ncoi basisopleiding psychologie oefenvragen oefentoets basiskennis psychologie.png 1 / 3
ncoi basisopleiding psychologie oefenvragen oefentoets basiskennis psychologie.png 2 / 3
ncoi basisopleiding psychologie oefenvragen oefentoets basiskennis psychologie.png Alle antwoorden laatste pagina 15 open vragen (gemiddeld)
Hoofdstuk 1: Leren en geheugen
1.Leg uit hoe het verschil tussen klassieke en operante conditionering zich manifesteert in het dagelijks gedrag van mensen. Geef een concreet voorbeeld.
2.Hoe speelt het werkgeheugen een rol bij het oplossen van complexe problemen? Betrek hierbij de componenten van het werkgeheugen.
3.Waarom is de seriële-positiefout relevant voor het leren van informatie in een onderwijssituatie? Licht toe met een praktijkvoorbeeld.
4.Hoe beïnvloeden cognitieve schema’s het terughalen van herinneringen uit het langetermijngeheugen?
5.Beschrijf de impact van contextafhankelijke geheugenprocessen op getuigenverklaringen. Welke implicaties heeft dit voor het rechtsstelsel?
Hoofdstuk 2: Mentale processen, waarneming en bewustzijn
6.Leg uit hoe het proces van top-down verwerking invloed heeft op onze waarneming in een onbekende situatie.
7.Hoe kan inattentional blindness leiden tot gevaarlijke situaties in het verkeer? Licht dit toe met een wetenschappelijk voorbeeld.
8.Beschrijf het verschil tussen automatische en gecontroleerde mentale processen en geef aan in welke situaties deze een voordeel of juist een nadeel kunnen zijn.
9.Wat is de relatie tussen de circadiane ritmes en de kwaliteit van het bewustzijn gedurende de dag? Welke verstoringen kunnen optreden bij ploegendiensten?
10.Leg uit hoe subliminale perceptie werkt en waarom het controversieel is binnen de psychologie.
Hoofdstuk 3: Ontwikkeling
11.Beschrijf hoe Piaget’s theorie over cognitieve ontwikkeling van toepassing is op het gedrag van een kind van 7 jaar.
12.Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de theorie van Erikson en die van Freud met betrekking tot de psychosociale ontwikkeling?
13.Hoe beïnvloedt hechting in de vroege jeugd de latere sociale relaties volgens Bowlby’s theorie?
14.Welke rol speelt theory of mind in de morele ontwikkeling van kinderen? Betrek hierbij recente onderzoeksbevindingen.
15.Hoe draagt puberale hersenontwikkeling bij aan risicovol gedrag bij adolescenten?
- / 3