Ontwikkelingsaspecten van het basisschoolkind De kleuter 4 tot 6 jaar Lichamelijke ontwikkeling
Ontwikkeling kleuter Kenmerken Voorbeelden Lichamelijke groei o Als we over een kleuter spreken hebben we het over een kind van 4 tot 6 jaar. De kleuter is duidelijk een ander kind dan de peuter en ook dan het jonge schoolkind.
- De kleuter wordt wat gespierder
- Bij de kleuter neemt het gewicht en
- Het postuur van de kleuter zijn vooral
- De kleuter is minder egocentrisch
- Het mollige verdwijnt bij de
- De vierjarige kleuter is ruim 1
- Het hoofd begint al een redelijk
- De kleuter heeft nog steeds een
- Een kleuter beweegt graag maar is
- Vooral de fijne motoriek ontwikkeld
- De kleuter rent zonder te vallen,
- Klimmen, klauteren en balanceren
- De kleuter leert veters strikken
de lengte in de zelfde verhouding toe.
de korte benen opvallend. Maar het lichaam veranderd wel vergeleken met de peuter.
dn de peuter en speel graag samen met andere kinderen.
kleuter en de buik wordt ook platter.
meter en weegt ongeveer 18 kilo.Aan het einde van de kleutertijd is hij bijna 1.20 meter lang en weegt hij 22 kilo.
‘normale’ vorm aan te nemen.Motorische ontwikkeling
grove motoriek. De motorische vaardigheden worden wel steeds beter.
wel snel moe en heeft nog weinig kracht.
zich op deze leeftijd.
en kan goed klimmen. Hij kan zowel met links en rechts hinkelen.
op muurtjes en andere obstakels vind de kleuter erg leuk. Hierdoor gaat zijn evenwichtsgevoel erg vooruit.
(veterdiploma), een potlood vasthouden en leert de kleuter nauwkeurig tekening te maken (binnen de lijntjes).
- / 2
Cognitieve ontwikkeling
Ontwikkeling kleuter Kenmerken Voorbeelden Pre-operationele fase o In cognitief opzicht ontwikkelt de kleuter zich in deze periode bijzonder snel.
- Bij de kleuter is er nog geen
- De kleuter denkt nog niet
- Het denken bij de kleuter wordt
- De kleuter is graag bezig met
- Aan het begin van de
- De kleuter begint interesse te
- De kleuter verbeterd de
- Bij de kleuter is alles mogelijk
- De kleuter gelooft nog in
- Voorbeeld waarom een kleuter
sprake van objectief en logisch denken.
bewust maar intuïtief. Dit betekent dat hij bijv. kan sorteren op kleur, op grootte en op vorm, maar nog niet kan vertellen waar hij dit zo doet.
nog steeds beheerst door wat het kind waarneemt. De kleuter zit nog geen samenhang, nog geen verband tussen oorzaak en gevolg.
taakjes die gegeven zijn door de leidster of de leerkracht.Taalontwikkeling o De woordenschat wordt groter en de zinnen worden ingewikkelder.
kleutertijd ken het kind zo’n 1500 woorden en aan het einde zon 2500 woorden.
krijgen in lezen en schrijven.
woordenschat door dat er veel met hem gepraat wordt. En oefeningen doet die hij krijg op school.Fantasie o Fantasie is kenmerkend voor de kleuter. In zijn belevingswereld kan hij nog geen onderscheid maken tussen fantasie en werkelijkheid.
daarom jokt hij ook wel eens.Dit doet hij om een onmogelijke wens te laten vervullen of om een oplossing te vinden voor een vraag.
sinterklaas en het merendeel geniet de kleuter nog van sprookjes en andere fantasieverhalen.
jokt: De kleuter beweerd dat
mama niet thuis is terwijl ze er wel is. De kleuter wil niet dat mama weg gaat.Schoolrijpheid o Bijna alle kleuters gaan vanaf 4 jaar naar de basisschool.Kinderen moet wel schoolrijp zijn. Dit betekend dat de kleuter aan dingen moet voldoen om naar school te kunnen gaan.
- Kleuters zijn vanaf 5 jaar
- Kinderen die naar school gaan
leerplichtig.
moeten zindelijk zijn, zich kunnen aanpassen aan kinderen en daar mee kunnen samenwerken, zich kunnen concentreren, een tijdje zonder ouders kunnen en te kunnen communiceren met woorden.
- / 2