MEESTERPROEF
PROFESSIONELE UITDAGINGEN GERICHT OP LANDELIJK
VASTGESTELDE BEKWAAMHEIDSEISEN
LINT-STAGE
- ONDERZOEKSVERSLAG -
Daan Wassens (s1102053) Hogeschool Leiden, Leraar Basisonderwijs (Pabo) Pabo 4, PLV4D
- Teuwen (ATe)
LIO-Stage, Meesterproef School X Mei 2020
1 1 / 3
Inhoudsopgave Inhoudsopgave.......................................................................................................................................2 Stageschool............................................................................................................................................3 Professionele uitdaging 1 - Pedagogische competentie.........................................................................5 Professionele uitdaging 2 - Vakdidactische competentie.....................................................................14 Literatuurlijst........................................................................................................................................22 Bijlagen.................................................................................................................................................26
2 2 / 3
Stageschool De basisschool waar deze Meesterproef heeft plaatsgevonden is de Haanstraschool. Deze school is gehuisvest in drie grachtenpanden aan het Rapenburg, dit is in de binnenstad van Leiden. De school heeft dit schooljaar 240 leerlingen verdeeld over tien groepen. De kinderen komen voornamelijk uit de stad Leiden en de ouders zijn veelal hoogopgeleid. De Haanstraschool is een ‘algemeen bijzondere school’. De term ‘algemeen’ houdt in dat de school neutraal staat ten opzichte van geloofsovertuiging en levensbeschouwing. De term ‘bijzonder’ houdt in dat de school wordt bestuurd door een vereniging: de Vereniging voor Voorbereidend Onderwijs (VVO). Alle ouders van de kinderen zijn lid van de VVO. Uit de leden van de vereniging wordt een bestuur gekozen, zij besturen de school op hoofdlijnen en doen dit in samenwerking met de directie van de school.De school wil gekenmerkt worden als een lerende en zorgzame school, waarbij een gezellige en uitnodigende sfeer voor kind en ouder centraal staat. De missie van de school luidt: ‘’Hand in hand op eigen benen, in een veilige stimulerende omgeving met een open blik, samen leren, werken, vieren en spelen” (Haanstraschool, 2019, p. 5). De visie van de school is een concrete beschrijving van deze missie: ‘’Kinderen moeten met plezier naar school kunnen gaan. Centraal in ons handelen en beleven staat een veilig en gestructureerd pedagogisch klimaat, dat de kinderen, het team en de ouders ervaren in onze school. Samen leren, werken, spelen en vieren met en van elkaar levert hier een grote bijdrage aan’’ (Haanstraschool, 2019, p. 5).De pedagogische visie van de school betreft drie uitgangspunten. In het kort zijn dit: ten eerste dat de school een vertrouwde en motiverende omgeving moet zijn waarbij een gevoel van vrijheid, veiligheid en plezier voor elk kind belangrijk is. Ten tweede dat elk kind anders is en daarom (waar mogelijk) voor een gedifferentieerde aanpak wordt gekozen. Daarnaast is er wel veel aandacht voor de groep en de verantwoordelijkheid voor en met elkaar. Ten derde is een harmonische ontwikkeling een van de uitgangspunten. Naast het aanleren van kennis en het leren van zelfstandigheid wat betreft het eigen leerproces, is de ontwikkeling van sociale, emotionele en creatieve vaardigheden van belang. Enkele voorbeelden hoe deze vaardigheden worden gestimuleerd in de onderwijspraktijk zijn: heterogene stamgroepen met twee jaargroepen, schoolbrede weekvieringen en weeksluitingen, groepsdagopeningen verzorgt door twee kinderen, atelieronderwijs, het werken in kringen, dag- en weektaken, weekhulpen en het jaarlijks kamp voor alle groepen. De ouders worden veelal betrokken bij de onderwijsactiviteiten en de vorderingen van hun kind. Bij een groot aantal activiteiten is veel ouderhulp gewenst, de school wordt immers gemaakt door kinderen, team en ouders samen.Op de school wordt gewerkt met verschillende methodes. Deze methodes zorgen voor een doorgaande leerlijn waarbij de kerndoelen centraal staan. In verband met relevantie voor de Meesterproef zullen alleen de werkwijzen van de midden- en bovenbouw uiteen worden gezet. Voor rekenen wordt de methode ‘Getal en Ruimte’ gehanteerd. Tijdens de rekenles vinden er klassenwissels plaats, dit betekent dat de rekenles in leerjaren plaatsvindt. Voor spelling wordt de methode ‘Spelling op Maat’ gehanteerd. Tijdens de spellingsles vindt er instructie per jaargroep plaats. Voor taal wordt er geen methode gehanteerd, er is gekozen voor een eigen invulling op het gebied van ‘teksten schrijven’. Voor begrijpend lezen wordt de methode ‘Nieuwsbegrip’ gehanteerd.Voor schrijven wordt de methode ‘Pennenstreken’ gehanteerd. Voor Engels wordt de methode ‘Take it easy’ gehanteerd, de Engels lessen starten vanaf groep 4.
- / 3