NCOI oefentoets Master in Toegepaste psychologie voor professionals NCOI oefentoets Master in Toegepaste psychologie voor professionals
Niveau: gemiddeld en gevorderd
90 veel voorkomende tentamenvragen met antwoorden apart 35 open vragen 30 meerkeuzevragen 20 waar/niet waar 5 casus vragen
Onderwerpen:
1.Psychologie en gedrag 2.Sociale psychologie 3.Psychologisch onderzoek 4.Adviseren vanuit psychologisch perspectief
- lijst 30 belangrijke kernbegrippen voor tentamen alfabetisch en kort uitgelegd
- 5 gratis websitelinks die je kunnen helpen 1 / 3
NCOI oefentoets Master in Toegepaste psychologie voor professionals 30 open vragen – antwoorden apart.............................................................................................3
- Cognitieve en Sociale Psychologie............................................................3
- Gedragsverandering en Motivatie............................................................3
- Emoties en Persoonlijkheid.......................................................................3
- Toepassingen in de Praktijk.......................................................................4
- Sociale cognitie en perceptie....................................................................6
- Groepsdynamiek en invloed.....................................................................6
- Attitudes en interpersoonlijke relaties......................................................7
- Vooroordelen, stereotypen en agressie....................................................8
- Sociale beïnvloeding en besluitvorming...................................................9
- Emoties en sociale interacties................................................................10
- casus vragen...............................................................................................................................13
- gratis websitelinks die je kunnen helpen................................................................................18 2 / 3
30 meerkeuzevragen......................................................................................................................6
20 waar/niet waar.........................................................................................................................11 Onderzoeksdesign en Methodologie...........................................................11 Statistiek en Gegevensanalyse...................................................................12 Ethiek en Betrouwbaarheid in Onderzoek...................................................12
Casus 1: Weerstand bij Organisatieverandering.........................................13 Casus 2: Burn-out bij een Teamleider.........................................................13 Casus 3: Onethisch Gedrag binnen een Bedrijf..........................................14 Casus 4: Conflicten in een Multidisciplinair Team.......................................14 Casus 5: Motivatieproblemen bij Werknemers............................................14 Lijst 30 belangrijke kernbegrippen voor tentamen alfabetisch en kort uitgelegd.................16
NCOI oefentoets Master in Toegepaste psychologie voor professionals 30 open vragen – antwoorden apart
- Cognitieve en Sociale Psychologie
- Gedragsverandering en Motivatie
- Emoties en Persoonlijkheid
- / 3
1.Wat is het verschil tussen expliciete en impliciete attitudes, en hoe beïnvloeden ze gedrag?
2.Beschrijf het concept van cognitieve dissonantie en geef een voorbeeld van hoe dit in de praktijk werkt.
3.Hoe speelt heuristiek een rol bij besluitvorming en welke soorten heuristieken zijn er?
4.Wat is de fundamentele attributiefout en hoe kan deze leiden tot verkeerde interpretaties van gedrag?
5.Hoe beïnvloedt groepsdenken de besluitvorming in organisaties en welke strategieën kunnen dit voorkomen?
6.Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de sociale vergelijkingstheorie van Festinger?
7.Welke rol speelt confirmation bias in informatieverwerking en hoe kan dit leiden tot verkeerde conclusies?
8.Wat is de self-fulfilling prophecy en hoe kan dit effect ontstaan in werkomgevingen?
9.Welke fasen doorloopt iemand volgens het transtheoretisch model van gedragsverandering?
10.Wat is het verschil tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie volgens de zelfdeterminatietheorie?
11.Hoe kan de theorie van gepland gedrag worden toegepast om gedragsverandering te bevorderen?
12.Wat is nudging en hoe kan het worden ingezet om positieve gedragsverandering te stimuleren?
13.Hoe beïnvloedt locus of control de mate waarin mensen zich verantwoordelijk voelen voor hun gedrag?
14.Wat is learned helplessness en welke invloed heeft dit op motivatie en gedrag?
15.Hoe kan het overjustification effect motivatie negatief beïnvloeden?
16.Beschrijf de rol van sociale normen in gedragsverandering en geef een concreet voorbeeld.
17.Wat zijn de zes basisemoties volgens Paul Ekman en hoe manifesteren deze zich in non-verbaal gedrag?
18.Hoe beïnvloeden emoties besluitvorming volgens de affect-heuristiek?
19.Wat is het verschil tussen state en trait anxiety en hoe beïnvloeden ze gedrag?
20.Beschrijf het concept van emotieregulatie en benoem twee strategieën die hierbij kunnen worden ingezet.