Nieuwe samenvatting 2025 Basisboek Bedrijfseconomie HST 1 tm 18 Wim Koetzier 13e editie Super compact zonder blabla
- 67 veel voorkomende tentamenvragen antwoorden
apart 1 / 4
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Ondernemingen en hun functie in de economie3 Hoofdstuk 2 Bedrijfseconomische vakgebieden en functies6 Hoofdstuk 3 Financiële overzichten7 Hoofdstuk 4 Ondernemingsplan8 Hoofdstuk 5 Investeringsprojecten10 Hoofdstuk 6 Werkkapitaalbeheer12 Hoofdstuk 7 Eigen vermogen14 Hoofdstuk 8 Vreemd vermogen17 Hoofdstuk 9 Beoordeling van de financiële structuur20 Hoofdstuk 10Financiële markten22 Hoofdstuk 11Kostenstructuur24 Hoofdstuk 12Kostencalculaties26 Hoofdstuk 13Indirecte kosten28 Hoofdstuk 14Budgettering en verschillenanalyse30 Hoofdstuk 15Externe verslaggeving31 Hoofdstuk 16De jaarrekening nader bekeken33 Hoofdstuk 17Kasstroomoverzicht35 Hoofdstuk 18Concernverslaggeving36 2 / 4
Hoofdstuk 1 Ondernemingen en hun functie in de economie 1.1 Consumenten en producenten Er bestaan verschillende betrekkingen tussen consumenten en producenten, maar ook tussen producenten onderling. Deze betrekkingen worden geanalyseerd door de algemene economie.
Micro-economie: de theorie van de marktvormen.
Macro-economie: bestuderen van economische problemen van de samenleving als
geheel.De economische handelingen binnen productieorganisaties worden bekeken door de bedrijfseconomie.Zowel efficiency als effectiviteit zijn voor veel organisaties belangrijke doelstellingen.Efficiency heeft betrekking op de kostprijs van de producten die worden geproduceerd. Het gaat erom een bepaalde hoeveelheid producten te produceren en daarbij zo min mogelijk kosten te maken. Effectiviteit heeft betrekking op de verkoopopbrengst. Een onderneming produceert effectief als de consumenten bereid zijn voor de producten (of diensten) van de onderneming te betalen.Vandaag de dag hebben veel ondernemingen een mission statement opgesteld. Hierin geven zij aan welke doelen zij voor zichzelf hebben bedacht. Deze doelen kunnen op verschillende gebieden betrekking hebben, zoals milieu en de werknemers.
1.2 Profit- en non-profitorganisaties De overheidssector bestaat uit het Rijk (Den Haag), de gemeenten, de waterschappen en de provincies.Profitorganisaties werken volgens het marktmechanisme. Er wordt geproduceerd waar de afnemers behoefte aan hebben en waarvoor zij willen betalen. Bij collectieve goederen is dit niet mogelijk, omdat het geen individuele producten zijn. Jij kunt niet tegen wateroverlast worden beschermd en de buren niet. Automatisch werken de duinen voor allebei. Vandaar dat bij collectieve goederen het budgetmechanisme wordt gebruikt. Dit houdt in dat de overheid door middel van collectieve belastingen deze goederen en diensten bekostigt.Indien de overheid ervoor kiest sommige collectieve goederen door de marktsector te laten uitvoeren is er sprake van privatisering.
1.3 Ondernemingsactiviteiten Er zijn verschillende manieren waarop machines voor productie kunnen worden ingesteld.Een manier is stukproductie. Dit houdt in dat het product speciaal voor de klant wordt gemaakt en het van te voren besteld dient te worden om aan de specifieke wensen te kunnen voldoen. Een andere manier is massaproductie. Indien voor deze laatste vorm wordt gekozen, worden er gelijk een aantal van het zelfde product gemaakt en in de winkels verkocht. Deze producten dienen niet speciaal besteld te worden, maar zijn vaak op voorraad.Er bestaan ook mengvormen van stukproductie en massaproductie. Seriemassaproductie is een manier van produceren in grotere aantallen, maar toch volgens de eisen van de klant. De klant kan uit een aantal opties kiezen, waardoor de keuzes weliswaar beperkt zijn, maar het product toch aan de verwachting van de individuele klant voldoet. De andere mengvorm is serie-stukproductie. Deze vorm houdt in dat de onderdelen van het product op verschillende manieren worden geproduceerd. De klant kan vervolgens zelf de combinatie maken die aan zijn wensen voldoet. Stel een product heeft 3 onderdelen, en van elk onderdeel zijn 3 versies beschikbaar. In dat geval zijn er 27 verschillende producten mogelijk, maar kan de productie wel voor bestelling al plaatsvinden. 3 / 4
1.4 Rechtsvormen van ondernemingen Er zijn verschillende rechtsvormen waar een onderneming uit kan kiezen. Deze rechtsvormen hebben onder andere invloed op de aansprakelijkheid en de manier waarop belasting betaald dient te worden. Er zijn rechtsvormen met en zonder rechtspersoonlijkheid.➢Eenmanszaak één eigenaar die tevens de leiding in het bedrijf op zich neemt. Er zijn twee financieringsmogelijkheden, namelijk eigen vermogen en vreemd vermogen. De eigenaar (exploitant) dient inkomstenbelasting af te dragen over de winst.➢Personenvennootschap meerdere eigenaren die de leiding van de onderneming
hebben. Drie varianten: openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid,
niet- openbare vennootschap en openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid.Vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de financiële tekortkomingen van de onderneming.➢Kapitaalvennootschap bij deze rechtsvorm zijn leiding en bezit van elkaar gescheiden. Eigen vermogen wordt binnengebracht door het uitbrengen van aandelen.
➢Coöperatie een coöperatie heeft leden. Drie soorten: productiecoöperatie
inkoopcoöperatie, coöperatieve bank.Een speciale vorm van de personenvennootschap is de commanditaire vennootschap. De stille (commanditaire) vennoten bemoeien zich niet met de bedrijfsvoering, maar brengen slechts vermogen in.Alle ondernemingen kennen een boekhoudverplichting, zodat de belastingdienst de mogelijkheid heeft te controleren of de opgegeven cijfers, en dus de afgedragen belasting, overeenstemmen met de daadwerkelijke uitkomsten van de bedrijfsvoering.Onderlinge waarborgmaatschappij coöperatie die verzekeringen verkoopt aan haar leden.
Er bestaan drie belangrijke verschillen tussen de nv en de bv:
1.Het minimum startkapitaal is voor de nv hoger dan voor de bv.
2.De nv kent aandelen aan toonder en de bv slechts aandelen op naam.
3.In tegenstelling tot de nv kan in de statuten van een bv een blokkeringclausule worden vastgelegd.In het boek staat een tabel waarin alle rechtsvormen worden genoemd en de verschillen worden aangegeven in eigen financiering, publicatieplicht, aansprakelijkheid, continuïteit en fiscale positie. Tevens wordt hierin aangegeven of het een rechtspersoon is en hoe de scheiding tussen leiding en eigendom is geregeld.
Zie: hfst. 1; p. 37; Basisboek Bedrijfseconomie; Boer, Brouwers en Koetzier.
1.5 Omzetbelasting Niet-rechtspersonen inkomstenbelasting.Rechtspersonen vennootschapsbelasting.Alle ondernemingen omzetbelasting.Omzetbelasting wordt berekend over alle producten en diensten die door de consument worden gekocht. Het standaardtarief is 19%, maar voor bepaalde producten, zoals voedsel, is het tarief 6%. Omzetbelasting wordt ook wel een kostprijsverhogende belasting genoemd.Bij export wordt er in het land van productie geen omzetbelasting aan de prijs van het product toegevoegd. Dit wordt ook wel het nultarief genoemd.
- / 4