- / 3
(praktijkvoorbeeld)..................................................................................2 Deel 1: Basisprincipes van argumentatie.................................................3 Deel 2: Interpretatie van rechtsnormen...................................................3 Deel 3: Argumentatie en bewijsvoering...................................................4 Deel 4: Fouten in argumentatie................................................................5 Deel 5: Toepassing in de rechtszaal.........................................................6 Deel 6: Ethiek in juridische argumentatie................................................6 Deel 7: Argumentatie in het bestuursrecht..............................................6 Deel 8: Argumentatie in het strafrecht.....................................................7 Deel 9: Argumentatie in het civiele recht.................................................8 Deel 10: Argumentatie en rechtsfilosofie.................................................8 Deel 11: Argumentatie en rechtsgeschiedenis.......................................10 Deel 12: Argumentatie en bewijsrecht...................................................10 Deel 13: Argumentatie in het internationale recht.................................11 Deel 14: Argumentatie in het civiele procesrecht..................................11 Deel 15: Argumentatie en juridische analyse.........................................12 Vragen die op tentamen zijn geweest (8x).............................................13 (praktijkvoorbeeld) 2 / 3
Deel 1: Basisprincipes van argumentatie
1.Vraag: Wat wordt bedoeld met de 'redenering' in juridische argumentatie?
Antwoord: De redenering in juridische argumentatie is het proces waarbij men op
basis van feitelijke gegevens en rechtsnormen tot een conclusie komt, die wordt gepresenteerd als de juridische oplossing voor een probleem.
2.Vraag: Wat is het verschil tussen inductief en deductief redeneren?
Antwoord: Inductief redeneren gaat uit van specifieke waarnemingen naar een
algemene conclusie, terwijl deductief redeneren van algemene principes naar specifieke gevallen gaat.
3.Vraag: Wat is het doel van juridische argumentatie?
Antwoord: Het doel van juridische argumentatie is het overtuigen van anderen, vaak de rechter, van de juistheid van een bepaalde juridische interpretatie of oplossing.
4.Vraag: Hoe verschilt juridische argumentatie van andere vormen van argumentatie?
Antwoord: Juridische argumentatie is specifiek gericht op het interpreteren en
toepassen van rechtsnormen, waarbij logica, precedenten en wetgeving centraal staan.
5.Vraag: Wat is het belang van rechtsvinding in juridische argumentatie?
Antwoord: Rechtsvinding is essentieel voor juridische argumentatie, omdat het de methode is waarmee een jurist uit bestaande rechtsbronnen het juiste recht afleidt voor het concrete geval.
6.Vraag: Hoe kan een jurist omgaan met tegenstrijdige wetsbepalingen?
Antwoord: Een jurist kan tegenstrijdige wetsbepalingen oplossen door gebruik te
maken van interpretatietechnieken zoals systematische interpretatie, teleologische interpretatie of door de wetshistorie te raadplegen.
Deel 2: Interpretatie van rechtsnormen
7.Vraag: Wat is de betekenis van de 'letterlijke' interpretatie van een wet?
Antwoord: De letterlijke interpretatie houdt in dat men zich strikt houdt aan de tekst van de wet en de betekenis van de woorden zoals deze letterlijk zijn geschreven.
8.Vraag: Wat is het gevaar van de 'letterlijke interpretatie' bij wetstoepassing?Antwoord: Het gevaar is dat de wet niet altijd alle mogelijke situaties dekt en dat een te strikte interpretatie kan leiden tot onrechtvaardige of onlogische uitkomsten.
9.Vraag: Wat is de 'systematische interpretatie' van een rechtsnorm?
Antwoord: Systematische interpretatie houdt in dat een norm wordt geïnterpreteerd in de context van het geheel van het rechtsstelsel, waarbij rekening wordt gehouden met andere relevante normen.
10.Vraag: Wat wordt bedoeld met 'teleologische interpretatie'?
Antwoord: Teleologische interpretatie kijkt naar de doelstellingen of de bedoeling van de wetgever bij het opstellen van een norm om te begrijpen wat de wet beoogt te bereiken.
- / 3