Reflecteren volgens de STARRT-methodiek
Stap 1 Situatie:
− Vertel zo nauwkeurig mogelijk een situatie die u hebt ervaren m.b.t. de betreffende praktijkopdracht.− Onderwerpen die u aan bod laat komen Wat was de situatie?− Wie waren er betrokken?− Waar speelde het zich af? Etc.
Stap 2 Taken:
− Vertel zo nauwkeurig mogelijk wat uw taken, opdrachten, rollen, verantwoordelijkheden en bevoegd-heden waren in de situatie.− Onderwerpen die u aan bod laat komen Wat was uw doel?− Wat was uw voornemen?− Wat mocht er van u verwacht worden in deze situatie? Wat moest u doen? Etc.
Stap 3 Acties:
− Vertel zo nauwkeurig mogelijk hoe u het hebt aangepakt.− Onderwerpen die u aan bod laat komen Wat hebt u daadwerkelijk gedaan?− Wat dacht u?− Wat zag u voor u?− Wat was precies uw aandeel of inbreng? Etc.
Stap 4 Resultaten:
− Vertel zo nauwkeurig mogelijk wat het resultaat van actie was.− Onderwerpen die u aan bod laat komen Wat was het gevolg van uw actie?− Wat was het resultaat in die situatie? Etc.
Stap 5 Reflectie:
− Vertel zo nauwkeurig mogelijk hoe u op de situatie terugkijkt.− Onderwerpen die u aan bod laat komen Welke conclusies trekt u hieruit?− Wat hebt u ervan geleerd en wat gaat u hiermee doen?− Wat zegt dit over uw beheersing van uw beroepsbekwaamheid in deze situatie? Etc.
Stap 6 Transfer:
− Vertel zo nauwkeurig mogelijk in hoeverre u het geleerde in een andere situatie/context zou toepassen.− Onderwerpen die u aan bod laat komen − Op welke manier zou u het geleerde in een andere situatie toepassen?
- / 1