Oefenvragen methodiologie en statistiek 1.Het afleiden van een hypthese uit een theorie is een vorm van a.Inductief redeneren b.Ad hoc rederneren c.Deductief redeneren 2.Een operationele definitie a.Legt de betekenis van een begrip vast b.Beschrijft een begrip in relatie tot een ander begrip uit de theorie c.Omschrijft een begrip zodanig dat ze meetbaar is 3.In een onderzoek naar de invloed van epo op het uithoudingsvermogen, is epo a.De afhankelijke variabele b.De onafhankelijke variabele c.Verstorende variabele 4.De variabele leeftijd kun je meten op a.Ratio meetniveau b.Ordinaal meetniveau c.Zowel ratio als ordinaal meetniveau 5.Concurrente validiteit is een maat die wordt bepaald door a.Dezelfde test twee maal uit te voeren en de resultaten te vergelijken op mate van overeenkomst b.Twee verschillende testen uit voeren bij dezelfde personen en de resultaten vergelijken op associatie c.Een test op delen in verschillen scores en deze vergelijken met elkaar 6.Als een proefpersoon verbeterd door zijn eigen verwachting dan spreek men van a.Placebo effect b.Hawthorne effect c.Halo effect d.7. In een onderzoek worden metingen verricht bij intacte groepen in hun
- / 1