• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

oEenzijdige niet-gerichte rechtshandelingen maken testament

Class notes Dec 27, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Compendium Nederlands vermogensrecht Hoofdstuk 3 rechtshandelingen Begrip rechtshandeling = een rechtshandeling is een handeling die gekenmerkt wordt door

het ermee beoogde rechtsgevolg. Onderscheid:

1.Eenzijdige rechtshandelingen, tot stand gebracht door 1 persoon:

oEenzijdige niet-gerichte rechtshandelingen (maken testament) oEenzijdige gerichte rechtshandelingen, door 1 persoon tot stand gebracht maar die tot een of meer bepaalde andere personen moeten worden gericht.

2.Meerzijdige rechtshandelingen, tot stand gebracht door twee of meer personen.Begrip ‘partij bij de rechtshandeling’ = degenen die haar tot stand brengen. Bij eenzijdige gerichte en niet-gerichte handelingen is er 1 partij, maar bij gerichte is er ook een geadresseerde. Bij meerzijdige zijn er twee of meer partijen; partij en wederpartij.Totstandkoming gebaseerd op een dubbele grondslag = een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil (1) die zich door een verklaring heeft geopenbaard (2) -> art.3:33. Er wordt waarde gehecht aan het opgewekte vertrouwen bij de wederpartij (art. 3:35).

Kortom dubbele grondslag:

-De geopenbaarde wil (3:33)

-Het opgewekte vertrouwen (3:35)

Grondslag I (geopenbaarde wil): 3:33 De wil moet in een verklaring zijn geopenbaard, dus een zuiver interne wil is onvoldoende.Verklaring is in beginsel vormvrij, en kan ook in gedragingen besloten liggen. Er kan wel een

vormvereiste voortvloeien uit de wet (art. 3:37).

Moment waarop de rechtshandeling tot stand komt: 3:37 Hoofdregel: de verklaring werkt vanaf het moment waarop zij degene tot wie zij is gericht heeft bereikt. Criterium is dus of de verklaring is ontvangen. Een niet tot een bepaald persoon gerichte verklaring werkt reeds vanaf het moment van de wilsuiting.Nuancering: een verklaring die degene tot wie zij is gericht niet of niet tijdig bereikt, heeft desondanks haar werking, indien dit niet of niet tijdig bereiken voor risico van de

geadresseerde komt. Dit is het geval als de belemmering een gevolg is van:

-Een handeling van de geadresseerde zelf; -Een handeling van personen voor wie hij aansprakelijk is; of -Andere omstandigheden die zijn persoon betreffen en rechtvaardigen dat hij het nadeel draagt. 1 / 4

De bewijslast rust op de afzender, die stelt dat zijn verklaring de ander heeft bereikt (sub a) of dat zich één van de uitzonderingsgevallen voordoet (sub b). In verband hiermee worden belangrijke brieven vaak aangetekend verzonden.Een reeds verzonden verklaring kan door een tweede verklaring worden ingetrokken. De intrekking slaagt alleen als de tweede verklaring de geadresseerde eerder dan of gelijktijdig met de eerste verklaring bereikt (3:37 lid 5). Bij een mondelinge verklaring is intrekking dus feitelijk onmogelijk.Discrepantie tussen wil en verklaring De verklaring moet de wil van de handelende openbaren. De verklaring kan door verschillende oorzaken van de wil afwijken, denk aan verspreking, verschrijving, dubbelzinnig woordgebruik etc. In deze gevallen kan de totstandkoming van de rechtshandeling niet op art. 3:33 worden gebaseerd want de verklaring openbaart de wil niet. De rechtshandeling komt dan niet tot stand, tenzij de totstandkoming door art. 3:35 wordt gerechtvaardigd (opgewekt vertrouwen).Bewijs van discrepantie bij geestelijke stoornis: 3:34 Een geestelijke stoornis kan leiden tot wilsontbreken

Hij moet bewijzen:

1.Het bestaan van een blijvende of tijdelijke stoornis van zijn geestvermogens op het moment waarop de verklaring werd afgelegd (zwakzinnigheid, hypnose, etc.).

2.Verband tussen stoornis en verklaring:

a)de stoornis belette een redelijke waardering van de betrokken belangen, of b)de verklaring werd onder invloed van de stoornis gedaan.Als stoornis en verband zijn bewezen, wordt de wil (onweerlegbaar, geen tegenbewijs) geacht te hebben ontbroken. Gevolg: de rechtshandeling is vernietigbaar  en niet nietig, dit biedt hem de keuze om al dan niet te vernietigen(3:34 lid 2). Uitzondering: een eenzijdige

niet-gerichte rechtshandeling is nietig (3:34 lid 2). 

Als de rechtshandeling voor hem nadelig was, dan kan ‘vermoed’ worden dat de verklaring onder invloed van de stoornis is gedaan (tegenbewijs toegelaten).Gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij kan de bescherming van iemand met een geestelijke stoornis doorkruisen, als de wederpartij er geen weet van had dat de wil was gestoord en hij dat ook niet uit de omstandigheden had kunnen of behoren af te leiden  art. 3:35 doorkruist art. 3:34 Grondslag II (opgewekt vertrouwen): 3:35 Artikel 3:35 is van toepassing in alle gevallen, waarin bij een eenzijdige gerichte of een meerzijdige rechtshandeling een discrepantie bestaat. Het beschermt de geadresseerde of

de wederpartij indien aan de volgende vereisten is voldaan:

1.Een verklaring of gedraging van A (‘toedoen’ van A).

2.B vatte deze verklaring/gedraging op als een tot hem gerichte verklaring van een bepaalde strekking (subjectief criterium). 2 / 4

3.De opvatting van B kwam overeen met de zin die hij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan A’s verklaring/gedraging mocht toekennen (objectiverend element).De wederpartij of geadresseerde moet dus gerechtvaardigd (eis 3) hebben vertrouwd (eis 2) op een door de ander gewekte schijn (eis 1).

Wijze van bescherming bij 3:35

Als aan de vereisten van 3:35 is voldaan is er dus sprake van een met een verklaring overeenstemmende wil, en is de rechtshandeling dus krachtens art 3:35 jo. art 3:33 geldig.Van deze beschermingsbepaling hoeft de beschermde geen gebruik te maken, dus als hij geen beroep doet op zijn gerechtvaardigd vertrouwen dan kan de ander het ontbreken van zijn wil inroepen. Dan is de rechtshandeling niet tot stand gekomen.

Nadeel als gezichtspunt bij 3:35

Bij de vraag of de ontvanger van een niet-gewilde verklaring door art. 3:35 wordt beschermd is het nadeel die de betrokkenen lijden van belang.

-Bij de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van het vertrouwen: in sommige

situaties berust er een onderzoeksplicht bij de ontvanger van de verklaring. Hij moet dan onderzoeken of de handelende beseft wat hij verklaart. Als de betrokkene dit nalaat zal niet aan de eis van gerechtvaardigd vertrouwen zijn voldaan. Naarmate de verklaring voor de handelende nadeliger is, zal eerder grond bestaan om een ‘onderzoeksplicht’ van de ander aan te nemen.-Bij de toetsing aan redelijkheid en billijkheid (6:2): soms kan een beroep op 3:35 in strijd zijn met redelijkheid en billijkheid, met name als de rechtshandeling voor de niet-willende nadelig is terwijl de ander van het uitblijven van bescherming geen nadeel zou ondervinden.Samenvatting totstandkoming van de rechtshandeling

Mogelijke situaties:

1.Wil en verklaring stemmen overeen. De rechtshandeling komt tot stand krachtens

3:33.

2.Wil en verklaring stemmen niet overeen, maar de ontvanger van de verklaring doet een geslaagd beroep op zijn gerechtvaardigd vertrouwen. De rechtshandeling komt tot stand krachtens 3:35 jo. 3:33.

3.Wil en verklaring stemmen niet overeen, de ontvanger van de verklaring heeft geen beroep op 3:35 of laat dit beroep achterwege. Er komt in het geheel geen

rechtshandeling tot stand. Uitzondering: een eenzijdige gerichte of meerzijdige

rechtshandeling van een geestelijk gestoorde komt wel tot stand, maar is

vernietigbaar (3:34 lid 2, nr. 36).

Ten aanzien van een eenzijdige niet-gerichte rechtshandeling is 3:35 niet van toepassing: de totstandkoming is alleen van 3:33 afhankelijk. 3 / 4

Algemene gronden van nietigheid en vernietigbaarheid Handelingsonbekwaam = op grond van een wettelijke bepaling bestaande algemene ongeschiktheid om eigen rechtshandelingen te verrichten. Zij hebben een wettelijke vertegenwoordiger. Wanneer hij namens de onbekwame een rechtshandeling verricht,

wordt de onbekwame bij deze rechtshandeling partij (Art. 3:66 lid 1).

Iedere natuurlijke persoon is bekwaam tot het verrichten van rechtshandelingen (art. 3:32 lid 1) behalve: 1.Minderjarigen (art. 1:234 lid 1) = zij die de leeftijd van 18 jaren niet hebben bereikt (art. 1:233). Als hij met toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger handelt,

is de minderjarige wel bekwaam (art. 1:234 lid 1). De toestemming kan slechts

worden verleend voor een bepaalde rechtshandeling of een bepaald doel (lid 2), en

wordt verondersteld te zijn verleend bij gebruikelijke handelingen (1:234).

2.Onder curatele gestelden (art. 1:381 lid 2)

Handelingsonbekwaam is dus niet hetzelfde als feitelijke ongeschiktheid om een rechtshandeling te verrichten waarbij iemand bijvoorbeeld een geestelijke stoornis heeft. Bij handelingsonbekwaam is het ook niet van belang of de wederpartij de onbekwaamheid kende of behoorde te kennen, de gevolgen treden in.Reikwijdte van de handelingsonbekwaamheid Ziet slechts op het verrichten van eigen rechtshandelingen, dus levert geen gevolgen op als iemand op naam van een ander rechtshandelingen verricht, of rechtsgevolgen in het leven roept door feitelijke gedragingen.Gevolgen handelingsonbekwaamheid Een door een handelingsonbekwame in eigen naam verrichte rechtshandeling is

vernietigbaar (art. 3:32 lid 2). Uitzondering = een eenzijdige niet-gerichte

rechtshandeling is nietig (art. 3:32 lid 2)

Nr. 21) Registergoederen: 3:10 Goederen waarvan voor de overdracht of vestiging inschrijving in daartoe bestemde

openbare registers noodzakelijk is (3:10).

3 vereisten om iets aan te merken als registergoed:

-Er moet een openbaar register met betrekking tot deze goederen bestaan.-Dit register moet bestemd zijn om daarin (mede) de vestiging en de overdracht van deze goederen te publiceren.-De vestiging of overdracht aan deze goederen moet pas door de inschrijving in de openbare registers tot stand komen; voor de vestiging of overdracht moet dus inschrijving zijn vereist.

Registergoederen zijn:

-Onroerende zaken, 3:89

-Teboekgestelde schepen en luchtvaartuigen (8:199, 8:790 en 8:1306). Zij zijn roerend maar toch registergoed

  • / 4

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

This document featured practical examples that helped me ace my presentation. Such an outstanding resource!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 27, 2025
Description:

Compendium Nederlands vermogensrecht Hoofdstuk 3 rechtshandelingen Begrip rechtshandeling = een rechtshandeling is een handeling die gekenmerkt wordt door het ermee beoogde rechtsgevolg. Onderschei...

Unlock Now
$ 1.00