• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Oefentoets kennisbasis Nederlands 65 vragen

Class notes Dec 27, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Oefentoets kennisbasis Nederlands (65 vragen) Vragen over alle tien domeinen Antwoorden vanaf pagina 12 1.‘De ontwikkeling van de geletterdheid in de groepen 1 tot en met 3 van de basisschool.’ Welk begrip past bij deze omschrijving?

  • Ontluikende geletterdheid
  • Beginnende geletterdheid
  • Gevorderde geletterdheid
  • 2.‘De taalfunctie waarbij de spreker met taal zijn handelen ordent en plannen aankondigt.’ Welk begrip past bij deze omschrijving?

  • Zelfhandhaving
  • Zelfsturing
  • Sturing van anderen
  • Structurering van het gesprek
  • 3.Welke omschrijving past bij het begrip projecteren?

  • een functie van de taal waarbij de spreker verslag doet van iets wat in de werkelijkheid
  • voorkomt.

  • een functie van de taal waarbij de spreker het weergeven van een gebeurtenis bewerkt door
  • een extra denkstap in te bouwen, bijvoorbeeld door chronologisch te ordenen, conclusies te trekken of relaties te leggen tussen oorzaak en gevolg.

  • een functie van taal waarbij de spreker zich probeert te verplaatsen in de gedachten en
  • gevoelens van een ander of van anderen.

    4.Rapporteren, redeneren en projecteren zijn vallen onder de (1) functie.Welk woord hoort er bij (1)?A.Communicatieve of sociale taalfunctie B.Conceptualiserende of cognitieve functie C.Expressieve functie 5.Syntactisch niveau van taal heeft betrekking op de betekenis van woorden en betekenisrelaties tussen woorden.A.Juist B.Onjuist 6.De woorden ‘moed’ en ‘moet’ hebben betrekking op het (1) niveau van taal.Welk woord hoort er bij (1) A.Morfologisch niveau B.Fonologisch niveau C.Pragmatisch niveau D.Orthografisch niveau 7.De zin Ik vermoed dat hij liegt bevat zelf weer de zin Hij liegt. Welk begrip past hierbij?

1 1 / 3

A.Antoniem B.Recursief systeem C.Homograaf D.Semantiek 8.‘Theorie over het ontstaan van taal, waarbij men ervan uitgaat dat kinderen de taal niet simpelweg imiteren, maar zelf over een aangeboren taalvermogen beschikken waarmee ze op een creatieve wijze zinnen kunnen bouwen.’ Welke theorie wordt hier omschreven?A.Creatieve constructietheorie of mentalisme B.Interactionele benadering 9.Jan wil iets uitleggen of verduidelijken. Wat is het spreekdoel?

  • Informeren
  • Instrueren
  • Amuseren
  • Overtuigen
  • 10.Jan wil een bepaalde handeling uitvoeren. Hij luistert vanuit specifieke vragen. Welke luisterstrategie moet hij gebruiken?

  • Globaal luisteren
  • Intensief luisteren
  • Gericht luisteren
  • Kritisch luisteren
  • 11.Welke omschrijving hoort bij het begrip Vroeglinguale fase A.De periode in de taalontwikkeling die loopt van 1 tot 2,5 jaar en bestaat uit de fasen van de eenwoordzin, tweewoordzin en de meerwoordzin.B.De periode in de taalontwikkeling voordat het kind zijn eerste woordjes spreekt, ook wel de voortalige periode genoemd. Deze periode loopt vanaf de geboorte tot aan ongeveer het eerste levensjaar en omvat de fasen huilen, vocaliseren, vocaal spel en brabbelen.C.De periode in de taalontwikkeling die loopt van 5 tot en met 9 à 10 jaar. Alle processen die in de vorige fase zijn begonnen, worden nu verder uitgebouwd. Aan het eind van deze periode beheerst een kind de taal op dezelfde wijze als een volwassene. Er is alleen verschil in de grootte van de woordenschat.D.Verzamelnaam voor de verschillende soorten mondelinge teksten of gesprekken, zoals een kringgesprek, een interview of een uitleg.

    12.Welk begrip past bij een kind die ‘Englisch’ schrijft i.p.v. ‘English?’ A.Recursief systeem B.Mentaal lexicon C.Homofoon D.Interferentiefout

2 2 / 3

13.Dit is een voorbeeld van:

  • Labelen
  • Categoriseren
  • Netwerkopbouw
  • 14.Jan leert zijn tweede taal na zijn eerste taal. Hij leert de tweede taal met de kennis van zijn eerste taal. Welk begrip past hierbij?A.Simultane tweetaligheid B.Successieve tweetaligheid

15.Welke omschrijving past bij het mentaal lexicon?A.het woordgeheugen; het maakt deel uit van het langetermijngeheugen, waarin informatie permanent ligt opgeslagen.B.Het abstracte taalgebruik, zowel in geschreven als in gesproken vorm dat je nodig hebt om op school nieuwe informatie te leren. Hieronder valt schooltaal, vaktaal, instructietaal en abstract taalgebruik.C.verzamelnaam voor de verschillende soorten mondelinge teksten of gesprekken, zoals een kringgesprek, een interview of een uitleg.D.Fouten die voortkomen uit de verschillen tussen een eerste en tweede taal.

16.De woorden ‘oorzaak’ en ‘functie’ zijn voorbeelden van:

A.Functiewoorden B.Schooltaalwoorden C.Signaalwoorden D.Vaktaalwoorden 17.Welke zin past bij het begrip ‘vaktaalwoorden’?A.Woorden die informatie geven over de relaties in een tekst.B.Het taalgebruik voor de dagelijkse omgang in tegenstelling tot CAT. Hieronder valt alledaags taalgebruik, thuistaal en omgangstaal.C.Abstracte begrippen die de leerlingen moeten kennen om het onderwijs te kunnen volgen.D.Kinderen leren op school veel vakinhoudelijke begrippen die ze niet in het gewone taalverkeer tegenkomen.

  • / 3

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

I was amazed by the practical examples in this document. It helped me ace my presentation. Truly superb!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 27, 2025
Description:

Oefentoets kennisbasis Nederlands (65 vragen) Vragen over alle tien domeinen Antwoorden vanaf pagina 12 1.‘De ontwikkeling van de geletterdheid in de groepen 1 tot en met 3 van de basisscho...

Unlock Now
$ 1.00