Perspectieven op bewegen Randvoorwaarden oRuimte en materiaal – De ruimte van de sportzaal en de materialen die aanwezig zijn bepalen de mogelijkheden binnen een gymles.oGymtijden – De duur van de gymtijden ligt meestal vast. Probeer de looptijd en de tijd voor het omkleden daarbuiten te houden. Voor kleuters is het verplicht om iedere dag bewegingsonderwijs te krijgen (hier hoort ook het buitenspelen bij).oLesrooster – Probeer onderdelen te kiezen waarbij er niet te veel omgebouwd hoeft te worden, hierdoor blijft er veel tijd over om te bewegen.oGymgroepen – Kinderen in klassen met homogene groepen kunnen hetzelfde aanbod krijgen, kinderen in klassen met heterogene groepen moeten elkaar tijdens de gymles helpen.oKeuze van activiteiten in één les – Een eerste aspect is de beschikbare ruimte en de materialen. Houd rekening met de spellen die je uitzet – denk aan een landingsvlak met genoeg ruimte.oBeginsituatie van de klas – Houd rekening met wat de kinderen al kunnen.Bied maar één nieuw onderdeel per les aan, zodat de leerlingen zelfstandig in de andere groepjes kunnen werken. De leerkracht kan maar bij één onderdeel begeleiden, de leerlingen houden de andere onderdelen zelf op gang (weet dus wat de kinderen al zelfstandig kunnen).oVeiligheid – De les moet zo georganiseerd zijn dat er zo weinig kans is op ongelukken. De leerkracht is altijd verantwoordelijk voor wat er in de gymles gebeurt. Je moet je kunnen verantwoorden naar het kind, de ouders, directeur en de verzekeringsmaatschappij. De leerkracht zal eerst zelf voor veiligheid moeten zorgen door intensief hulp te verlenen. Vragen
over veiligheid:
Is het arrangement veilig opgebouwd?Is de activiteit duidelijk aangeboden?Past de activiteit in een methodische opbouw van makkelijk naar moeilijk?Had het kind voldoende bewegingservaring?Heeft de docent in voldoende mate gelet op de bewegingssituatie?Wordt er bij de situaties waar dat nodig is verantwoord en veilig hulp verleend?Organisatievormen
Drie belangrijke soorten organisatievormen:
oDe klassikale les (alle kinderen nemen verplicht deel aan dezelfde bewegingsactiviteit); oDe groepjesles (de kinderen nemen gegroepeerd deel aan verschillende bewegingsactiviteiten); oDe vrije les (de kinderen kunnen kiezen aan welke bewegingsactiviteiten ze deelnemen en hoelang ze willen deelnemen).Klassikale les Er wordt een activiteit tegelijkertijd aan alle kinderen aangeboden. Het grote voordeel is dat de leerkracht veel overzicht heeft. Op een efficiënte wijze kunnen
1 1 / 4
aanwijzingen en voorbeelden worden gegeven die direct door alle kinderen toegepast kunnen worden. Een tweede voordeel is dat de kinderen er een bepaald gemeenschappelijk gevoel aan overhouden. Een kanttekening bij een klassikale les is dat er maar weinig kinderen actief meedoen en dit komt de positieve spelervaringen niet ten goede. Het is moeilijker om te differentiëren en zo rekening te houden met individuele verschillen. Spreek van te voren met de leerlingen af welk stilteteken er wordt gehanteerd. Een klassikale les kan
onderverdeeld worden in drie vormen:
oDe klassikale kijkles - de leerkracht laat de activiteit door een paar kinderen doen en de andere kinderen kijken. Door te observeren en vragen te stellen kan de activiteit geïntroduceerd worden. Door een klein groepje kinderen het spel voor te laten spelen, kunnen de andere kinderen op een eenvoudige en effectieve wijze de regels leren; oDe klassikale doeles – het is de bedoeling dat alle kinderen aan dezelfde activiteit deelnemen. De leerkracht zal observeren of leerhulp met betrekking tot beter leren bewegen bieden; oDe klassikale copyles – de kinderen doen zelfstandig in verschillende groepen eenzelfde soort activiteit (klassikaal in groepjes genoemd). Er is sprake van een copyles wanneer de kinderen zelf het spel op gang kunnen houden (dus zonder commando van de leerkracht). De leerkracht kan moeilijker algemene leerhulp geven, maar kan wel goed verschillende groepjes aanwijzingen geven.Stroomvorm – een klassikale organisatievorm die wel wordt toegepast bij gymactiviteiten: alle kinderen doen als een treintje alle activiteiten in een lange rij achter elkaar. Iedereen komt snel aan de beurt en er zijn weinig toeschouwers.Maar kinderen die moeite hebben met het tempo worden gedwongen om een hoger tempo aan te houden dan zij aankunnen en dat kan demotiverend werken.Het nadeel is dat er maar één niveau behaald wordt, dit doet geen recht aan individuele verschillen.Groepjesles Er staan 2/3/4 of 5 verschillende bewegingssituaties in de zaal. De klas wordt verdeeld in kleine groepjes die verplicht bij een onderdeel blijven. Na ongeveer 10 min draaien de groepjes door naar een ander onderdeel. Hierbij komen de meeste kinderen aan de beurt. Ze zijn sterk betrokken bij de bewegingssituatie en op elkaar. Er wordt een beroep gedaan op hun zelfstandigheid en verantwoordelijkheid, want ze moeten zelf hun bewegingsactiviteit reguleren.Door gevarieerde activiteiten aan te bieden, beleven de kinderen plezier. Een probleem dat bij groepjeslessen kan ontstaan is dat alle bewegingssituaties ongeveer even lang boeiend moeten blijven voor de kinderen, want het wisselen gebeurt gelijktijdig. De activiteiten moeten zo gekozen worden dat de kinderen ze enige tijd zelfstandig aan de gang kunnen houden en er moeten voldoende uitbouw- en differentiatiemogelijkheden zijn. Voor de leerkracht is het onmogelijk om alle activiteiten in de gaten te houden en tegelijkertijd te corrigeren wanneer er iets misgaat. Zorg dat een aantal activiteiten al bekend zijn bij de kinderen, zodat ze zonder uitleg kunnen starten. Wanneer de les eenmaal loopt ontstaat er voor de lesgever mogelijkheden om in de groepjes kinderen te begeleiden.Vrije les
2 2 / 4
De leerkracht zorgt voor een uitdagende inrichting van de gymzaal. Kies activiteiten waar kinderen al bekend mee zijn, door groepjeslessen of klassikale lessen. Vooraf geeft de leerkracht beperkende regels aan, die de veiligheid vergroten. De organisatietaak van de leerkracht is om te kijken of alle leerlingen actief aan de slag gaan, en om te kijken of de kinderen in voldoende mate geboeid raken. Wanneer de wachtrijen voor een activiteit te groot worden, kan de leerkracht die activiteit verdubbelen of een andere activiteit uitdagender maken (door bijv. zelf mee te doen of door het arrangement te verbeteren). Een voordeel voor de docent bij deze organisatievorm is, dat tijdens de les gelegenheid ontstaat om te observeren en aandacht te besteden aan individuele vragen en behoeftes van een kind. Het nadeel is dat de les minder overzichtelijk is, omdat de kinderen constant wisselen van werkplek. Voor een vrije les de
volgende tips:
-Plan ongeveer 6-10 verschillende activiteiten; -Er moeten meer werkplekken zijn dan kinderen; -De activiteiten moeten bekend zijn; -Hanteer eenvoudige regelingen en afspraken (als ik fluit gaan jullie zitten); -Ook activiteiten die je alleen of met zijn tweeën kunt doen; -Activiteiten moeten zelfstandig uitvoerbaar zijn (geen vanghulp van de leerkracht); -Met oog op veiligheid (bijv. balanceren lager dan in een groepjesles);
-Baken bepaalde activiteiten extra goed af in verband met de veiligheid:
bijv. zwaaien of een tikspel; -Bij elke activiteit moet een duidelijke wachtplaats zijn; -Voeg eventueel een aantal extra regels toe, die er voor zorgen dat
iedereen voldoende beurten krijgt:
Je moet tijdens de les minstens drie activiteiten doen; Wanneer een kind langer dan vijf minuten gewacht heeft bij een onderdeel dan ontstaat er het recht om te wisselen; Per situatie niet meer dan …. Kinderen; Na drie rondjes met de kar de volgende; Na vier minuten schommelen de volgende groep kinderen; Het variëren en combineren van verschillende organisatievormen Het is wenselijk om door het schooljaar heen gebruik te maken van verschillende organisatievormen. De klassikale lessen zij handig om nieuwe activiteiten te introduceren of om bekende activiteiten uit te bouwen. Vrije werklessen zorgen er voor dat de kinderen meer op eigen wijze een bewegingsactiviteit kunnen doen. De groepjesles zal vaak als basis gekozen worden voor een lessenplan.Tijdens één les kunnen ook verschillende organisatievormen tegelijk toegepast
worden:
-Een gedeelte van de groep werkt ‘vrij’ (bijv. met jongleermateriaal) en een gedeelte werkt in één of twee groepjes (bijv. chaosdoelenspel en een springsituatie).-De helft van de groep werkt vrij en de helft werkt ‘klassikaal’.
3 3 / 4
-De groep werkt vrij en er is een situatie waarbij je als leerkracht hulp verleent (bijv. bij minitrampspringen). Alle kinderen kunnen dan bij jou langskomen.-Eén groepje mag op 1/3 van de zaal vrij werken, met bijv. allerlei jongleermateriaal, het tweede groepje doet verplicht op 1/3 van de zaal chaosdoelenspel, en het derde groepje krijgt van de leerkracht een ‘miniklassikale les’ saltospringen. In een dergelijke les zijn alle organisatievormen gecombineerd.De keuze van de organisatievorm is afhankelijk van vele factoren. De vakleerkracht zal op grond van de specifieke mogelijkheden op de school een eigen keuze maken. Als kinderen nog nooit gewerkt hebben in groepjes, dan zal dit ook opgebouwd moeten worden.Helpen organiseren
Je merkt bij een kind dikwijls een opvallend spanningsveld: enerzijds wil het
graag ordening, structuur en herkenbaarheid, anderzijds heeft het, om zich verder te kunnen ontwikkelen en zich prettig te kunnen voelen, een bepaalde mate van vrijheid nodig. De behoefte aan structuur en ordening kan snel, zowel vanuit de leerkracht als vanuit kinderen, tot minder flexibiliteit leiden. De leerkracht wil overzicht houden en activiteiten begeleiden, zodat ze veilig verlopen. De kinderen willen uitproberen, lol met elkaar maken of ‘stoer’ doen voor elkaar. Een ordening van een les die vooraf helemaal door de leerkracht bedacht is, betekent soms een grote beperking van vrijheid en keuzemogelijkheden voor het kind. Het is de kunst vanuit een bewust gekozen organisatie de kinderen de ruimte te gunnen om te leren meer verantwoordelijkheid te dragen in een les. Het gaat dan vooral om het meehelpen bij het reguleren van de activiteiten waarmee ze een bijdrage leveren aan het welslagen van de les. Dat kan bijv. tijdens het opbouwen en klaarzetten, het starten van de activiteiten, het op gang houden van de activiteiten en het afsluiten en opruimen van de arrangementen. Als ze zich hiervoor medeverantwoordelijk kunnen gaan voelen zullen ze ook de begrenzing van hun vrijheid in de zin van ‘vrij zijn van anderen’ eerder zelf kunnen aanvaarden.Vanuit dit oogpunt kan, binnen de verschillende genoemde organisatievormen een goed functionerende organisatie, met een afgesproken gang van zaken, met toenemende keuzemogelijkheden, bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor de kinderen meer vrijheid opleveren voor de kinderen en voor de leerkracht.Werkend met verschillende organisatievormen binnen het huidige bewegingsonderwijs zul je als leerkracht je telkens de organisatie die jij je voorstelt, moeten afwegen tegen de ordening en ruimte die er voor (individuele) kinderen binnen de groep geboden worden, om in harmonie samen te kunnen werken. Het kiezen voor en werken met bepaalde organisatievormen door de leerkracht zal er dan ook steeds op gericht zijn de keuzemogelijkheden van de kinderen te maximaliseren en tegelijk deze samen te reguleren.Organiseren van een groepjesles Een gymzaal volgebouwd met allerlei uitdagende arrangementen, waarbij de kinderen vrij mogen kiezen welke bewegingsactiviteiten ze gaan doen, is voor veel kinderen erg leuk, maar voor de leerkracht veel moeilijker klaar te zetten.Tussen het gemak van de organisatie van een klassikale les en de complexiteit van de organisatie van een vrije les, zit de organisatie van een groepjesles. Deze
- / 4