• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Oefentoetsen Farmacotherapie

Exam (elaborations) Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Oefentoetsen | Farmacotherapie Oefentoets 1 Vraag 1 Een patiënt krijgt na een myocardinfarct acetylsalicylzuur in lage dosis voorgeschreven. Wat is het veronderstelde werkingsmechanisme van deze therapie?

  • Het heeft een dilaterend effect op de coronairarterie.
  • Het voorkomt de ontwikkeling van hartfalen na een myocardinfarct.
  • Het voorkomt progressie van coronair atherosclerose.
  • Het voorkomt trombocytenaggregatie in de coronairarterie.
  • Het voorkomt trombocytenaggregatie in de coronairarterie. Acetylsalicylzuur (aspirine) in lage
  • dosering remt trombocytenaggregatie, wat helpt om de vorming van bloedstolsels te voorkomen.Vraag 2 Nadroparine heeft een aantal therapeutische voordelen ten opzichte van heparine. Op welke van de onderstaande beweringen over nadroparine is dit voordeel aan ten opzichte van heparine gebaseerd?

  • Nadroparine heeft een langere halfwaardetijd.
  • Nadroparine heeft een snellere eliminatie dan heparine.
  • Nadroparine heeft een lagere biologische beschikbaarheid.
  • Nadroparine wordt niet beïnvloed door nierfunctie.
  • Nadroparine heeft een langere halfwaardetijd. Laagmoleculairgewicht heparine (LMWH), zoals
  • nadroparine, heeft een langere halfwaardetijd dan ongefractioneerde heparine, waardoor minder frequente toediening nodig is.Vraag 3 Wat is de meest frequente reden van voorschrijven van clopidogrel?

  • Behandeling diepe veneuze trombose of longembolie.
  • Preventie recidief CVA/TIA.
  • Preventie van graft-occlusie na aorta-coronaire bypass.
  • Trombose profylaxe bij orthopedische ingrepen.
  • Preventie recidief CVA/TIA. Clopidogrel wordt vaak gebruikt voor secundaire preventie na een
  • beroerte (CVA of TIA (transient ischemic attack).Vraag 4 U besluit acetylsalicylzuur (80 mg) voor te schrijven aan een 70-jarige patiënt ter preventie van trombose. De halfwaardetijd van acetylsalicylzuur in het bloed is 15-20 minuten. Hoe vaak per dag moet deze patiënt dit middel gebruiken?

  • 1 maal per dag.
  • 3 maal per dag.
  • 4 maal per dag.
  • 8 maal per dag.
  • 1 maal per dag. Acetylsalicylzuur in lage dosis (80 mg) voor trombosepreventie wordt meestal 1
  • keer per dag gegeven. De korte halfwaardetijd is niet relevant voor de dosering, want het remt trombocytenaggregatie irreversibel. 1 / 4

Vraag 5 Sommige pijnstillers dienen bij patiënten die digoxine gebruiken vermeden te worden. Welke pijnstiller is het minst geschikt voor een patiënt die digoxine gebruikt?

  • Celecoxib
  • Morfine
  • Paracetamol
  • Tramadol
  • Celecoxib. Een bijwerking van digoxine is ritmestoornissen, welke kunnen worden versterkt door
  • middelen die kalium verlagen (lis- en thiazidediureticA. en middelen die nierfunctie verminderen (NSAIDs).Vraag 6 Een 31-jarige patiënt heeft een geschatte eGFR van 31 ml/min. Hij gebruikt sinds enkele dagen ook een NSAID (diclofenac 50 mg 3dd1). Voor welk van de onderstaande middelen die hij momenteel gebruikt geldt het meest waarschijnlijk dat het effect nu wordt verlaagd?

  • Digoxine
  • Metformine
  • Nitrofurantoïne
  • Sotalol
  • Nitrofurantoïne. Is pas werkzaam in de nier, dus bij lagere eGFR (nog lager door NSAID. is het
  • minder werkzaam.Vraag 7 Welke van onderstaande geneesmiddelen verhoogt de kans op obstipatie bij gelijktijdig gebruik het meest?

  • Diclofenac
  • Enalapril
  • Oxybutynine
  • Simvastatine
  • Oxybutynine. Oxybutynine heeft anticholinerge eigenschappen, die kunnen leiden tot obstipatie.
  • De combinatie met opioïden (die al obstipatie kunnen veroorzaken) versterkt dit effect.Vraag 8 U wilt aan een 51-jarige patiënt met hevige pijn een opiaat voorschrijven. Welke comedicatie verhoogt de kans op een ademdepressie in combinatie met een opioïd het meest?

  • Oxazepam
  • Digoxine
  • Verapamil
  • Hydrochloorthiazide
  • Oxazepam. Oxazepam is een benzodiazepine, dat de ademhaling kan remmen. De combinatie met
  • opioïden (die ook ademhalingsdepressie kunnen veroorzaken) versterkt dit effect.Vraag 9 Een 22-jarige vrouw presenteert zich op de SEH met een paracetamolintoxicatie. Zij heeft een uur geleden paracetamol van 500 mg ingenomen. Met welke van de onderstaande antidota wordt deze intoxicatie behandeld?

  • N-Acetylcysteïne 2 / 4
  • Naloxon
  • Flumazenil
  • Ascorbinezuur
  • N-Acetylcysteïne. N-acetylcysteïne is een antidotum bij een paracetamol-overdosis. Het voorkomt
  • leverbeschadiging door de toxische metaboliet NAPQI.Vraag 10 Welke van onderstaande geneesmiddelengroepen levert, in combinatie met acetylsalicylzuur, de minste toename van het risico op een maagbloeding?

  • Corticosteroïden
  • NSAID’s
  • SSRI’s
  • TCA’s
  • TCA’s. TCA’s hebben de minste toename van een risico op een maagbloeding icm met
  • acetylsalicylzuur. Acetylsalicylzuur heeft een vergrote kans po bloeding met corticosteroïden, NSAIDs en SSRI’s.Vraag 11 Door welke van onderstaande aandoeningen/comorbiditeiten wordt het bloedingsrisico van LMWH- preparaten het meest verhoogd?

  • Verminderde hartfunctie.
  • Verminderde nierfunctie.
  • Verminderde darmfunctie.
  • Verminderde longfunctie.
  • Verminderde nierfunctie. LMWH wordt voor een belangrijk deel renaal geklaard. Een verminderde
  • nierfunctie leidt tot accumulatie en een verhoogd risico op bloedingen.Vraag 12 Een 87-jarige patiënte lijdt aan depressie en u besluit haar een TCA voor te schrijven. Welk van de volgende middelen geniet de voorkeur bij deze patiënte, en waarom?

  • Amitriptyline, vanwege de geringere anticholinerge werking.
  • Amitriptyline, vanwege de geringere antiserotonerge werking.
  • Nortriptyline, vanwege de geringere anticholinerge werking.
  • Nortriptyline, vanwege de geringere antiserotonerge werking.
  • Nortriptyline, vanwege de geringere anticholinerge werking. Bij ouderen is het belangrijk om
  • TCA's te kiezen met minder anticholinerge bijwerkingen. Nortriptyline heeft minder uitgesproken anticholinerge effecten dan amitriptyline.Vraag 13 Vanwege een sombere stemming en angstaanvallen moet een 35-jarige patiënt behandeld worden met een antidepressivum. Welk middel is het minst effectief voor de behandeling van deze patiënt?

  • Citalopram
  • Fluoxetine
  • Paroxetine
  • Nortriptyline 3 / 4
  • Nortriptyline. SSRI's hebben een uitgesproken anxiolytische werking, waardoor ze geschikter zijn
  • bij angststoornissen dan TCA's.Vraag 14 Een 81-jarige patiënte wordt enkele weken behandeld met fluoxetine vanwege depressie.De afgelopen week heeft ze last van lethargie en misselijkheid. Door welke bijwerking van fluoxetine worden deze verschijnselen het meest waarschijnlijk veroorzaakt?

  • Hyponatriëmie
  • Hypokaliëmie
  • Hypomagnesiëmie
  • Hypocalciëmie
  • Hyponatriëmie. SSRI's kunnen het syndroom van inadequate ADH-secretie (SIADH) veroorzaken,
  • wat leidt tot hyponatriëmie (laag natriumgehalte). De symptomen (lethargie en misselijkheiD. zijn consistent met hyponatriëmie.Vraag 15 Wat is een verhoogd risico van een NSAID in combinatie met paroxetine?

  • Ritmestoornissen
  • Hypotensie
  • Uitdroging
  • Bloedingen
  • Bloedingen. SSRI's kunnen de functie van bloedplaatjes beïnvloeden, waardoor het risico op
  • bloedingen in combinatie met NSAIDs wordt verhoogd.Vraag 16 Een patiënt gebruik zowel carbamazepine als acenocoumarol. Na langere een aantal maanden besluit de arts te stoppen met carbamazepine. Wat verwacht je nu ten opzichte van de INR? En wanneer controleer je die?

  • Controle na 1 dag, INR zal verhoogd zijn.
  • Controle na 4 dagen, INR zal verhoogd zijn.
  • Controle na 1 dagen, INR zal verlaagd zijn.
  • Controle na 4 dagen, INR zal verhoogd zijn.
  • Controle na 4 dagen, INR zal verhoogd zijn. Carbamazepine is een enzyminducer, wat betekent dat
  • het de afbraak van acenocoumarol versnelt, waardoor de INR verlaagt (minder effect van acenocoumarol). Wanneer carbamazepine wordt gestopt, zal de afbraak van acenocoumarol minder snel plaatsvinden, waardoor het effect van warfarine sterker wordt. Dus bij stoppen verhoogd de INR.Het effect van stoppen zal zich in 1-4 dagen manifesteren, maar het omdat dit enige tijd kan duren voordat veranderingen in enzymactiviteit volledig zichtbaar worden, is het beste om de INR na 4 dagen te controleren.Vraag 17 Een man heeft pijn na een val, maar er lijkt niets gebroken te zijn volgens het lichamelijk onderzoek.Hij gebruikt al drie dagen vier keer per dag 1000 mg paracetamol, maar dit biedt onvoldoende verlichting van de pijn. Wat is nu het minste geïndiceerd om voor te schrijven?

  • Ibuprofen
  • Diclofenac
  • Tramadol
  • Nortriptyline
  • / 4

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

With its step-by-step guides, this document made learning easy. Definitely a impressive choice!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Exam (elaborations)
Added: Dec 26, 2025
Description:

Oefentoetsen | Farmacotherapie Oefentoets 1 Vraag 1 Een patiënt krijgt na een myocardinfarct acetylsalicylzuur in lage dosis voorgeschreven. Wat is het veronderstelde werkingsmechanisme van deze t...

Unlock Now
$ 1.00