• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Openbaar bestuur; bestuur, organisatie en politiek

Class notes Dec 27, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Openbaar bestuur; bestuur, organisatie en politiek

Deel 1: beleid en sturing

H2 Beleid en sturing 2.3 Maatschappelijke sturing en beleid Beleid = de poging van een bestuursorgaan om een maatschappelijke toestand doelgericht te beïnvloeden. Beleid gaat daarmee over maatschappelijke sturing: er wordt een maatschappelijke toestand doelgericht aangepakt.Maatschappelijke sturing als ordening van het samenleven Maatschappelijke sturing gaat over het ordenen en sturen van samenlevingsproblemen Maatschappelijke sturing gaat daarnaast ook over het beschermen van mensen of groepen tegen elkaar Maatschappelijke sturing gaat om het ordenen van het maatschappelijk verkeer, op een manier die integriteit van mensen en groepen beschermt tegen de interventies van anderen Maatschappelijke sturing kan ook gaan over voorzieningen waar iemand het belang niet van inziet, terwijl hij of zij er toch veel baat bij heeft 2.4 Sturen op publieke waarde Wat is de opbrengst van maatschappelijke sturing?

1.Publieke waarde = het collectieve beeld van wat de samenleving ervaart als waardevol. (Bijv.een voedselbank) -De publieke waarde voor de één gaat niet teveel ten koste van de waarde van de ander.-Publieke waarde is soms ook niet concreet tastbaar (bijv. borging van grondrechten, een goed opererende rechtsorde) Maatschappelijke sturing gaat niet alleen over oplossen wat slecht gaat, het kan ook gaan over het vermeerderen van wat goed gaat.

2.Publieke goederen = goederen die niet-uitsluitbaar én niet rivaliserend zijn waardoor ze zonder coördinatie en sturing niet tot stand zullen komen. Het gebruik ervan door de één schaadt het gebruik door de ander niet en je kunt iemand niet van het gebruik weerhouden (bijv. schone lucht, defensie) Tegenovergestelde van publiek goed: privaat goed = een goed dat uitsluitbaar en rivaliserend is Club-goederen = goederen die niet-rivaliserend zijn, maar wel uitsluitbaar (concert van band) Commonpoolgoederen = goederen die niet-uitsluitbaar zijn maar wél rivaliserend (vis in de open zee: op korte termijn is het voor partijen aantrekkelijk om zoveel mogelijk te vissen, maar als iedereen dat doet dan is er binnen de kortste keren overbevissing) De tragiek van collectieve actie = gemeenschapsgoederen raken op, gaan kapot of putten uit omdat er zonder coördinatie overconsumptie optreedt die dramatische gevolgen heeft UitsluitbaarNiet-uitsluitbaar RivaliserendPrivaat-goedCommonpoolgoederen Niet-rivaliserend Club-goederenPubliek goed Sturen op publieke waarde Naarmate het publieke element in het goed of de waarde belangrijker wordt is het waarschijnlijker dat er maatschappelijke sturing nodig is -> zonder maatschappelijke sturing komt publieke waarde niet tot stand of raakt het in de verdrukking. Andersom geldt hetzelfde: private belangen moeten soms tegen publieke belangen worden beschermd, ook daarvoor is maatschappelijke sturing nodig. 1 / 4

2.5Drie wegen voor publieke waarde creatie

Drie wegen waarlangs maatschappelijke sturing kan plaatsvinden:

1.Overheid: publieke waarde via politieke besluiten en overheidssturing (Overheidssturing is gericht op het realiseren van doelen) Overheidssturing kan ook gericht zijn op het teweegbrengen van maatschappelijke veranderingen. Daarom wordt overheidssturing vaak geassocieerd met het begrip maakbaarheid = het idee dat de samenleving met doordacht ingrijpen gericht is te veranderen. De overheid kan volgens die opvatting de samenleving naar zijn hand zetten. Overheid probeert om via interventies de samenleving zo te beïnvloeden dat de doelen van overheidssturing ook daadwerkelijk gehaald worden.

2.Markt: publieke waarde via vraag en aanbod: Via het marktmechanisme van vraag en aanbod kunnen veel samenlevingsvraagstukken worden opgelost. Het marktmechanisme werkt in het bijzonder goed als er sprake is van voldoende concurrentie tussen aanbieders van goederen en diensten = optimaal evenwicht tussen vraag en aanbod.De markt stuurt niet doelgericht, zoals overheidssturing dat wel doet, maar biedt een ontmoetingsplaats waarin burgers en bedrijven hun activiteiten spontaan op elkaar afstemmen  creëren samen sociale orde De markt werkt niet via politieke afweging, maar via het mechanisme van vraag en aanbod 3.Maatschappelijke zelfsturing: publieke waarde vanuit eigen motieven en eigen inzet van mensen (sturing via de gemeenschap)  maatschappelijke zelfsturing houdt in dat particuliere organisaties of individuen zonder tussenkomst van de overheid proberen problemen oplossen of kansen benutten. De essentie van maatschappelijke zelfsturing is dat partijen in de samenleving een publieke kwestie signaleren, daar uit eigen beweging en op eigen manier mee aan de slag gaan en daarmee publieke waarde voor de samenleving genereren.  bij veel vormen van maatschappelijke zelfsturing: samenspraak tussen overheid (kan belastinggeld beschikbaar stellen en algemene regels uitvaardigen) en maatschappelijke organisaties (weten wat speelt) 2.6Argumenten VOOR publieke waardecreatie door de overheid Geweldsmonopolie van de overheid (overheid heeft alleenrecht op het gebruik van dwang) Marktimperfecties: zonder overheid is er geen vrije markt -> markten kunnen alleen goed functioneren als er een goed werkend rechtssysteem is -> daarvoor is een goed werkende overheid nodig, die een toegankelijke, efficiënte en onpartijdige rechtsspraak garandeert.In de welvaartseconomie onderscheiden we 5 vormen van marktimperfecties die

overheidssturing logisch maken:

1.Preventie van monopolies en kartelvorming (beschermen van de markt)  Als een van beide optreedt tast de consumentensoevereiniteit aan en is er een reden voor overheidsoptreden.Probleem: tweeslachtige houding: bescherming nationale economie versus stimulering vrije markt 2.Productie van publieke goederen (aanvullen van de markt), zoals defensie

Probleem: inefficiënte overheidsmonopolies

3.Regulering van externe effecten (beschermen tegen de markt)  externe effecten van de markt: het bedrijf en de consument wentelen effecten van hun onderlinge transactie af op partijen die daarbuiten staan  overheidsoptreden kan negatieve externe effecten reguleren.

Probleem: beperking concurrerend vermogen bedrijfsleven

4.Omgaan met bemoeigoederen (corrigeren van de markt)  -als de markt perfect werkt, komen bepaalde goederen op bepaalde plekken niet tot stand (koopkrachtige vraag schiet tekort -> er is geen verdienmodel mogelijk). De 2 / 4

overheid wil dat deze goeden juist wel overal beschikbaarheid (aanbod van cultuur bijvoorbeeld) -Het zelfde geldt voor goederen waarvoor juist een hele krachtige markt bestaat, maar waarvan de overheid liever heeft dat mensen ze niet gebruiken  overheid wil gebruik afremmen (tabak en alcohol) Bemoeigoederen bevatten altijd een normatieve component: het verbieden of stimuleren is een politieke keuze, bemoeigoederen impliceren politieke keuzes Probleem: selectiviteit, onvoorspelbaarheid, onbedoelde effecten overheidsregulering 5.Compenseren van verdelingseffecten (compenseren van de markt)  de markt produceert ongelijk -> het compenseren van de scheve verdelingseffecten van de markt kan reden zijn voor overheidsinterventie. De overheid wil dan voorkomen dat er onaanvaardbaar geachte welvaartsverschillen in de samenleving ontstaan. Het compenseren van verdelingseffecten kan bijvoorbeeld via inkomstenbelasting, subsidiëring van basisvoorzieningen of concrete inkomensondersteuning voor bepaalde groepen.

Probleem: bureaucratisering en nieuwe ongelijkheden

2.7Mengvormen: hybride sturingsvormen

Veranderende verhoudingen tussen overheid, markt en gemeenschap:

De dynamiek van boven naar beneden: privatisering, marktwerking en participatiesamenleving: -Bij privatisering en marktwerking gaat een taak of dienst vanuit het mechanisme van overheidsproductie naar het marktmechanisme -Participatiesamenleving gaat om het bewegen van activiteiten vanuit het mechanisme van activiteiten vanuit het mechanisme van overheidsproductie naar het mechanisme van productie door de overheid.De dynamiek van beneden naar boven: burgerkracht, zelforganisatie, sociaal ondernemerschap en

MVO:

-Burgerkracht en zelforganisatie gaat om mensen die zelf initiatief nemen om iets in hun omgeving op te pakken: het initiatief ligt bij de burgers in de samenleving (ongevraagd en op eigen voorwaarden) -Sociaal ondernemerschap en MVO gaan om een vergelijkbaar soort van inactieven maar dan met een (Bescheiden) winstoogmerk en ondernemerschap als kenmerk. Sociale 3 / 4

ondernemers bouwen hun organisatie op een verdienmodel.  sociale ondernemingen kunnen zo uitgroeien tot volwaardige bedrijven die vanuit de sociale ambitie en doelstellingen van de ondernemers wel degelijk volop in de markt meedoen en concurreren met overheidsvoorzieningen (buurtzorg) -Coöperatief organiseren = het fenomeen dat gemeenschap en markt zich gaan vermengen (Broodfondsen voor zzp’ers)

  • / 4

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

The comprehensive coverage offered by this document helped me ace my presentation. A impressive purchase!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 27, 2025
Description:

Openbaar bestuur; bestuur, organisatie en politiek Deel 1: beleid en sturing H2 Beleid en sturing 2.3 Maatschappelijke sturing en beleid Beleid = de poging van een bestuursorgaan om een maatschappe...

Unlock Now
$ 1.00