal is (FEV1 meer dan 80 procent).
• GOLD II. In dit stadium veroorzaakt de beperking van de luchtstroom klachten, zoals: hoesten, slijm opgeven en kortademigheid bij inspanning. Patiënten komen in dit stadium vaak vragen om een medische behandeling (FEV1 tussen de 50 en 80 procent).
• GOLD III. In dit stadium is de beperking van de luchtstroom verder verminderd. Patiënten klagen over een toegenomen benauwdheid, vermoeidheid, beperkingen in de ADL-activiteiten en herhaalde verergeringen die allen een uitwerking hebben op de kwaliteit van het leven (FEV1 tussen de 30 en 50 procent).
• GOLD IV. Dit stadium wordt gekenmerkt door een zeer ernstige beperking van de luchtstroom, zo ernstig dat de beperking ook invloed heeft op het hart en de bloedvaten. De klachten zijn zo ernstig dat tijdelijke verslechteringen levensbedreigend kunnen zijn (FEV1 minder dan 30 procent of minder dan 50 procent bij de aanwezigheid van longfalen).
De voorspellende factoren voor mortaliteit bij COPD zijn:
• Leeftijd.
• FEV1.
• Roken.• Hypoxemie.• Chronische mucushypersecretie.• Kortademigheid.• Een afgenomen inspanningscapaciteit.• Een verminderde fysieke activiteit.• Een afgenomen spiermassa en spierkracht.• Een lage BMI.• Excessief gewichtsverlies.
Roken, chronische mucushypersecretie en een laag ADL-niveau zijn factoren die leiden tot een grotere achteruitgang van de FEV1.
Het screeningsproces Rode vlaggen Patiënten met COPD en patiënten met kortademigheidsklachten (ook niet-gediagnosticeerde patiënten met COPD) worden over het algemeen verwezen door de longarts of de huisarts. In geval van DTF moet de fysiotherapeut nagaan welk GOLD-stadium en welke MRC-score de patiënt heeft.
- / 1