Oefentoets pedagogiek:
- Wat is de definitie van opvoeding?
A.Alle reacte an ouder naar kind B.Alle omgang tussen ouder en kind, gericht op de ouder.C.Alle omgang tussen ouder en kind, dokter en buren.D.Alle omgang tussen ouder en kind, gericht op het kind.
2. De vier basisdimensies van opvoeden zijn:
A.Respect, ondersteuning, eiligheid en controle B.Respect, instructe, eiligheid en grenzen stellen.C.Instructe, grenzen stellen, ondersteuning en controle.D.Instructe, eiligheid, ondersteuning en grenzen stellen.
- Maria begint te huilen, moeder is het helemaal zat, dit is al de 4
de keer deze ochtend. Moeder
gaat een tijdschriif lezen. Dit is een voorbeeld van:
A.Responsie e ouder B.Sensite e ouder C.Sensite e responsie e ouder D.Deducte e ouder
4. Een culinair proces is:
A.De op oeding die wordt o ergenomen door een kind.B.Het doel om negatee gedrag te eranderen.C.De materiele ondersteuning an de ouder.D.Acte reacte tussen ouder en kind.
- Welke van de onderstaande zinnen past niet bij een autoritatieve opvoedingsstijl:
A.Geen ruimte oor eigen mening.B.Lieede en controle.C.Uitleggen en erklaren.D.Zowel aandacht oor positee als negatee gedrag.
6. Wat is een nadeel van een autoritaire opvoedingsstijl:
A.Duidelijke regels B.Kinderen leren niet zele beslissingen te nemen C.Kinderen worden erwaarloosd D.Kinderen krijgen een te grote mond
- Casus: de ouders domineren en zijn de baas. Zij bepalen de regels en stellen eisen aan het
- / 1
gedrag van het kind. Het kind hoort de ouders te gehoorzamen.