Natuurkunde samenvatting - H2 - Beweging Paragraaf 1 Snelheid en gemiddelde snelheid -Tijdens een rit rijd je niet constant precies 100km/h. De snelheid veranderd steeds. Je noemt de snelheid van 100 km/h daarom de gemiddelde snelheid -Bijv. je hebt 1000 km afgelegd in 10 uur, dan bereken je de
gemiddelde snelheid: 1000/10 = 100km/h = afstand/tijd
-Iets wat je kunt meten noem je een grootheid -Waarde die je meet geef je aan met een getal, alleen het getal is niet genoeg. Je weet niet of het km/h of bijv. m/s is.
-Eenheid: waarin je de grootheid afstand
uitdrukt. Bijv. meters of kilometers -Tijd druk je uit in seconden of uren, snelheid druk je uit in meters per seconde (m/s) of kilometers per uur (km/u) -Grootheid kan je weergeven met een
symbool: afstand = s, snelheid = v
-Eenheden kun je meestal ook kort weergeven. Kilometer bijv. km en kilometer per uur km/h -Er bestaan verschillende eenheden voor een grootheid, bijv. m en km bij afstand -De standaardeenheid voor afstand: meter (m), voor tijd: seconde (s)
en voor snelheid: meter per seconde (m/s).
-Grootheden meet je met een meetinstrument:
-Er zijn 2 soorten meetinstrumenten: analoge en digitale
meetinstrumenten
-Analoge snelheidsmeter:
oWijzer die over schaalverdeling met streepjes beweegt oElk streepje staat voor een bepaalde waarde oAls de wijzer niet precies op streepje staat maak je een schatting
-Digitale snelheidsmeter:
oDe gemeten waarde direct op scherm getoond
1 1 / 2
- / 2