Oefententamen - Inleiding in de psychologie Gert Alblas
9789001848101
2 e editie 55 oefenvragen ZONDER antwoorden
Niveau: MOEILIJK 1 / 2
Inhoud Algemene psychologie................................................................................2 Ontwikkelingspsychologie...........................................................................2 Cognitieve psychologie................................................................................3 Biologische psychologie..............................................................................3 Sociale psychologie.....................................................................................3 Persoonlijkheidspsychologie........................................................................4 Abnormale psychologie...............................................................................4 Motivatie en emotie.....................................................................................4 Leren en gedrag..........................................................................................5 Toegepaste psychologie..............................................................................5 Onderzoeksmethoden .................................................................................5 Algemene psychologie 1.Wat wordt bedoeld met de term “psychologie” en hoe onderscheidt deze discipline zich van andere sociale wetenschappen?
2.Welke rol spelen empirische methoden in de psychologie, en hoe verschillen deze van introspectieve methoden?
3.Beschrijf het verschil tussen de biologische, psychologische en sociale invalshoeken binnen de psychologie.Ontwikkelingspsychologie 4.Welke fasen onderscheidt Erikson in zijn psychosociale ontwikkelingstheorie, en wat is de kernconflict van de adolescentie?
5.Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de ontwikkelingsmodellen van Piaget en Vygotsky?
6.Hoe beïnvloeden erfelijkheid en omgeving elkaar in de cognitieve ontwikkeling van kinderen?
7.Wat is de rol van hechting in de ontwikkeling, en hoe verhouden de hechtingstypen zich tot latere gedragingen?
8.Hoe verklaart de theorie van Kohlberg de ontwikkeling van moreel redeneren?
- / 2