26-2-2025
Samenvatting Huren en Buren Onderdeel Rechtsbijstand
- / 4
Week 1 Huurrecht algemeen Burgerlijk Wetboek Boek 3 Boek 5 Boek 6 Boek 7 (bijzondere overeenkomsten) Huurovereenkomst
Art. 7:201 BW
‘Huur is de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie’
Vier voorwaarden:
1.Huur is een overeenkomst; 2.Gehuurde betreft een zaak of een gedeelte daarvan; 3.De zaak of het gedeelte daarvan wordt in gebruik verstrekt door de verhuurder; 4.De huurder verbindt zich tot een tegenprestatie.Huur is een overeenkomst Algemeen overeenkomstenrecht is van toepassing (Boeken 3 en 6) Tenzij boek 7 anders bepaalt!Zaak of gedeelte daarvan (of vermogensrecht) Vereiste: bepaalbaarheid van het verhuurde object = art. 6:227 BW Dus het verhuren van een (niet aangewezen) parkeerplaats in een parkeergarage is geen huur, omdat het onvoldoende bepaald is.In gebruik vetrekken verschaffen van genot + aflevering van de zaak nodig om huur te kunnen zijn; De Combinatie ‘In gebruik verstrekken + verlenen van diensten’ > wordt wél als huur aangemerkt… …tenzij het zwaartepunt ligt bij het verlenen van diensten (hotel- of pensionovereenkomst) Gastarbeiderspensions Kijk goed naar de feiten!!!
–Veel service + maaltijden: geen huur
–Minder service en geen maaltijden: wel huur (ook als gastarbeider geen
individueel recht had op slaapplek) Verzorgingsflats/serviceflats = huur, tenzij het verzorgingselement duidelijk overheerst.Tegenprestatie 2 / 4
Hoeft geen geldsom te zijn:
Huishoudelijke diensten Onderhouden gehuurde Afnameverplichtingen
Wel voldoende bepaalbaar (6:227 BW)
Kwalificatieproblemen
Wel of geen sprake van huur? Kijken naar:
1.de strekking van de wet; 2.de feitelijke gang van zaken. Niet de juridische vormgeving of de naam van het contract is beslissend, maar de feitelijke gang van zaken. ‘wezen gaat voor schijn’. Uitgangspunt is de intentie van partijen toen zij de huurovereenkomst aan gingen.Opzet boek 7 artt. 7:201 - 7:231 BW Deze artikelen zijn op álle huurobjecten van toepassing; of dit nu woonruimte, middenstandsbedrijfsruimte of overige bedrijfsruimte is. artt. 7:232 - 7:282 BW (Woonruimte) Gebouwde onroerende zaken, bestemd voor woonruimte en op woonwagens en standplaatsen van woonwagens.artt. 7:290 – 7:310 BW (Bedrijfsruimte) = middenstandsbedrijfsruimte. Denk hierbij aan winkels, ambachtsbedrijven en het restaurant- en cafébedrijf. Het gaat hier dus om plaatsgebonden middenstand.
Let op: vrije beroepsbeoefenaren vallen hier niet onder.
7:290 BW-bedrijfsruimten moeten een voor publiek toegankelijk lokaal hebben. Vrije beroepsbeoefenaren, zoals artsen, fysiotherapeuten, architecten, advocaten, werken vaak op afspraak en niet in een algemeen toegankelijk verkooppunt.Als een advocaat bijvoorbeeld een kantoor huurt, dan valt dit onder 7:230a BW (kantoorruimte), en niet onder 7:290 BW (winkel of horecabedrijf). Dit betekent dat de huurbescherming minder sterk is, en de verhuurder een kortere opzegtermijn kan hanteren.
art. 7:230a BW (230a-ruimte)
Gebouwde onroerende zaken, niet zijnde woonruimte of art 7:290 BW bedrijfsruimte. Wordt ook wel overige bedrijfsruimten genoemd. Denk hierbij aan kantoren, fabrieken, loodsen, opslagplaatsen en praktijkruimten. 3 / 4
Gemengde overeenkomsten (H.2.4 boek) Overeenkomst met huurelementen én met elementen van een andere bijzondere
overeenkomst, zoals bijvoorbeeld de overeenkomst van opdracht (7:400 BW) of
arbeidsovereenkomst (7:610 BW)
Cumulatieregel van art 6:215 BW
Voorbeeld: huurovereenkomst én arbeidsovereenkomst,
Bijvoorbeeld een conciërge die in een school woont en werkt.In beginsel zijn bij de hierboven genoemde gemengde overeenkomst zowel de wettelijke bepalingen van huur als arbeid van toepassing.Eigenlijke dienstwoning (H.2.5 boek) De arbeidsovereenkomst verplicht bewoning van een bepaalde woning.
Voorbeeld: boswachterswoning en conciërgewoning
Gevolgen bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst:
Als de werknemer o.g.v. de arbeidsovereenkomst verplicht is om de bewoning te bewonen, is er sprake van een ‘echte (eigenlijke) dienstwoning. Dan heeft de overeenkomst alleen de kenmerken van een arbeidsovereenkomst en niet van een huurovereenkomst en blijven de huurbepalingen dus buiten toepassing. Met het eindigen van de arbeidsovereenkomst eindigt dan ook het gebruiksrecht t.a.v. de woning.Er is dan dus geen huurbescherming In veel gevallen wordt dit expliciet geregeld in het contract, bijvoorbeeld met een gekoppelde huurclausule, waarin staat dat de huurovereenkomst eindigt als het dienstverband stopt Oneigenlijke dienstwoning (H.2.5)
- / 4