ncoi praktijkdiploma boekhouden PDB oefentoets oefenvragen met antwoorden 2025.png 1 / 3
ncoi praktijkdiploma boekhouden PDB oefentoets oefenvragen met antwoorden 2025.png 2 / 3
ncoi praktijkdiploma boekhouden PDB oefentoets oefenvragen met antwoorden 2025.png Alle antwoorden laatste pagina 10 open vragen (gemiddeld) Hoofdstuk 1 - Kernelementen financiering 1.Leg uit wat het verschil is tussen een hypothecaire lening en een onderhandse lening, en geef aan in welke situaties een onderneming voor elk type zou kunnen kiezen.
2.Beschrijf hoe het hefboomeffect werkt bij het aantrekken van vreemd vermogen. Wat zijn de risico’s en voordelen hiervan voor een onderneming?
3.Een onderneming heeft te maken met structurele en incidentele financieringsbehoeften. Leg uit wat het verschil is en geef bij beide een concreet voorbeeld.
4.Wat zijn de belangrijkste overwegingen bij de keuze tussen leasing en kopen van een bedrijfsmiddel? Licht je antwoord toe met een rekenkundig voorbeeld.
5.Een onderneming wil haar werkkapitaal verbeteren. Noem drie maatregelen die zij kan nemen en leg per maatregel uit hoe deze het werkkapitaal beïnvloedt.Hoofdstuk 2 - Aandelen, obligaties en dividend 6.Wat is het verschil tussen preferente aandelen en gewone aandelen? Geef aan wat dit betekent voor zeggenschap en dividend.
7.Een onderneming geeft een obligatielening uit met een nominale waarde van €1.000, een rentepercentage van 6% en een looptijd van 5 jaar. Bereken de jaarlijkse rentelasten en leg uit hoe dit in de jaarrekening verwerkt wordt.
8.Wat is het verschil tussen dividend in contanten en stockdividend? Wat zijn de voor- en nadelen van stockdividend voor de onderneming?
9.Een aandeelhouder ontvangt een interim-dividend en later in het jaar een slotdividend. Leg uit wat het verschil is tussen deze twee dividenduitkeringen en wat dit betekent voor het resultaat van de onderneming.
10.Wat zijn de gevolgen voor de koers van een aandeel als een bedrijf besluit extra aandelen uit te geven zonder dat daar direct kapitaal tegenover staat? Licht je antwoord toe met een voorbeeld.
- / 3