1
Neuropsychologie: verklaring van menselijk gedrag als hersenfunctie
Vroege neuropsychologie:
- Schedeltrepanatie
- Vanaf 10.000 voor christus
- Hier werd dus wat uit de hersenen verwijderd als iemand raar gedrag liet zien
- Oudheid
- Observatie van hersenletsel symptomen in andere delen van het lichaam kan
veroorzaken
- Hippocrates: beschreef een man die geheugen voor letters kwijt was.
Observeerde dat hoofdletsel vaak samenhing met hemiparese aan de andere kant van het lichaam.
- Vanaf 1800 ontstaat geleidelijk het idee dat mentale functies specifieke plaatsen
- = frenologie (franz joseph gall)
- Bevindingen van Gall
gelokaliseerd zijn → onzin
o lokalisatie van functie: dat een ander, specifiek hersengebied elk
type gedrag reguleert.
o Cranioscopie: een apparaat wordt rond de schedel geplaatst om de
bulten en holtes te meten.
- Hij ontdekte ook de corticospinale tract en de corpus callosum
4. Dingen die wel te lokaliseren zijn:
- Afasie van Broca
- Afasie van Wernicke
- Disconnectie
- Neurale netwerken, functies afhankelijk van communicatie tussen
verschillende hersengebieden
o Wernicke kwam met het idee van geleidingsafasie: in deze
aandoening blijven spraakklanken en bewegingen behouden, maar de spraak is aangetast omdat deze niet van de ene regio naar de andere kan worden geleid. De connectie tussen broca en wernicke is dus kapot.
- Zo werden ook Alexie en apraxie gevonden
- Het idee van lateralisatie: dat wil zeggen, gelegen aan één kant van de
hersenen, ontstond
- Hier werd er vanuit gegaan dat bepaalde gedragingen aan één
- Penfield: deed aan openhersen operaties. Hij maakte laesies in de hersenen en
- Lokale elektrische corticale stimulatie nog steeds gebruikt tijdens
bepaalde kant van de hersenen zat
stimuleerde de hersenen door elktroshocken om te kijken waar je lichaam reageerde.
hersenoperaties met lokale anesthesie.
6. Leren van laesies: netwerken
- Diermodellen – verwijdering van cortex 1 / 4
- Kleinere gebieden → opvallend herstel
- Volledige cortex → nog steeds sommige functies intact (voedsel voorkeur,
- Dus veel functies liggen verspreid en meerdere gebieden altijd betrokken
- Hieruit is het Hiërarchisch model ontstaan
- Patient HM
- Om zijn epilepsie te verhelpen werden er een deel van de rechtse en linkse
- Hieruit bleek dat geheugen niet op 1 plek in het brein zit
- Split brain patients
- De corpus collusum was doorgesneden om epilepsie te genezen.
- Patient DF kreeg visuele vormagnosie: ze kon de vormen van objecten niet zien
- Door het verschil in symptomen met Ataxie werd de ventrale en dorsale
reactie op pijn, lopen ect)
daarbij zijn de hersenen plastisch en veel verandering mogelijk.
hemisfeer verwijderd. → hij kreeg hierdoor amnesie
of objecten niet visueel herkennen aan hun vormen.
stroom in het brein ontdekt.
Neuropsychologisch onderzoek: meten van gedrag en cognitie
Neuroimagine: relatie tussen symptomen en hersenen pathologie en diagnostiek.
Neuroanatomie:
- Basis anatomie
- Ze zeggen vaak hoe hoger het niveau, hoe hoger de functie maar de lage
niveaus zijn zeker zo belangrijk bij functioneren.
- Ipsilateraal: structuren die aan dezelfde kant liggen
- Contralateraal: structuren die aan verschillende kanten liggen
- Proximaal: structuren liggen dicht bij elkaar
- Distaal: structuren liggen verder weg van elkaar
- Afferent: als iets de weg naar het brein aflegt
- Efferent: als iets de weg van het brein weg aflegt.
- Overzicht zenuwstelsels
- / 4
- Ruggenmerg
- simpele reflexen in lijf en ledematen; extensie en flexie → verschillende
- Ook reacties op pijn, ritmische loopbewegingen, houding, controle blaas.
sensorische vezelbanen voor verschillende reflexen.
- Segmenten:
o Elke clusters segmenten vormt een dermatoom: deel van het lichaam
wat het beïnvloed.
- Posterieure root: sensorische info naar ruggenmerg
- Anterieure root: motorische info naar spieren
- Bij schade aan ruggenmerg
- Spier controle (dorsale/posterieure schade)
- Gevoel/sensatie (ventrale/anterieure schade)
- Support en bescherming hersenen
- De hersenen hebben de schedel als eerste bescherming en de ruggenmerg
- Daarna heb je het dura mater, arachnoid membraan (spinnenweb) en pia
Paraplegie (verlamd, alleen benen) Quadriplegie (ook armen verlamd)
de ruggenwervels
mater
- Cerebrospinale vloeistof is voor shockdemping.
- In het brein zit het in de vier ventrikels en subarachnoidale ruimte
- En het zit in de wervelkolom
o Bij blokkering van afvoer krijgt je een waterhoofd: hydrocephalus
Cervicaal → nek Thoracaal → torso Lumbaal → lage rug Sacraal → Heilig been 3 / 4
- De bloed-hersenbarrière beschermt de hersenen en het ruggenmerg door de
beweging van chemicaliën van de rest van het lichaam naar het CZS te beperken en door het te beschermen tegen giftige stoffen en infecties.
- Doorbloeding hersenen:
- Neuronen en gliacellen
- Ontstaan uit de neurale stamcel
- Ganglia: clusters van neuronen in het PCS
- In het CZS: tract, buiten het CZS: zenuw
- Verschil in sensorische, motorische en interneuronen
- Gliacellen
o Ependym cellen: maken Cerebrospinale vloeistof
o Astrocyten: bloed-hersen barrière, structuur, voeding en zuurstof
o Microgliacellen: immuun functie
o Oligodendrogliacellen: myeline in CZS
o Schwann cellen: myeline in PCZ
- De 12 hersenzenuwen
-
- Grijze en witte stof
- De grijze stof bevat de cellichamen
- De witte stof bevat de axonen
- reticulaire formatie bevat een combinatie van wit en grijs
- Hersenstam
- Hindbrain (myelencephalon + metencephalon)
- Midbrain (mesencephalon)
- / 4