Vonnis
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: XXXXX
Vonnis van 10 januari 2019 in de zaak van
1. NAAM EISER
wonende te Tilburg, gemeente Tilburg, eiser, gemachtigde mr. XXXXX tegen
1. NAAM GEDAAGDE
kantoorhoudende te Tilburg, gemeente Tilburg, gedaagde, gemachtigde mr. XXXX.Partijen zullen hierna eiser en gedaagde genoemd worden.
- De procedure
1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 november 2018
- de conclusie van antwoord van 3 december 2018
- de comparitie van partijen van 19 december 2018.
1.2.Ten slotte is vonnis bepaald.
2.De feiten 2.1.Eiser is sinds 1 juni 2012 werkzaam als administratief medewerkster bij de gedaagde.
2.2.Eiser is reserveaanvoerster voor het professionele damesteam van Willem II. Zij heeft kans op een carrière bij het Nederlands elftal.
2.3.Gedaagde heeft een grote klus binnengehaald. Om dit te vieren is eiser op 14 september 2018 op pad gestuurd om Tilburgse Bossche Bollen te halen bij de bakker voor 1 / 2
CV 001
10 januari 2019 twintig medewerkers aan de overkant. Het regende hard en eiser liep hierdoor hard terug naar het kantoor terwijl zij drie dozen Tilburgse Bossche Bollen droeg.
2.4.Op de terugweg naar het kantoor is eiser geschept door een jong persoon die op een Segway reed. Deze persoon is doorgereden. Als gevolg van deze aanrijding is eiser gevallen.Zij heeft haar knie verdraaid, haar voorste kniebanden afgescheurd en heeft ernstig enkelletsel opgelopen. Zij moest geopereerd en opgenomen in het ziekenhuis worden.
2.5.De genezing en de revalidatie verloopt moeizaam. De specialist van het Elisabethziekenhuis stelt vast dat het gaat om een zeer gecompliceerd letsel. Naar verwachting zal eiser nooit meer goed kunnen lopen.
2.6.De verzekering (het Zilveren Kruis) van eiser gaat de zorgkosten niet vergoeden. De verzekering heeft bij brief gedateerd op 1 oktober 2018 (productie 4 bij de dagvaarding),
onder meer geschreven:
“(…)
Aangezien u de zorgkosten heeft gemaakt naar aanleiding van een ongeval, zullen wij deze kosten niet vergoeden. U heeft namelijk de mogelijkheid om deze kosten te verhalen op iemand anders. (…)” 2.7.Eiser heeft op 5 oktober 2018 gedaagde schriftelijk aansprakelijk gesteld (productie 1 bij de dagvaarding) voor de schade die zij op 14 september 2018 heeft opgelopen. Eiser stelt dat zij een financiële tegemoetkoming wil ter compensatie van al haar huidige en toekomstige kosten.
2.8.Gedaagde heeft op 12 oktober 2018 op deze brief van 5 oktober 2018 van eiser schriftelijk geantwoord (productie 2 bij de dagvaarding). Gedaagde stelt dat gedaagde niet aansprakelijk is voor de schade en dat er geen financiële tegemoetkoming gedaan zal worden.
3.De vordering 3.1.Eiser vordert primair dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij
voorraad, de gedaagde:
aansprakelijk acht voor de geleden schade; veroordeelt om aan eiser een bedrag te betalen van € 4941,55 vermeerderd met wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag van betaling; veroordeelt voor de toekomstige schade en de immateriële schade, die nader vast moet worden gesteld met een schadestaatprocedure; veroordeelt in de kosten van dit geding.
3.2.Eiser vordert subsidiair dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar
bij voorraad, de gedaagde:
- / 2