Probleem 1 – Democratische rechtsstaat Wat zijn de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat?De grondregels van een democratisch bestel behoren niet tot het positieve recht, het zijn namelijk beginselen die niet op alle terreinen in rechtsregels zijn gerealiseerd. Enkele beginselen van de democratische staat: 1: Legaliteitsbeginsel: Geen bevoegdheid zonder grondslag in wet of Grondwet: De wetgevende macht (Staten- Generaal en regering) bepaalt dus de grenzen waarbinnen deze bevoegdheden mogen worden uitgeoefend. De bevoegdheden van een rechter of ambtenaar berusten dus op de wet. Indien er geen grondslag is, mogen zij hun bevoegdheden niet uitoefenen. Legaliteitsbeginsel wordt voornamelijk nageleefd in formele zin, omdat de regering en Staten-Generaal nauwelijks inhoudelijke regels maakt, maar dit overlaat aan lagere instanties.Methadonbrief (privaatrecht)
oProcesverloop: Na uitspraak Hof verweerder in cassatie bij Hoge Raad
oActoren: Eiser: Dr. Pieter Edzo Rauwerda, te Groningen, tegen verweerders De Staat der Nederlanden en Drs. G.W.Kaufmann (inspecteur van de volksgezondheid voor geneesmiddelen te Groningen).oRechtsvraag: Handelde de verantwoordelijke voor de methadonbrief op basis van een wettelijke bevoegdheid of handelde hij onrechtmatig?oFeiten: Er wordt een brief verstuurd aan alle Nederlandse artsen door de inspectie over hoe om te gaan met opiumverslaafden en behandeling in dit kader (de methadonbrief). Enkel in bepaalde gevallen zou het toegestaan zijn verslaafden een recept voor methadon te geven. Een Groningse arts gaf een dergelijk recept echter af onder andere omstandigheden dan voorgeschreven aan verslaafden. Hierop verstuurde de verantwoordelijke voor de methadonbrief een tweede brief, dit keer aan apothekers, om geen methadon meer mee te geven aan verslaafden die kwamen met een recept van deze arts.oOverwegingen rechter: De methadonbrief bevatte slechts een advies, het was geen algemeen verbindend voorschrift. De inspectie bezat niet de bevoegdheid om de artsen verbindend voor te schrijven hoe zij moesten handelen op het moment dat zij verslaafden behandelden. De inspectie was immers niet bevoegd om de brief te handhaven. De brief aan de apothekers kan gezien worden als een poging van de inspectie om naleving af te dwingen. De methadonbrief was dus niet gebaseerd op een bestuursbevoegdheid van de inspectie aangezien er geen bevoegdheid bestond tot handhaving, en om beleidsregels op te stellen moet er wel sprake zijn van een bestuursbevoegdheid. Er was geen sprake van een algemeen verbindend voorschrift en geen bindende beleidsregel.
oDictum (eindbeslissing): vernietigd het arrest van het Hof
Verwijderingsbevel (strafrecht)
oProcesverloop: in cassatie na ongegrond verklaring hof in hoger beroep
oActoren: Strafzaak tegen (verdachte), geboren te … op … 1968, wonende te (woonplaats).oRechtsvraag: Heeft de bevoegdheid van de agent in kwestie een grondslag in de wet (legaliteitsbeginsel)?oFeiten: De verdachte kreeg van een agent een verwijderingsbevel. Dit bevel hield in dat de verdachte zich een dag niet kon ophouden op Station Amsterdam Centraal. Een aantal uren later werd hij aangetroffen op Station Amsterdam Centraal. De verdachte ontving hiervoor een dagvaarding.De verdachte tekende bezwaar aan, dit werd ongegrond verklaard. Hierop tekent hij beroep aan.oOverwegingen rechter: Er was een soort zwevende bevoegdheid aanwezig. Bovendien kon de WPV 2000 alleen toegepast worden op diegene die van plan was om te reizen. Dat was bij verdachte duidelijk niet het geval. Hier was dus weer schending van het legaliteitsbeginsel. Tot het geven van het bevel ontbreekt immers een daartoe strekkend voorschrift dat de met uitoefening van het toezicht belaste ambtenaar of persoon of opsporingsambtenaar daartoe uitdrukkelijk bevoegd verklaart. Er is dus wel een bevoegdheid, maar niet ontleend.oDictum (eindbeslissing): Vernietigt uitspraak van het Hof, bekrachtig uitspraak van de Rechtbank.Schending legaliteitsbeginsel OER (bestuursrecht)
oProcesverloop: Uitspraak CBHO
oActoren: (Naam), wonende te (woonplaats), appellant tegen het College van Beroep voor de Examens van de EUR (CBE)
oRechtsvraag: Is hier sprake van schending van het legaliteitsbeginsel?
oFeiten: Een student van de EUR heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Hof die zijn eerdere beroep tegen het belonen van punten voor aanwezigheid ongegrond verklaarde. Student is het er niet mee eens dat je voor aanwezigheid 0,5 punten toegerekend krijgt in het tentamencijfer.oOverwegingen rechter: Art. 32 lid 2 OER geeft alleen grondslag voor een schriftelijk, mondeling of schriftelijk en mondeling tentamen. Aanwezigheid kan niet worden aangemerkt als een mondeling tentamen, nu daarbij niet de verplichting bestaat om iets te zeggen. De OER biedt derhalve geen grondslag voor aanwezigheid als onderdeel van een tentamen. Examinator is buiten de grenzen van de OER getreden. Het voldoet dus niet aan legaliteitsbeginsel, maar de bevoegdheid is er wel.oDictum (eindbeslissing): Beroep van student wordt gegrond verklaard, vernietigt de beslissing van het CBE en van de examinator. De student moet binnen twee weken het juiste cijfer krijgen en krijgt zijn betaalde 1 / 3
griffierecht terug van het CBE.2: Niemand kan een bevoegdheid uitoefenen zonder verantwoording schuldig te zijn of zonder dat op die uitoefening controle bestaat: Een rechter die een straf oplegt wordt gecontroleerd door een hogere rechter waarom hij een bepaalde straf geeft en de Minister van Veiligheid en Justitie moet met de betrokken minister verantwoording afleggen tegenover het parlement voor de wijze waarop het beleid is uitgevoerd.Nederland is een democratische rechtsstaat.
- Democratisch: omdat de burgers kiezen wie het land regeert. Voor de democratie is het belangrijk dat de
- Rechtstaat: een staat waarvan de organisatie erop gericht is de burgers te beschermen tegen machsmisbruik
burgers invloed kunnen uitoefenen. Dit kan door middel van het kiesrecht: zowel actief (je mag kiezen) als passief (je mag gekozen worden). Verder heeft iedereen ook politieke grondrechten (recht te streven naar machtsuitoefening), moeten rechten van minderheden worden beschermt en moet er openbaarheid van besluitvorming en besluiten zijn. Bij democratie is sprake van een staatsvorm die de gelijkwaardigheid van mensen als uitgangspunt neemt, of het nou gaat om hun invloed op het bestuur of de bescherming van de burger tegen machtsmisbruik van de staat.
van de overheid. Waarborgen: we hebben te maken met de machtenscheiding trias politica. Verder worden door de rechtstaat de (sociale) grondrechten van burgers beschermd tegen de tirannieke meerderheid.Legaliteitsbeginsel: elk overheidshandelen moet berust zijn op wettelijke grondslag (wet in formele zin + GW).Als laatst is het belangrijk dat er voor een ieder een onafhankelijk rechter is die een eerlijke afweging maakt van belangen; deze worden voor het leven benoemd en kunnen zich verschonen.Wat houdt ‘checks and balances’ in?Om een goede beslissing te maken, moet er een afweging worden gemaakt van alle belangen. Gezag moet dan deze beslissing doorzetten. Hier kan echter machtsmisbruik uit voort komen. De oplossing was dat ieder orgaan een stukje gezag heeft en elkaar dan nodig hebben: De Trias Politica is een gedachte van de scheiding van machten, waar Montesquieu de grondlegger van is. Er bestaan meerdere organen in de staat en deze hebben ieder een eigen functie en functioneren onafhankelijk van elkaar: de regering (+ministerraad + kabinet) is verantwoordelijk voor de uitvoerende macht, het parlement (=Staten-Generaal=volksvertegenwoordiging) is verantwoordelijk voor de wetgevende macht. De rechterlijke macht die controleert de uitvoerende macht en vernietigd waar nodig besluiten van de uitvoerende macht.Huidig Nederland: De gedachte van de Trias Politica is ook te vinden in ons staatsrecht. De staatsmacht is verdeeld over verschillende organen die elkaar ook controleren en in evenwicht houden, maar dit is niet meer zo strikt als vroeger. De regering heeft nu bijvoorbeeld veel bredere taken, en zelfs een paar zelfstandige bevoegdheden: het sluiten van een verdrag, geven van subsidie, aanleg van wegen etc. De twee taken van de regering, dus wetten uitvoeren en de zelfstandige bevoegdheden, worden in de grondwet ‘bestuur’ genoemd.Ook zijn de drie organen zeker niet meer strikt gescheiden en onafhankelijk van elkaar. Niet alleen het parlement stelt wetten vast, ook de regering doet dat. Bij het uitoefenen van bestuur door de regering staat zij daarbij onder controle van het parlement. De organen hebben elkaar dus nodig om te regeren, zij brengen elkaar in evenwicht en controleren elkaar. Dit wordt ook het systeem van checks and balances genoemd.Tot slot verleent de Nederlandse overheid een deel van haar bevoegdheden aan regionale overheden: territoriale splitsing Er worden vergaande bevoegdheden verleent aan gemeentelijke en provinciale organen, hierbij zijn geen terreinen uitgesloten voor centrale bemoeienis.
Vredesmonument Oegstgeest:
oProcesverloop: Bezwaar is ongegrond verklaard, beroep bij rechtbank ongegrond verklaard, hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
oActoren: Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Oegstgeest
oRechtsvraag: Welke belangen moeten er worden meegewogen bij het nemen van een besluit?oFeiten: College B&W verleend aan Stichting Beheer en Exploitatie Oud-Poelgeest een momumentvergunning voor de uitvoering van het wijzigingsplan; zij wilde het desbetreffende monument verplaatsen naar een buitenplaats (een tuin). De buitenplaats is aangemerkt als een rijksmonument.oOverwegingen rechter: Het is verboden om zonder (of in afwijking van) een vergunning een beschermd monument te verplaatsen. Welke belangen er meegenomen moeten worden in het nemen van besluiten, moet bepaald worden aan de hand van de aanwezige belangen en of deze herleidbaar zijn tot het doel wat de wet in kwestie beoogt te beschermen. Met juistheid heeft de rechtbank dan ook overwogen dat het college terecht de belangen van de omwonenden buiten de aan de vergunningverlening ten grondslag gelegde belangenafweging heeft gelaten.oDictum (eindbeslissing): Hoge beroep is ongegrond 2 / 3
Waar bestaat de Staten-Generaal uit en hoe worden zij gekozen?De Staten-Generaal bestaat uit de Eerste en Tweede kamer (art 51 lid 1 GW).De Eerste Kamer: De leden van de Eerste Kamer worden gekozen door de leden van Provinciale Staten volgens het stelsel van evenredige vertegenwoordiging (= getrapte verkiezing, en dus niet rechtstreeks gekozen), art 53 GW. Deze kamer bestaat uit 75 leden (art. 51 lid 3). Ze vergaderen één dag in de week, maken minder gebruik van moties en schriftelijke vragen aan de Tweede Kamer, er zijn geen spoeddebatten en voor grondwetherziening moet 2/3 van de stemmen vóór zijn (art 137 lid 4 Gw).De Tweede Kamer: De Tweede Kamer heeft 150 leden (art. 51 lid 2 Gw), die worden gekozen door het volk door een ieder die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt. De Tweede Kamer heeft het recht van initiatief (= het aanbieden van een wetsvoorstel) (art. 81 lid 1 Gw) en het recht van amendement (= wijzigingen doorgeven aan een voorliggend wetsvoorstel). De leden van de Eerste Kamer hebben dit niet. Mede hierom dient de Eerste Kamer ook minder in detail te treden dan de Tweede Kamer.De echte reden van het bestaan van de Eerste Kamer is een extra controle van besluiten gemaakt door de Tweede Kamer. Zij kunnen vragen stellen over (de door de Tweede Kamer goedgekeurde) wetsvoorstellen, dit wordt het enquêterecht (art. 70 Gw) genoemd. Het parlement kan een minister ter verantwoording roepen: het recht van interpellatie (art. 68 Gw).Art 57 Gw geeft een aantal functies aan die niet tegelijk kunnen worden bekleed met het Kamerlidmaatschap.Waar bestaat de regering en het kabinet uit en hoe worden zij gekozen?Regering: bestaat uit koning en de ministers, waarbij de koning onschendbaar is en de ministers verantwoordelijk (art. 42 GW). De regering is dus een samengesteld orgaan dat samenwerkt en samen optreedt.Er hoeft niet altijd samen opgetreden te worden. Als de regering zonder Koning kan optreden, wordt gewoon gesproken van beslissingen van de regering. Als de regering met Koning moet optreden, dan wordt er gesproken van beslissingen bij Koninklijk Besluit (deze besluiten worden door de Koning ondertekend). Alle wetten en Koninklijke besluiten die ook door de Koning ondertekend moeten worden, moeten ook door een of meer ministers of staatssecretarissen ondertekend worden (= contraseign, art. 47 Gw) als een soort bewijs. De Koning in Nederland symboliseert de eenheid van ons land en is actief lid van de regering.Ministers hebben meestal de leiding van een ministerie (art. 44 lid 1 Gw). Er zijn ook ministers die dat niet hebben, deze worden minister zonder portefeuille genoemd (art. 44 lid 2 Gw). De minister zonder portefeuille wordt dan bij een ministerie ondergebracht, zonder daar aan de leiding te staan.Ministers en de Minister-President worden bij Koninklijk Besluit benoemd en ontslagen (art. 43 Gw). Deze Koninklijke besluiten moeten dus medeondertekend worden door (in dit geval) de Minister-President, ook als hij zichzelf daarmee benoemd. De ministers samen worden de ministerraad genoemd (art. 45 Gw). De voorzitter van die raad is de Minister-President. De taak van de ministerraad houdt in het beraadslagen en beslissen over het algemeen regeringsbeleid en de eenheid daarvan (te bevorderen). Alle onderwerpen van algemene betekenis moeten dus door de ministerraad worden behandeld.Kabinet: Bestaat uit ministers en staatssecretarissen (art 46 GW, art 47 GW). Volgens de grondwet vormen de ministers samen de ministerraad die besluit over het algemeen regeringsbeleid, en vergaderen ze onder leiding van de minister-president (art 45 GW). De staatssecretaris ondersteunt een minister bij het politiek leiden van een ministerie. Soms krijgen staatssecretarissen een specifiek beleidsterrein onder hun hoede, maar de minister blijft medeverantwoordelijk. Ook de staatssecretaris moet verantwoording afleggen aan parlement (art 46 lid 2) Wat zijn fracties / politieke partijen en wat is hun rol? (kort) Partijen spelen een belangrijke rol in de politiek door het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Zij hebben een organisatiestructuur waarin meestal democratische besluitvorming plaatsvindt: zij stellen een partijprogramma met standpunten en verkiezingsprogramma op en stellen kandidatenlijsten vast. Politieke partijen streven vaak meer dan één doel na. Omdat niet iedereen deze doelen op dezelfde wijze nastreeft, zijn er meer partijen ontstaan. Er zijn ook partijen die worden gevormd, omdat ze wel één doel nastreven: belangenpartijen ('one-issue-partijen'). Een voorbeeld hiervan is de Partij voor de Dieren. In de praktijk moeten ook one-issuepartijen zich uitspreken over allerlei andere onderwerpen, omdat die nu eenmaal in het parlement aan de orde komen.Deze partijen en de eraan gelieerde ‘fracties’ (= groepen van partijgenoten) spelen dus een grote rol in ons staatsbestel. De leden van de Tweede Kamer die door het centraal stembureau op dezelfde lijst gekozen zijn verklaard, worden volgens art. 11 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer (RvO TK) als een ‘fractie’ beschouwd. De fracties stemmen in belangrijke zaken gelijk. De regering heeft dus met de opvatting van de fracties rekening te houden.
- / 3