• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Organisatiekunde samenvatting

Class notes Dec 27, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Organisatiekunde samenvatting (Boek Organisatiekunde) Hoofdstuk 1

Organisaties hebben 3 dingen met elkaar gemeen, ze beschikken over:

oDoelstellingen oMensen oMiddelen Organisaties kunnen dan ook worden gedefinieerd als doelgerichte samenwerkingsverbanden. Het kan hierbij gaan om organisaties met continuïteits-streven, maar ook om organisaties die juist nu ervoor willen zorgen dat zij niet lang blijven voortbestaan.

Het begrip organisatie heeft betrekking op:

oBedrijven:

Ondernemingen : Gericht op het verkopen van producten en diensten op een markt met het doel om winst te maken Non-profit organisaties : Gericht op het voorzien in een behoefte in de markt en streven hierbij naar het aanbieden van diensten tegen zo laag mogelijke kosten

oOverige organisaties: sportverenigingen, kerken etc.

Organisaties kunnen ook worden ingedeeld in rechtsvormen:

oOrganisaties zonder rechtspersoonlijkheid:

Eenmanszaak Maatschap Vennootschap onder firma Commanditaire vennootschap

oOrganisaties met rechtspersoonlijkheid:

Besloten vennootschap Naamloze vennootschap Vereniging Coöperatie Onderlinge waarborgmaatschappij Stichting Op zowel nationaal als internationaal worden er steeds meer samenwerkingsverbanden gestart. Dit

kan plaatsvinden ten behoeve van verschillende doeleinden, zoals:

oBevordering innovatie door kennisuitwisseling oIn licentie produceren van ene partij en exploiteren van octrooi van de andere partij oConcurrentiepositie verbeteren oBarrières wegnemen bij betreden van buitenlandse markten

Voorbeelden van samenwerkingsconstructies:

oFusie :

Twee of meer organisaties worden samengevoegd in een nieuw verband Oorspronkelijke organisaties houden op met bestaan 1 / 4

oOvername :

Een organisatie neemt een andere organisatie over Overgenomen organisatie is geen zelfstandige unit meer Oude naam blijft vaak wel bestaan vanwege marketingredenen

oJoint venture :

Samenwerkende organisaties brengen een deel van hun vermogen in een nieuw bedrijf Er wordt voor gezamenlijke rekening en risico een project tot ontwikkeling gebracht Samenwerkende organisaties blijven bestaan

oStrategische samenwerking :

Samenwerkingsverband tussen twee of meer organisaties Met behoud van zelfstandigheid en identiteit samenwerken op een deelgebied dat van wezenlijk belang is voor de continuïteit van de afzonderlijke organisaties

Overige samenwerkingsvormen:

oOutsourcing :

Wanneer een organisatie zich volledig wilt richten op haar kerntaken

oSamenwerkingsvormen in distributiekanaal :

Inkoopcombinatie (IC): Juridisch zelfstandige detaillisten zetten een eigen

inkoopcentrale op die orders verzamelt en deze in één keer plaatst bij fabrikanten, waardoor lage prijzen kunnen worden bedongen Vrijwillig filiaalbedrijf : Vergelijkbaar met IC. Juridisch zelfstandige detaillisten werken samen met één of meer groothandels. Horizontale samenwerking (één merk en gezamenlijke productie)

Franchise : Eigenaar (franchisegever) maakt marketingformule afspraken met

juridisch zelfstandig detaillisten

oSamenwerking tussen octrooihouder en licentienemer (Licentie):

Licentienemer krijgt toestemming van octrooihouder om een uitvinding zelf te maken, te verkopen of toe te passen Licentienemer betaalt vergoeding hiervoor aan de octrooihouder Binnen het algemene maatschappelijke verkeer speelt het economisch verkeer een belangrijke rol, namelijk omdat veel transacties in geld worden uitgedrukt.Globale ontwikkelingen in de organisatietheorie De eerste organisaties zoals we die nu kennen vinden hun oorsprong in de Eerste Industriële Revolutie, namelijk vanwege de versnelde ontwikkeling op technisch en economisch gebied tussen 1760 en 1830 wat leidde tot de concentratie van productie in fabrieken.Met het ontstaan van steeds grotere organisaties ontstond ook langzamerhand de behoefte om deze kennis goed te kunnen bestuderen.

De ontwikkeling van de organisatietheorie kent 3 perioden:

oDe periode van eind negentiende eeuw tot 1935:

Organisaties in dit tijdperk werden als gesloten eenheden beschouwd, met vaste regels en doelstellingen 2 / 4

Scientific Management theorie (Taylor) was één van de belangrijkste theorieën van de klassieke school van de organisatietheorie en berustte op een kwantitatieve benadering In het boek van Taylor ‘Shopmanagement’ zette hij de grondbeginselen uiteen van de wetenschappelijke bedrijfsorganisatie, toegespitst op de productieafdeling.Het ging hierbij om wetenschappelijke analyses van de werkzaamheden (tijdmetingen en bewegingsstudies van de handelingen in het productieproces) en verregaande taakverdeling en training van de arbeiders, waarbij iedere handeling nauwkeurig was voorgeschreven.Met het Bethlehem-experiment voerde Taylor onderzoek uit door te variëren met werktijden, rusttijden en hoeveelheid gewicht. Op deze manier stelde hij de ‘fair days work’ vast Het streven naar efficiency stond voorop. Zo werd bijvoorbeeld de lopende band geïntroduceerd. De arbeider werd het verlengstuk van de machine.De invoering van prestatiebeloning werd ingevoerd. Hoe harder een arbeider werkte, des te hoger werd zijn salaris. Dit kon gemakkelijk vanwege grote economische schaarste De gedachte van laissez-faire (minimale overheidsbemoeienis) speelde een belangrijke rol in maatschappelijk leven.Het was een periode waarin het kapitalisme bloeide en de bescherming van vakbonden en socialeverzekeringswetgeving nog niet bestond Henri Fayol introduceerde de General Management Theorie, waarin hij de

benodigde vaardigheden geeft om een organisatie als geheel te leiden:

oPrevoir: vooruitzien/plannen

oOrganiser: organiseren

oCommander: opdrachten geven

oCoordonner: afstemmen/coördineren

oControler: controleren

Max Weber kwam vervolgens met ideeën over de rationele organisatie; een samenwerkingsverband waarin functievervulling onafhankelijk zou moeten zijn van de personen die op dat moment de functie vervullen.Volgens Weber zou er een bureaucratisch samenwerkingsverband moeten bestaan met duidelijk door systemen en procedures afgebakende werkzaamheden, bevoegdheden en verantwoordelijkheden Volgens Fayol zou werk moeten worden uitgevoerd in het kader van het eenheid- van-bevel principe, wat er op neer komt dat iedere werknemer 1 baas heeft.Kortom is de rationele organisatie van Weber een samenwerkingsverband waarin werknemers gemakkelijk controleerbaar en vervangbaar zijn

oDe periode van 1935 tot 1955:

Begin jaren ´30 werd als reactie op de starre denkbeelden van scientific management de human relations benadering in het leven geroepen. De arbeider werd niet langer gezien als een verlengstuk van de machine en er moest meer oog komen voor de intermenselijke verhoudingen (human relations) omdat er op deze manier meer succes kon worden behaald binnen de organisatie Door de Hawthorne-experimenten begon het besef door te dringen dat arbeidsprestaties niet alleen tot stand komen op basis van rationele overwegingen, maar dat sociale aspecten evenzeer een rol spelen 3 / 4

Organisaties in dit tijdperk konden nog steeds worden beschouwd als gesloten systemen, enerzijds omdat de omgevingsinvloeden op ondernemingen nog gering waren en anderzijds omdat de schaarste in het algemeen nog groot was Bennis en Perrow kwamen met de kritiek dat de human relations benadering te eenzijdig gericht was op het individu en te weinig rekening hield met de technische aspecten van de organisatie Het revisionisme (herziening) probeerde het scientific management en de human relations benadering te integreren. Voorbeelden van deze integratie zijn de vormen

van werkstructurering:

oTaakroulatie (job rotation) oTaakverruiming (job enlargement) oTaakverrijking (job enrichment)

oDe periode van 1955 tot heden:

Na de tweede wereldoorlog kwam er een enorme economische bloei die gepaard

ging met grote maatschappelijke veranderingen, bijvoorbeeld:

oDe grote protestdemonstraties tegen oorlogen oDe verkilde relatie tussen Oost en West (Koude oorlog), die leidde tot diverse confrontaties die de wereldvrede in gevaar brachten oStudentenopstanden in Parijs in 1968 die ook naar Nederland oversloegen oDe opkomst van milieubewegingen oOpzienbarende technologische ontwikkelingen In deze periode groeit het besef dat organisaties moeten worden beschouwd als open systemen, die invloed uitoefenen op de omgeving en worden beïnvloed door de omgeving zelf Hiermee kwam de aanzet tot de systeemtheorie. Toenemende interdependentie in de wereld en het besef dat tal van problemen alleen kunnen worden opgelost door samenwerking hebben geleid tot een groot aantal internationale samenwerkingsverbanden (bijv. de Europese Gemeenschap) In deze periode dringt het besef steeds verder door dat organisatiekunde een sterk interdisciplinair karakter heeft. Oplossingen voor praktische bedrijfskundige problemen kunnen niet meer worden gezocht in eenzijdige monodisciplines als de economie of psychologie Vanuit de systeemtheorie gezien moeten problemen dan ook vanuit verschillende invalshoeken integraal worden aangepakt om zo synergievoordelen te kunnen bereiken In deze periode verandert de besluitvorming van een objectieve rationaliteit in een subjectieve rationaliteit. Het besef groeit dat beslissers niet alle alternatieven kunnen kennen en dat gevoelsmatig handelen onvermijdelijk ook een rol speelt in besluitvorming Er wordt meer afstand genomen van de gedachte dat er in de organisatie slechts één beslisser is. Verschillende vormen van betrokkenheid (werkoverleg), medezeggenschap en delegatie komen op. Dit zorgt dan ook voor meer betrokkenheid en invloed op lagere niveaus.De Wet op de ondernemingsraden (1950) heeft steeds meer bevoegdheden gecreëerd voor werknemers.

  • / 4

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

This document featured practical examples that helped me ace my presentation. Such an outstanding resource!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 27, 2025
Description:

Organisatiekunde samenvatting (Boek Organisatiekunde) Hoofdstuk 1 Organisaties hebben 3 dingen met elkaar gemeen, ze beschikken over: oDoelstellingen oMensen oMiddelen Organisaties kunnen dan ook w...

Unlock Now
$ 1.00